Tegen (gewezen minister) Ferdinand Welzijn, ex-voorzitter van het Alcoa Minerals Pensioenfonds Suriname, en zijn medeverdachten R.B. en M.T. is dinsdag een voorwaardelijke celstraf van 12 maanden geëist, met een proeftijd van drie jaar, wegens valsheid in geschrifte. Welzijn kocht in december 2015 namens het fonds 500 percelen te Altona.

Bij de notaris zouden notulen van de algemene ledenvergadering (alv) zijn overgelegd, waaruit volgens Welzijn bleek dat hij en de overige leden van het dagelijks bestuur toestemming hadden van het hoofdbestuur voor de aankoop. Het hoofdbestuur betwist dit echter. Welzijn, die samen met secretaris M.T. en penningmeester R.B. deel uitmaakte van het dagelijks bestuur, zou een uittreksel van de notulen hebben overgelegd.

Officier van Justitie Sardha Ramdajal stelde in haar requisitoir dat het bij zulke belangrijke handelingen niet gebruikelijk is om slechts een uittreksel van ALV-notulen te overleggen, maar de volledige notulen. Welzijn wordt door het hoofdbestuur er ook van beschuldigd de notulen te hebben vervalst, maar hij ontkent dit. Volgens hem zou juist een ander bestuurslid wijzigingen in de notulen hebben aangebracht, zonder dat de overige bestuursleden daarvan op de hoogte waren.

Uit het requisitoir kwam verder naar voren dat uit taxatierapporten is gebleken dat de percelen, die voor 18.500 euro per stuk zijn gekocht, veel minder waard waren. Het totale verkoopbedrag bedroeg 9.250.000 euro. Er werd echter een onderhandse verkoopakte opgemaakt voor een bedrag van 6 miljoen euro, volgens verklaringen van de verkoper om de overdrachtskosten te drukken.

De advocaat van Welzijn, R.B. en M.T., Chandra Algoe, zal op de volgende zitting op 26 mei haar pleidooi houden.