Ruim twee weken na de openingswedstrijd in Mexico heb ik het WK-virus nog altijd niet te pakken. Misschien heeft het te maken met het late tijdstip waarop de wedstrijden worden gespeeld. Of omdat ik me ergens op locatie moet behelpen met een livestream op mijn laptop. Het zou ook kunnen liggen aan de hoogst bedenkelijke combinatie van de president van het grootste gastland en het al even narcistische FIFA-opperhoofd. Al leveren beide bobo’s na de finale op 19 juli mogelijk een interessant dilemma op voor sterspeler Kylian Mbappé. Want wat doet hij, als een van de weinige vedetten die zich waagt aan politieke uitspraken en racisme aan de kaak stelt, wanneer Frankrijk wereldkampioen wordt en hij als captain de wereldbeker krijgt uitgereikt door beide heren?

Niet dat ik geen wedstrijden bekijk. Soms pak ik de tweede helft mee of bekijk ik een samenvatting. Dan krijg ik bijvoorbeeld medelijden met de Belgen, kraai ik voor Ghana, leef ik mee met de dappere Haïtianen die voor een appel en een ei hun nationale kleuren verdedigen en verbaas ik me over de door TUI en Corendon aangewakkerde blauwe koortsdroom van Korsow.

Er valt genoeg te genieten. Wereldsterren voldoen aan de verwachtingen. Underdogs wekken sympathie, de Schotten leggen het land droog en op de tribunes gaat het er vrolijk aan toe. Neem alleen al de souplesse en het inzicht van Michael Olise. Niet alleen een sierlijke speler, hij vormt ook een geval apart als het gaat om afkomst, cultuur en identiteit. Hij komt door zijn Franse moeder uit voor Frankrijk zonder ook maar een woord Frans te spreken, terwijl hij net zo goed voor zijn geboorteland Engeland had kunnen kiezen. Of voor Nigeria, waar zijn vader werd geboren. Duitsland had ook gekund: daar speelt hij voor Bayern München.

De keuze van Olise doet onwillekeurig denken aan al het gedoe rond de nationaliteit bij Natio. Want wat als Crycensio Summerville wél voor het land van zijn ouders had gekozen? Dat is geen hypothetische kwestie. In de aanloop naar de play-offs in Mexico werd hij door twee bondscoaches gebeld: Henk ten Cate en Ronald Koeman. Maar omdat Summerville een paar weken voor de interlandperiode geblesseerd raakte, hoefde hij de knoop op dat moment niet door te hakken. Zonde, want met Crycensio erbij – ooit schreef ik al dat Natio op basis van voornamen als Ridgeciano, Gleofilo, Melayro, Djavan of Myenty sowieso thuishoort op het WK – hadden we in maart Bolivia en Irak ongetwijfeld uitgeschakeld. Helaas liep het anders en na het échec in Monterrey resteerde voor Summerville nog maar één weg naar het WK. En nu speelt hij de sterren van de hemel voor Oranje, terwijl men hem in Nederland tot twee weken geleden compleet uit het oog was verloren.

Of zou Crycensio begin dit jaar al op de hoogte zijn geweest van de gevolgen van een keuze voor het blauwe paspoort? En had hij al het vermoeden dat noch de Surinaamse Voetbal Bond noch de Surinaamse overheid ook maar iets zou ondernemen om de Natio-spelers met een Nederlands paspoort in bescherming te nemen?

Wie weet is dat de echte reden dat ik nog niet zo lekker in het eindtoernooi zit. Want het had allemaal zo mooi kunnen zijn… Om te zien hoe Abena onverstoorbaar Erling Haaland aan banden zou leggen. Hoe Tjarron Chery de Franse middenvelder en Manchester City-vedette Rayan Cherki doodleuk een panna geeft. Hoe Hapsie korte metten maakt met de trucs van Sadio Mané. En jawel, daar draaft onze eigen Renske Adipi Kanté tien minuten voor tijd het veld in om goed te maken dat de Fransen zijn illustere naamgenoot N'Golo op de bank houden.

Leuk om stiekem bij weg te dromen. Voor even. Want ik vermoed dat Natio het hooguit net iets beter zou hebben gedaan tegen Noorwegen, Frankrijk en Senegal dan Irak.

Diederik Samwel