Kantonrechter Susanne Chu heeft maandag de vordering van luchtvaartmaatschappij KLM tegen de Staat Suriname gedeeltelijk afgewezen. KLM had een kort geding aangespannen waarin zij eiste dat de commissie van 6 procent, die aan reisagenten moet worden uitbetaald, zou worden stopgezet.

De commissie, die wordt uitgekeerd op basis van een Staatsbesluit uit 2007, zou volgens KLM moeten worden opgeschort, waardoor het percentage op nul zou uitkomen. Volgens de luchtvaartmaatschappij is vanaf 1 januari van dit jaar in de bedrijfsvoering geen rekening meer gehouden met deze commissie.

Het verzoek om het commissiepercentage van tijd tot tijd vast te stellen, is aangepast toegewezen. De Staat is veroordeeld om binnen twee weken na de uitspraak samen met KLM en de reisagenten – die overigens geen partij waren in de rechtszaak – te evalueren of het percentage nog gehandhaafd moet blijven. Hieraan is een dwangsom verbonden van SRD 50.000 per dag, met een maximum van SRD 2 miljoen.

In haar overweging heeft de kantonrechter meegenomen dat het Staatsbesluit een algemeen verbindend voorschrift is. Verder oordeelde de rechter dat de Staat in strijd heeft gehandeld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en onrechtmatig heeft gehandeld tegenover KLM door niet periodiek het commissiepercentage aan te passen. Omdat ook de belangen van de reisagenten meewegen, werd de vordering aangepast toegewezen.

De Staat had eveneens een tegenvordering ingesteld, waarbij werd geëist dat KLM de commissie niet eenzijdig zou afschaffen of wijzigen. Ook hieraan was een dwangsom gekoppeld. Deze vorderingen zijn door de kantonrechter afgewezen.

In de motivering stelde de rechter dat een verklaring voor recht niet mogelijk is in een kortgedingprocedure. Ten aanzien van de eis om KLM te verplichten zich aan het Staatsbesluit te houden, overwoog de kantonrechter dat de Staat op grond van de huidige burgerluchtvaartwetgeving bevoegd is om administratieve en strafrechtelijke sancties toe te passen bij overtredingen.