De directeur van het Viskeuringsinstituut (VKI), Juliette Colli-Wongsoredjo, die haar ontslag heeft ingediend, heeft via haar advocaat een sommatiebrief gestuurd naar minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) en de Raad van Toezicht van het instituut. In de brief worden de recente uitlatingen over vermeende misstanden en financiële tekortkomingen onder haar directeurschap krachtig betwist.

Volgens de advocaat zijn de beschuldigingen feitelijk onjuist, ongefundeerd en zonder voorafgaand hoor en wederhoor gedaan. Colli-Wongsoredjo stelt dat onder haar leiding Suriname gevrijwaard is gebleven van internationale sancties, waaronder een mogelijke ‘blacklisting’ van visserijproducten, en dat alle audits van de Europese Unie positief zijn verlopen. Ook zou de financiële administratie jaarlijks zijn goedgekeurd door bevoegde instanties.

In de brief wordt aangevoerd dat de publieke uitlatingen de eer en goede naam van de ex-directeur ernstig hebben geschaad en daarmee als een onrechtmatige daad moeten worden beschouwd. Zij stelt hierdoor materiële en immateriële schade te hebben geleden.

De minister en de Raad van Toezicht worden gesommeerd om uiterlijk 28 april 2026 om 12.00 uur schriftelijk en gespecificeerd aan te geven welke concrete misstanden en financiële tekortkomingen zijn vastgesteld, inclusief bewijsstukken en onderbouwing. Indien deze onderbouwing uitblijft, wordt geëist dat de betrokkenen hun uitspraken publiekelijk rectificeren via dezelfde media waarin de beschuldigingen zijn gedaan.

Daarnaast wordt geëist dat verdere uitlatingen over Colli-Wongsoredjo worden gestaakt. Indien niet aan de eisen wordt voldaan, zullen juridische stappen volgen. Daarbij wordt onder meer gedacht aan een kort geding tot rectificatie en een schadeclaim die kan oplopen tot minimaal SRD 5 miljoen.