Assembleevoorzitter Ashwin Adhin
Assembleevoorzitter Ashwin Adhin stelt dat de openbare vergadering van De Nationale Assemblee vandaag volledig rechtsgeldig is geopend en voortgezet. Daarmee reageert hij op het bezwaar dat de VHP-fractie tijdens de begrotingsbehandeling heeft opgeworpen over de wijze waarop de vergadering werd geopend.

De VHP-fractie stelde dat Adhin bij de opening van de vergadering de presentielijst door Adhin niet was getekend en voerde aan dat hierdoor vragen zouden kunnen ontstaan over de procedurele rechtsgeldigheid van de vergadering. Volgens Adhin biedt het Reglement van Orde echter geen grond voor die conclusie. Hij verwijst naar artikel 31, waarin is vastgelegd dat de griffier de presentielijst aan de voorzitter overhandigt zodra ten minste 26 leden hebben getekend. Op dat moment dient de voorzitter de vergadering onmiddellijk te openen. Aan die voorwaarde was volgens hem voldaan.

"De voorzitter heeft de vergadering geopend op het moment dat het vereiste aantal leden aanwezig en getekend was", staat in een schriftelijke verklaring. Adhin benadrukt dat de presentielijst in de eerste plaats een administratief instrument is voor de vaststelling van het quorum en de verslaglegging. Volgens hem is het geen constitutieve voorwaarde voor de bevoegdheid van de voorzitter om een vergadering te openen of te leiden.

Tijdens de vergadering heeft hij alsnog zijn handtekening op de presentielijst geplaatst. Daarbij verwijst hij naar dezelfde bepaling van het Reglement van Orde, waarin is opgenomen dat de lijst tijdens de vergadering bij de griffier blijft liggen voor leden die later binnenkomen en alsnog moeten tekenen. Volgens de Assembleevoorzitter is er daarom geen sprake geweest van een procedurele onvolledigheid die gevolgen heeft voor de rechtsgeldigheid van de vergadering.

Ook het voorstel om de vergadering opnieuw te openen of opnieuw te starten werd door Adhin van de hand gewezen. Volgens hem zou een dergelijke stap impliceren dat eerdere handelingen, waaronder de bijdrage van de minister van Buitenlandse Zaken namens de regering tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling, juridisch niet zouden hebben plaatsgevonden.

"Die conclusie mist elke juridische grondslag", aldus de voorzitter. Hij stelt verder dat vergelijkbare situaties zich ook in eerdere zittingsperioden hebben voorgedaan zonder dat dit gevolgen had voor de rechtmatigheid van vergaderingen. Volgens hem past de gang van zaken binnen de bestaande parlementaire praktijk.

Wel erkent de voorzitter dat ieder Assembleelid, inclusief de voorzitter zelf, op grond van artikel 31 verplicht is de presentielijst te ondertekenen. Volgens hem staat die verplichting echter los van de bevoegdheid en plicht van de voorzitter om een vergadering te openen zodra het vereiste quorum van 26 leden aanwezig is.

De VHP-fractie heeft inmiddels laten weten haar bezwaren tegen de gevolgde procedure te handhaven, maar heeft besloten de begrotingsbehandeling wel voort te zetten.