Om maar met de deur in huis te vallen: Suriname zit vol beestachtige rovers. Ik bedoel: roofdieren. Opportunisten die overleven door andere dieren op te eten. Maar de mens is het grootste roofdier. Dieren nemen wat ze nodig hebben, meer niet. Een slang eet een zwijn en kan maanden vooruit. De mens stopt niet. Die wil altijd méér: meer geld, meer macht. En hij is slim genoeg om zich op minder fraaie manieren te verrijken.

Onlangs las ik op Starnieuws dat Amnesty International leiders van Israël, Amerika en Rusland omschreef als “vraatzuchtige roofdieren” in hun streven naar economische en politieke dominantie. Het deed me denken aan De naakte aap van Desmond Morris: beschaving tempert ons dierlijk gedrag, maar wist het niet uit. Zet er druk op, en de “beschaafde mens” laat snel zijn dierlijke gedrag zien. De vraag is hoe je roofdieren buiten de deur houdt.

Het sprookje van de drie kleine biggetjes leert ons dat een huis van stro of hout niet veilig is. De vastberaden wolf blaast die huizen makkelijk omver. Alleen een huis van steen biedt bescherming. Maar in de huidige wereldorde is zelfs steen niet veilig. Wie kapitaal en wapentuig achter zich heeft, blaast ook stenen huizen omver. Afschrikking werkt blijkbaar alleen als je zelf het meest verschrikkelijke wapen in huis hebt. Maar dit terzijde — terug naar de geldwolven.

Elke president in Suriname opereert te midden van graaiende klauwen. Corruptie is bijna net zo normaal als beloftes om haar te bestrijden en “transparantie”. De vijfjarige cyclus is bekend: bestuurders en toezichthouders worden vervangen, ongeacht of iemand goed werk heeft geleverd of niet, omdat “nu wij aan de beurt zijn”. Er is niets nieuws onder de zon. Wo kenki a systeem klinkt mooi, maar de praktijk is anders. Misschien is het beter om te zeggen: no kenki a systeem, kenki un srefi.

Toegegeven, deze president grijpt af en toe in, schuift mensen opzij en laat daarmee zien dat klachten over corruptie bij haar niet zacht landen. Of dat structureel is of vooral show, zal de tijd leren. Het systeem van nepotisme en paternalisme geeft zich niet zomaar gewonnen.

Na bijna een jaar regeren is er inhoudelijk weinig veranderd. Zwakke inhoud wordt gemaskeerd door een bestuursstijl die rust uitstraalt, brandjes blust, overleg voert, weinig belooft en benadrukt dat alles ingewikkeld is en geduld vraagt. Intussen blijft de werkelijkheid hardnekkig: tekortkomingen op het gebied van veiligheid, onderwijs, gezondheidszorg en dienstverlening, en terugkerende stakingen. Benoemingen vinden nog altijd plaats op basis van loyaliteit in plaats van kwaliteit. Mooie woorden veranderen de werkelijkheid niet.

Bij staatsbedrijven — denk aan SLM, EBS, Melkcentrale, FAI, Grassalco, SZF, Cannawaima — en ministeries zoals Sociale Zaken en Grondzaken gaat het vaak zo geraffineerd mis dat presidenten pas achteraf beseffen: het was weer een nyan patoe. Interne machtsstrijd, administratieve wanorde en gebrek aan controle maken onregelmatigheden of fraude bijna onvermijdelijk. Profiteurs kennen de zwakke plekken. Ambtenaren zien het, zwijgen, doen soms mee. Zo groeit een netwerk van corruptie dat zichzelf in stand houdt.

Aan de lezers twee stellingen om te beoordelen:
A. In 1960 was er geen corruptie; nu is er veel corruptie.
B. In 1960 was dit geen manier van leven; nu is het dat wel geworden.

Ik vind dat A onwaar is. Toen was er ook corruptie. Maar nu is het wijdverbreid. Ik denk dat B waar is. Toen was corruptie niet normaal. Nu is corruptie een verwilderde manier van leven geworden.

En dan is er olie en gas, de nieuwste schat. Hier moet scherp op gelet worden, want waar iets te halen valt, verschijnen rovers vanzelf. Ze zijn alleen moeilijker te herkennen: ze dragen geen lompen, maar maatpakken. Ze hengelen met glanzende pieren en onzichtbare haakjes. Het electoraat heeft zich hier al vaker in verslikt: netjes gekleed, het volk uitgekleed. Met zwakke instituten en politieke inmenging ziet de toekomst er allesbehalve rooskleurig uit.

President, laat het trackrecord van de persoon leidend zijn bij benoemingen. Vraag niet alleen wat iemand kan, maar ook waar hij vandaan komt en met wie hij optrekt. Met wie men omgaat… Kijk of de nagels schoon zijn. Ga ervan uit dat instellingen zonder transparante jaarverslagen meestal iets te verbergen hebben. Open de boeken. Maak zichtbaar wie wat uitgeeft en waarvoor. Noem onverklaarbare uitgaven gewoon wat ze zijn: diefstal.

De oplossing voor corruptie hoeft geen doodstraf te zijn, maar wel consequent beleid en zichtbare handhaving. Niet iedereen stopt uit zichzelf met graaien; sommigen hebben grenzen nodig die echt bestaan. Knip elke klauw. Alleen de zekerheid van straf houdt roofdieren in toom.

D. Balraadjsing