De Van 't Hogerhuysstraat, een van de belangrijkste verkeersaders in Suriname, is gedegradeerd tot iets wat nog het meest lijkt op een rivier. Niet een natuurlijke, maar een door nalatigheid gecreëerde stroom van stilstaand, vervuild water, kapot asfalt en complete minachting voor de burger.

Bij elke regenbui verandert deze weg in een gevaarlijke watermassa. Auto’s ploeteren erdoorheen alsof ze een oversteek maken, niet over een weg rijden. Dit is geen overdrijving — dit is de dagelijkse realiteit. En het meest schrijnende: er is geen enkel zichtbaar teken dat dit probleem serieus wordt aangepakt.

Neem de hoek bij Surmac. Wat zich daar afspeelt, is ronduit onacceptabel. Het water dat zich daar ophoopt, is niet alleen diep, maar ook ongekend vies en smerig. Dit is geen kwestie van ongemak meer — dit is een kwestie van volksgezondheid en menselijke waardigheid.

Het falen zit niet alleen in het slechte wegdek. Het zit dieper. Hoe is het mogelijk dat zelfs de afwatering niet wordt aangepakt? Hoe kan een regering toekijken terwijl een van de belangrijkste wegen van het land letterlijk verzuipt? Dit is geen technisch probleem meer — dit is bestuurlijke onverschilligheid.

Bijna een jaar in functie, en nog steeds geen structurele oplossing, geen duidelijke planning, geen zichtbare urgentie. Wat rest, zijn stiltes, uitstel en loze verwachtingen. Intussen dragen burgers de kosten: kapotte voertuigen, verloren tijd en een groeiend gevoel van frustratie en schaamte.

Dit is meer dan slecht beleid. Dit is een nationale vernedering. Een land dat zijn hoofdwegen niet kan onderhouden, ondermijnt zijn eigen geloofwaardigheid — nationaal en internationaal.

De vraag die steeds luider klinkt: heeft deze regering nog gevoel voor dit land? Voelt men nog de verantwoordelijkheid voor de basisbehoeften van haar burgers? Of is men het contact volledig kwijtgeraakt met de realiteit op straat?

De Van 't Hogerhuysstraat is geen randprobleem. Het is een spiegel. En wat we daarin zien, is pijnlijk helder: een gebrek aan daadkracht, prioriteit en respect voor de samenleving.

Suriname verdient beter. Veel beter. En dat begint met iets fundamenteels: een weg die weer een weg is.

Richard Slijters