Illustratie: dreamstime.com
Dat sportbeoefening naar een hoger niveau moet, is publiek geheim, toch komen er geen structurele verbeteringen vanuit de bonden om dit te realiseren. Met nog geen miljoen inwoners lukt het maar niet om de sportbeoefening op een hoger niveau te brengen, omdat er vanuit verschillende eenheden / hokjes hier en daar initiatieven worden genomen. Hoewel niemand kan ontkennen dat er talent aanwezig is, slagen we er niet in om structureel goed te presteren in de sport. Om de zoveel tijd dienen enkele uitzonderlijke talenten zich aan en domineren ze gedurende een poos die tak van sport. Ze slagen er misschien in om lokaal de dienst uit te maken, maar bij regionale meetmomenten worden ze met de neus op de feiten gedrukt en zijn de resultaten bedroevend. 

Om verspilling van de toch al schaarse middelen te voorkomen zal het roer omgegooid moeten worden. We hebben er misschien geen invloed op dat we een kleine bevolking hebben, maar we kunnen er met gericht beleid wel voor zorgen dat de neuzen dezelfde richting op wijzen. In plaats van tig sporten te beoefenen en elk halfhartig te financieren, zouden we na gedegen onderzoek moeten vaststellen welke tak van sport het gunstigst is om te beoefenen door de bevolking. Voorts moet de bereidheid om te investeren in die tak van sport, blijken uit de keuzes die gemaakt worden. Vooral de investering in trainers moet serieus genomen worden, want een gedegen opleiding is onontbeerlijk om sporters af te leveren die op regionaal niveau mee kunnen.

De verschillende bonden mogen elk hun eigen tak van sport blijven aanbieden, maar dan moeten ze wel zelf zorgen voor de financiële middelen en vooral bij internationale meetmomenten uit eigen middelen putten. Nadat de keus gemaakt is welke tak van sport de meeste kans heeft om succesvol door grote delen van de bevolking beoefend te worden, moeten bedrijven benaderd worden om het meerjaren plan te kunnen financieren, zodat gestadig gewerkt kan worden aan een solide basis, waarop geleidelijk aan verantwoord verder gebouwd kan worden. Voorts moet er op toegezien worden dat die sport daadwerkelijk landelijk beoefend kan worden, zodat er een brede betrokkenheid kan worden gecreëerd.

Het probleem ligt niet zo zeer aan de kleinschaligheid, als wel aan de samenwerking die vaak te wensen overlaat. Verschillende organisaties die afzonderlijk activiteiten ontplooien zorgen voor verstrooiing van de schaarse financiële middelen en 'human capital', die anders voor een nationale aanpak zouden kunnen worden gebruikt. Sportbonden doen er goed aan om landelijk instuifdagen te organiseren en na te gaan als er animo is voor hun tak van sport. De sport die de meeste interesse heeft van de bevolking, moet kunnen rekenen op financiële ondersteuning van bedrijven, zodat het maximale gehaald kan worden uit de beoefening van die tak van sport.  Door samen te werken zullen we in navolging van IJsland, ongeacht onze geringe populatie, zeker betere resultaten boeken.

Mireille Hoepel