Assembleelid Michael Marengo (NDP)
Tijdens de interrupties na de spreekbeurt van assembleelid Raymond Sapoen (NDP) vrijdag in De Nationale Assemblee is een fel debat losgebarsten over de voorgestelde grondwetswijzigingen rond de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie. Meerdere leden spraken zich scherp uit, waarbij fractielid Michael Marengo (NDP) ronduit stelde dat er in de samenleving geen vertrouwen is in de procureur-generaal (pg) en dat het land volgens hem in een “vertrouwenscrisis” verkeert. De behandeling van de initiatiefwetten wordt vandaag voortgezet.

Assembleelid Ann Sadi (NDP) zei de kernvraag van Sapoen te herkennen — “is er recht zonder aanzien des persoons?” — en verwees naar eerdere voorbeelden die volgens haar het vertrouwen in de rechtsgang aantasten. Zij sprak zich ook uit tegen het idee van toetreding tot het Caribbean Court of Justice (CCJ), omdat cassatie volgens haar dan vooral bereikbaar zou worden voor “rijke Surinamers” door de hoge drempel en kosten. Sapoen is voorstander van de gang naar het CCJ als alternatief voor een eigen Hoge Raad. De NDP-fractie pleit juist voor een eigen derde rechtsprekende instantie, terwijl de oppositie (VHP) kiest voor CCJ. 

VHP-Assembleelid Krishna Mathoera vroeg Sapoen om concreet te maken welke onderdelen van de rechtsstaat door een college van pg’s zouden worden versterkt, hoeveel leden het college zou tellen en hoe de organisatie in de praktijk vorm zou krijgen. Zij stelde ook vragen over waarborgen tegen politieke beïnvloeding. Aan de andere kant klonk steun van onder meer Jennifer Vreedzaam (NDP) en haar fractiegenoot Tashana Lösche, die stelden dat hervorming nodig is en dat het niet gaat om personen, maar om het institutioneel versterken van het systeem. Zij suggereerden dat een taakverdeling binnen een college van pg’s de kwetsbaarheid voor druk en selectiviteit kan verminderen.

Felle afwijzing door Jogi

Het scherpste verzet kwam van Assembleelid Mahinder Jogi (VHP), die stelde dat een college van pg’s juist politieke druk op het Openbaar Ministerie (OM) zou vergroten. Volgens hem is het voorstel een vorm van “politieke inmenging” en past het niet binnen de Surinaamse context. Jogi verwees daarbij naar eerdere presentaties en vond dat het concept in Suriname niet zal werken.

Marengo ging een stap verder en benoemde openlijk de vertrouwenskwestie rond de pg. Hij zei dat het feit dat het parlement deze wetten behandelt, al wijst op een probleem binnen het systeem. Volgens hem leeft in de samenleving het gevoel dat er selectief wordt gehandeld en dat het vertrouwen ontbreekt. “Er is geen vertrouwen,” stelde hij. Hij waarschuwde dat het land een groot probleem heeft als het volk geen geloof meer heeft in de rechterlijke macht. Tegelijk pleitte hij ervoor om instituties en functionarissen binnen de rechterlijke macht te beschermen tegen verdere polarisatie en onveiligheid.

‘Één pg werkt niet meer’

Sapoen reageerde na de interrupties dat emoties begrijpelijk zijn, maar dat grondwetswijzigingen een zakelijke benadering vereisen. Hij benadrukte dat volksvertegenwoordigers signalen uit de samenleving niet mogen negeren als er vragen leven over de betrouwbaarheid van de rechtsgang. Tegelijk stelde hij nadrukkelijk dat het debat niet gaat om het “weghalen” van personen, maar om modernisering en herstructurering van het systeem.

Volgens Sapoen is het huidige model met één PG niet meer werkbaar en “niet meer van deze tijd”, waarbij hij waarschuwde dat woorden niet verdraaid moeten worden alsof hij de persoon van de PG diskwalificeert. Hij gaf verder aan dat de concrete inrichting van een college van pg’s — taken, aantal leden en interne organisatie — later bij wet moet worden uitgewerkt, en dat nu vooral wordt gewerkt aan de grondwettelijke mogelijkheid voor de toekomst.