VHP-fractieleider Asis Gajadien, lid van commissie van rapporteurs.
De VHP kiest in deze fase nadrukkelijk voor aansluiting bij het Caribbean Court of Justice (CCJ) als derde rechtsinstantie voor Suriname en wijst de invoering van een eigen nationale Hoge Raad op korte termijn af. Fractieleider Asis Gajadien, tevens lid van de commissie van rapporteurs, stelde donderdag in De Nationale Assemblee dat Suriname eerst de basis van de rechtspraak moet versterken. Volgens hem is het CCJ bovendien bereid een aparte Suriname-kamer in te richten, waardoor hoogwaardige cassatierechtspraak mogelijk is zonder grote institutionele risico’s en kosten.

Tijdens de behandeling van de initiatiefwetten en grondwetswijzigingen over de modernisering van de rechterlijke macht heeft Gajadien scherpe kanttekeningen geplaatst bij plannen om nu al een eigen Hoge Raad op te richten. Volgens hem raakt het debat de kern van de rechtsstaat en gaat het niet om technische details, maar om keuzes die decennialang doorwerken in het vertrouwen van burgers, investeerders en rechtszoekenden.

Hoge kosten en infrastructuur
Gajadien benadrukte dat cassatierechtspraak op zichzelf waardevol kan zijn voor rechtsontwikkeling en rechtszekerheid, maar waarschuwde dat een nationale Hoge Raad enorme structurele kosten met zich meebrengt. Het gaat daarbij niet alleen om rechters, maar ook om gespecialiseerde griffiers, juridische onderzoekers, ondersteunend personeel, huisvesting en digitale infrastructuur. In een kleine rechtsorde als die van Suriname kan dat volgens hem leiden tot een gevaarlijke verschuiving van schaarse deskundigheid weg van de eerste en tweede aanleg.

De VHP-fractie kiest daarom voor aansluiting bij het Caribbean Court of Justice, dat reeds beschikt over ervaren rechters, moderne procedures en een sterke institutionele inbedding. Hij wees erop dat het CCJ heeft aangegeven bereid te zijn een eigen kamer voor Suriname te vormen, afgestemd op het Surinaamse rechtsstelsel. Dit maakt cassatierechtspraak mogelijk zonder een langdurige opbouwfase en zonder extra druk op de nationale rechtspraak.

Volgens Gajadien ligt de grootste uitdaging van de Surinaamse rechtsstaat niet aan de top, maar aan de basis. Hij verwees naar de aanhoudende capaciteitsproblemen in de rechtspraak en het feit dat binnen afzienbare tijd een aanzienlijk aantal rechters met pensioen zal gaan. Zolang de internationale norm voor rechterlijke capaciteit bij lange na niet is gehaald, acht de VHP het onverantwoord om nieuwe lagen aan de top van het stelsel toe te voegen.

Geen meerdere pg's
Naast zijn kritiek op een nationale Hoge Raad sprak Gajadien zich ook uit tegen het voorstel om het Openbaar Ministerie te laten leiden door een College van Procureurs-Generaal. Volgens hem vereist het vervolgingsbeleid juist heldere eindverantwoordelijkheid. Een eenhoofdige procureur-generaal zorgt voor duidelijke gezagslijnen, aanspreekbaarheid en democratische controle. In een kleine samenleving zou collegiaal bestuur eerder leiden tot diffuse verantwoordelijkheid en verhoogde kwetsbaarheid voor politisering.

De VHP pleit daarom voor een duidelijke volgorde in de hervorming van de rechtsstaat: eerst versterking en modernisering van de eerste en tweede aanleg, parallel daaraan een expliciet debat over de rol van het CCJ als derde instantie, en pas daarna – indien de omstandigheden dat rechtvaardigen – een eventuele heroverweging van een nationale Hoge Raad.

Donderdag kwamen slechts twee commissieleden aan het woord. Vandaag wordt de vergadering voortgezet.