Khalid Saboerali
In Suriname is tijd een interessant concept.
Niet de kloktijd natuurlijk. Die bestaat officieel wel. Er hangen overal klokken. Op ministeries, aan de Toren van Financiën, ziekenhuizen en scholen. Sommige werken zelfs nog. Maar de relatie tussen de klok en de werkelijkheid verloopt niet altijd even soepel.
Tijd in Suriname is vooral een verwachting. Een suggestie. Een ambitie.

"Mi e kon now."
Iedereen weet dat deze zin onmogelijk letterlijk bedoeld kan zijn. Niemand raakt in paniek. Niemand denkt werkelijk dat de persoon nu al onderweg is. "Now" betekent hier meestal: ik ben begonnen met het mentale proces van vertrekken.
Dat werkt verrassend goed. Tot het in de gezondheidszorg terechtkomt.

Want ziekte heeft weinig respect voor onze nationale tijdsbeleving. Een hartaanval ontwikkelt zich zelden met begrip voor verkeersopstoppingen, vergaderingen of logistieke uitdagingen.
Afgelopen dinsdag werd ik daar zelf opnieuw mee geconfronteerd. Niet met een hartaanval. 
De polikliniek zou om 08:30 uur beginnen. Uiteindelijk begon die pas rond 10:00 uur. Patiënten wachtten daardoor één tot soms twee uur langer dan gebruikelijk. En eerlijk is eerlijk: dat hoort niet. Normaal probeer ik de wachttijden te beperken tot maximaal vijftien minuten. Gelukkig lukt dat meestal ook.

Maar die ochtend begon de eerste bespreking, de dienstoverdracht van 07:30 uur, al uit te lopen. Zoals dat soms gaat in ziekenhuizen: één complexe patiënt wordt besproken, daarna nog één, en voor je het weet verandert een korte overdracht in een mini-symposium interne geneeskunde.

Daarna volgde een op korte termijn geplande werkbespreking die noodzakelijk was en eveneens langer duurde dan gepland. Tegen de tijd dat alles afgerond was, keek de klok mij aan met dezelfde verwijtende blik als een patiënt die al anderhalf uur nuchter zit te wachten.
Het ironische is dat niemand in de zorg echt stilzat. Integendeel. Iedereen was juist bezig problemen op te lossen, beslissingen te nemen, patiënten te bespreken en gaten in het systeem dicht te lopen. En toch ontstond tegelijkertijd ergens anders opnieuw vertraging.

Dat is misschien wel de kern van veel Surinaamse systemen: we zijn voortdurend druk bezig met het beheersen van acute situaties, waardoor structurele tijdscontrole langzaam verdwijnt als een röntgenaanvraag die "ergens op de afdeling" moet liggen.

Goed plannen en multitasking blijven uitdagingen. Zeker in een zorgsysteem waar agenda’s vaak worden ingehaald door de realiteit van de dag.
Want in theorie ziet een ziekenhuisdag er prachtig uit:
07:30u overdracht.
08:00u zaalwerk.
09:00u poli.
12:00u administratie.
13:00u overleg.
14:00u consult.
16:00u afronden.
In werkelijkheid ziet het er vaker uit als het kruispunt van de Zwartenhovenbrugstraat en de Dr. Sophie Redmondstraat op een vrijdagmiddag zonder werkende verkeerslichten. En toch blijft alles op een wonderlijke manier draaien.

Patiënten passen zich meestal ook aan. Surinamers hebben een indrukwekkend improvisatievermogen ontwikkeld. Mensen nemen extra water en eten mee, extra geduld, soms een eigen stoel of zelfs de hele familie. Men weet intuïtief dat een afspraak met één uur wachten, theoretisch gezien, ook een halve dag kan worden. Dat betekent niet dat we vertraging normaal moeten vinden. Integendeel. Tijd is in de zorg belangrijk. Vertraging betekent frustratie. Vermoeidheid. Onnodig lange wachttijden. Soms zelfs medische risico’s.
Maar de realiteit is ook dat veel zorgverleners dagelijks meerdere rollen tegelijk proberen te vervullen: arts, administrateur, planner, crisismanager, bemiddelaar en soms bijna logistiek coördinator.

De specialist is onderweg, maar vaak tegelijkertijd ook nog in drie andere vergaderingen, twee telefoongesprekken en een discussie over waarom de printer opnieuw niet werkt.
Misschien is dat de echte Surinaamse multitasking.
Toch mogen we niet accepteren dat structurele inefficiëntie een soort nationale cultuur wordt. "Zo is dat nu eenmaal" is een gevaarlijke zin. Want systemen verbeteren nooit vanzelf. Ze verbeteren pas wanneer mensen erkennen dat voortdurende improvisatie geen duurzame strategie is.

We blijven opvallend optimistisch.
Misschien omdat Surinamers diep vanbinnen geloven dat dingen uiteindelijk wel goed komen. Niet noodzakelijk snel. Niet noodzakelijk efficiënt. Maar uiteindelijk.
Dat geloof houdt het land overeind.
Maar het is nu tijd dat onze systemen hetzelfde gaan doen.

Khalid Saboerali

Disclaimer:
Dit stuk betreft een persoonlijke maatschappelijke beschouwing gebaseerd op professionele ervaringen binnen de gezondheidszorg. De inhoud bevat geen informatie die herleidbaar is tot individuele patiënten, collega's of specifieke zorginstellingen.