Essay: Waarheidscommissie kan naast strafproces
29 Mar 2012, 11:10
foto
Theo Para (Foto: RNW)


In een essay over de mogelijke aanvulling van de omstreden amnestiewet met een waarheidscommissie schrijft Theo Para dat waarheid en recht elkaar niet uitsluiten. Een waarheidscommissie kan naast het 8 decemberstrafproces functioneren.

‘De menselijke identiteit wordt in laatste instantie door de herinnering behouden, zowel op persoonlijk als collectief niveau. De cultivering van de herinnering aan gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in tijden van repressie – in het bijzonder ernstige schendingen van de mensenrechten – is in de afgelopen jaren bevorderd door het werk van waarheidscommissies in verschillende continenten. Dit suggereert het ontwaken van het universeel rechtsbewustzijn en de behoefte aan strijd tegen het opleggen van vergetelheid en straffeloosheid.’
Antônio Augusto Câcade Trinidade (Rechter van het Inter-Amerikaans Hof van de Mensenrechten in de Moiwana-zaak)

De initiatief Amnestiewet 2012 beoogt vergetelheid en straffeloosheid van onder meer de ernstige schendingen van de mensenrechten als de decembermoorden en Moiwana 1986. Zij wil het 8 decemberstrafproces stopzetten en het vonnis van het Inter-Amerikaanse Hof van de Mensenrechten, dat de daders van de massaslachting te Moiwana moeten worden vervolgd, blokkeren. Symbolisch voor de belangenverstrengeling is haar voorstel dat de verantwoordelijke voor beide misdrijven tegen de menselijkheid, de huidige president, de Amnestiewet 2012 persoonlijk zal bekrachtigen. Als de Amnestiewet 2012 wordt aangenomen, maakt de staat zich ingevolge artikel 5 van de American Convention on Human Rights schuldig aan schending van het recht van de nabestaanden en overlevenden op een menselijke behandeling.

Die behandeling houdt onder meer in het respecteren van de fysieke, mentale en morele integriteit van betrokkenen. Jarenlang al dragen de families van de slachtoffers de last van traumatische ervaringen. Kinderen werden van hun vaders beroofd www.youtube.com.

Door de nabestaanden rechtsbescherming te ontzeggen en daarmee de mogelijkheid tot closure te onthouden, wordt mentaal en moreel lijden veroorzaakt. De staat heeft sinds 2000 met het besluit van het Hof van Justitie dat de decembermoorden moeten worden vervolgd en berecht, hoge verwachtingen geschapen bij de nabestaanden. Familieleden van de slachtoffers moesten emotioneel belastende getuigenissen afleggen. Zij moesten voor het forensisch onderzoek toestemming geven de stoffelijke resten van hun geliefden weer op te graven. Zij werden blootgesteld aan de vaak suggestieve en intimiderende bevragingen door sommige advocaten van de verdachten. Hoe grievend en beschadigend handelt de staat dan niet om ter wille van de straffeloosheid van de daders, slachtoffers en hun nabestaanden recht en waarheid te ontzeggen! Hoezeer draagt de staat dan niet bij aan het gevoel van persoonlijke onveiligheid van de nabestaanden! Een ernstigere vorm van schending van de rechtszekerheid, de rechtsgelijkheid en de beginselen van behoorlijk bestuur is moeilijk denkbaar. Ook andere mensenrechten zoals het recht op een eerlijk proces (artikel 8) en het recht op juridische bescherming (artikel 25) worden geschonden. Suriname is partij bij de American Convention on Human Rights en erkent de jurisdictie van het Inter-Amerikaans Hof van de Mensenrechten. Zij die de herstelde goede naam van Suriname door een internationale veroordeling weer beschadigen zullen vroeg of laat ter verantwoording worden geroepen.

Totalitaire staatsopvatting
Door het nationale en internationale protest tegen de initiatief Amnestiewet 2012 zijn de partijen van de 8 december-verdachten, NDP en PALU, in verlegenheid geraakt. In de verkiezingen hadden zij hun amnestieplannen verzwegen en de kiezers voorgehouden dat ze ‘politiek en recht uit elkaar zouden houden’. Ze beloofden in een ‘sociaal contract’ de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te zullen respecteren. Terwijl ze in hun amnestie-wetsvoorstel hoog opgaven over nationale eenheid en verzoening, werd het wetsvoorstel als een daderswet ontmaskerd. Bij wijze van damage control zeggen de amnestiërs nu hun wetsvoorstel te zullen aanvullen met de belofte dat na amnestie een waarheidscommissie zal worden geïnstalleerd.

Een waarheidscommissie als mosterd na de maaltijd. Terwijl de Waarheids- en Verzoeningcommissie van Zuid Afrika daders amnestie verleende in ruil voor een bekentenis, voor het vertellen van de waarheid, krijgen in de daderswet de schuldigen gratis amnestie. Zij hoeven geen enkele verantwoording voor hun misdaden af te leggen. De waarheidscommissie als rookgordijn voor het schenden van de grondwet en het strafrecht, voor inmenging in de onafhankelijke rechtsgang. Onder de leuze van een waarheidscommissie wordt de Trias Politica materieel vervangen door de totalitaire staatsopvatting. Of zoals de president–hoofdverdachte het eerder formuleerde: ‘de staatszorg is ondeelbaar’.

De amnestie muur
Een van de actuele voorbeelden van het totalitaire denken is de teloorgang van de neutraliteit van de staat. Instrumenten van overheidsvoorlichting worden, vooral vanuit het kabinet van de president (Cliff Limburg) tot propagandafora voor aanvallen op de beweging voor gerechtigheid, de President van de Krijgsraad en de Procureur Generaal. Weer wordt de eigen aanhang met staatsmiddelen ideologisch gegijzeld en de aandacht afgeleid door de strategie van het vijanddenken. De slavernij – ‘diezelfde mensen’ zei de NDP fractievoorzitter - , Nederland en de rechterlijke macht worden verbaal gemixed tot boeman. Met de tactiek van ‘de dief die roept houdt de dief’ wordt evenals is gedaan met de slachtoffers van 8 december 1982 karaktermoord gepleegd.

Nog voordat mede-couppleger Ruben Rozendaal had getuigd verschenen posters die hem als leugenaar portretteerden. En dat vanuit het kamp van de man van ‘op de vlucht neergeschoten’. Rozendaal vertelde dat legerleider Bouterse op 8 december 1982 persoonlijk Cyrill Daal en Surendre Rambocus had doodgeschoten, een getuigenis die overeenstemde met eerdere ooggetuigenissen van Roy Horb en Paul Bhagwandas, twee andere leden van de Groep van 16. (Staats)intimidatie is nu weer troef. Sommige programmamakers en journalisten zijn door superieuren verboden critici van de initiatief Amnestiewet 2012 aan het woord te laten. Wilgo Valies van de Bond van Leraren luidde de noodklok, intimidatie en angst bedreigen de vrije meningsuiting. Zelfs het laten bespioneren en intimideren van leraren door hun leerlingen, een beproefde methode in dictaturen, werd niet geschuwd. Het verleden is terug, wantrouwen en verdeeldheid bepalen de verhoudingen. Aan de ene kant van de Amnestie Muur de daders en aanhangers van de straffeloosheid, aan de andere kant de nabestaanden en voorstanders van gerechtigheid. Een natie met twee identiteiten.

Low intensity conflict?
De bewering in de initiatief Amnestiewet 2012 dat in Suriname tot de dag van vandaag sprake is van een ‘low intensity conflict’ is feitelijk onjuist. ‘Low intensity conflict’ staat volgens de handboeken van het Amerikaanse leger voor binnenlandse politiek-militaire conflicten met een intensiteit die lager ligt dan die van een conventionele oorlog. Suriname heeft sinds de militaire dictatuur van 1980-1987, nu al zes vreedzame en vrije verkiezingen gehouden. De Nationale Assemblee heeft unaniem gekozen voor aansluiting bij het Internationaal Strafhof. Zij heeft daarmee een stuk soevereiniteit overgedragen door de jurisdictie van dat hof te erkennen als het gaat om misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en genocide.

Met het 8 decemberstrafproces als lakmoesproef is een aanvang gemaakt met het beëindigen van de cultuur van straffeloosheid. Er is sinds twee decennia vrede in Suriname en geen sprake van een (semi-)oorlogssituatie. Door grote inzet van vooruitstrevende mensen van alle partijen is moeizaam een stuk vertrouwen hersteld. Als de amnestiërs nu dreigen dat een vonnis in het 8 decemberstrafproces tot een bedreiging van de vrede zal leiden, dan zeggen zij in feite dat de daders geweld zullen gebruiken. Wat zij daarmee bekennen is dat de huidige machthebber zich voordoet als democraat, maar dat de democratische rechtsstaat voor hem slechts functioneert als politiek cosmeticum.

Transitional Justice
Een waarheidscommissie is een van de instrumenten in wat heet transitional justice, overgangsrecht. Overgangsrecht beoogt na een dictatuur of een oorlogssituatie, bij behoud van het democratiseringsproces, de cultuur van straffeloosheid te beëindigen en de rule of law te vestigen binnen de context van democratisch bestuur. Wie roept waarheidscommissie zegt nog niet veel, in verschillende landen hebben waarheidscommissies verschillend inhoud en vorm gekregen. Maar dat een waarheidscommissie per definitie een strafproces uitsluit is toetsbaar onjuist. Strafprocessen, te beginnen met het Nuremberg Tribunaal tegen de nazi-leiders, vormen ook instrumenten van transitional justice beleid. Zo hebben Argentinië en Chili naast waarheidscommissies ook strafprocessen tegen de juntaleiders en andere mensenrechtenschenders gekend. Ook de Waarheids- en Verzoeningscommissie van Zuid Afrika had de mogelijkheid bij misdaden die het politiek-militaire handelen te buiten waren gegaan vervolging te laten instellen. Overigens is het niet verstandig om met geleend gezag (Nelson Mandela) het Zuid-Afrikaanse voorbeeld blindelings te kopiëren.

We moeten ervan leren om niet dezelfde fouten te maken, terwijl we rekening moeten houden met de concrete situatie en het rechtsgevoel in Suriname. Zo bleek uit een onderzoek van het Zuid Afrikaans Centrum voor de Studie van Geweld en Verzoening en de Khulumani Support Group onder honderden slachtoffers en nabestaanden van schendingen van de mensenrechten onder de Apartheid, dat de meesten van mening waren dat de waarheidscommissie niet had bijgedragen aan verzoening. Zij waren van mening dat gerechtigheid een voorwaarde is voor verzoening. De familie van de bekende anti-apartheidsactivist Steve Biko, die door de veiligheidspolitie was vermoord, noemde de Waarheids- en Verzoeningscommissie een ‘voertuig voor politiek opportunisme’ en klaagde het aan bij de rechter als ‘onconstitutioneel’.

Recht en Waarheid
We moeten de karakteristieken en geschiedenis van Suriname en zijn bevolking respecteren bij het zoeken naar oplossingen. The New York Times merkte al op dat het begrip ‘rechtsstaat’ levendig is binnen de Surinaamse cultuur. Het is een onmiskenbaar feit dat het onderzoek en het gerechtelijk proces inzake de decembermoorden al ruim 10 jaren lopen. De afsluiting staat van de rechtsgang is aanstaande. Om het strafproces nu, uit angst voor het vonnis, te willen vervangen door een waarheidscommissie is niet alleen ongrondwettelijk en in strijd met internationale mensenrechtenverdragen, het is ook een vorm van counter-factual thinking. Een waarheidscommissie zou zinvol kunnen zijn voor de documentatie en verwerking van de militaire repressie en schendingen van mensenrechten. Vooral de misdrijven die strafrechtelijk zijn verjaard en waar de slachtoffers geen erkenning, genoegdoening of compensatie voor hebben gehad zouden in aanmerking kunnen komen voor behandeling in een waarheidscommissie. Omdat deelname aan een waarheidscommissie veelal is gebaseerd op vrijwilligheid, is het instrument ongeschikt voor daders die de feiten willen verhullen en onwillig zijn verantwoording af te leggen voor hun misdaden. De hoofdverdachte gaf een voorbeeld van die houding door in het 8 decemberstrafproces nooit te verschijnen.

Het is geschikt voor daders die weer in waarheid willen leven, de mentale en morele schade willen helpen herstellen en die waar mogelijk zich willen verzoenen met de nabestaanden. Dat die laatste weg geen fantasie is bewees de omhelzing van Ruben Rozendaal en Henk Kamperveen, zoon van André Kamperveen, die in de nacht van 7 op 8 december 1982 door Rozendaal c.s. gewelddadig werd ontvoerd. Een integere waarheidscommissie kan naast de strafprocessen tegen de massamoorden, goed functioneren. Verhoudingen en normen worden op die wijze hersteld. Die complementaire benadering beantwoordt aan het historische Surinaamse rechtsgevoel dat zo treffend wordt bezongen in ons volkslied: ‘Recht en waarheid maken vrij’.