Praten is geen democratie
21 Nov 2012, 01:00
foto
Assembleevoorzitter Jennifer Simons tijdens de inleiding van Projekta maandagavond. (Foto: Martin Redjodikromo)


Projekta heeft de vijfde Democratiemaand maandagavond afgesloten met als thema 'Actieve burgers'. In de bomvolle zaal van Lalla Rookh gaf de voorzitter van De Nationale Assemblee, Jennifer Simons haar visie op democratie en actief burgerschap. Simons stelde dat een basisvoorwaarde voor democratie en actief burgerschap is dat informatie dichtbij en toegankelijk moet zijn: “je moet als burger begrijpen waarover het gaat om mee te kunnen doen.”

De informatie is in grotere samenlevingen niet altijd overzichtelijk en men moet geschoold zijn, wil men het kunnen begrijpen. Soms zijn burgers te arm om de informatie op een behoorlijke manier tot zich te nemen. “Als er armoede is, is democratie moeilijk. Parlementaire democratie is eigenlijk voor een samenleving met een sterke en grote middenklasse.” Zij stelt ook dat burgers de kans moeten krijgen om die informatie te verwerken en toe te passen door op hun eigen lokaal niveau met het bestuur om te gaan. Als mensen niet kunnen participeren in besluitvormingsprocessen die van invloed zijn op hun leven, dan is er geen democratie.

Betere bestuurlijke organisatie
De behoefte aan een betere bestuurlijke organisatie van het land is een terugkerend thema in het betoog van Simons: “Naast de nationale overheid en een district, kennen we in bestuurlijk opzicht geen dorpen, steden of gemeenten. Het ontbreken van die lokale structureren belemmert onze ontwikkeling, hoewel veel burgers niet realiseren hoe ernstig dat is. Het huidig bestuurlijk model biedt niet de ruimte dat iedereen kan participeren en zich kan ontwikkelen.” Een ingrijpende grondwetswijziging op dat stuk is niet eens nodig, zegt zij, omdat in Grondwet al is vastgelegd dat burgers moeten kunnen participeren en dat er lokale overheden moeten zijn.

Tijdens de discussie gaven verschillende mensen uit de zaal aan, dat zij ook ervaren dat er op lokaal niveau te weinig invloed kan worden uitgeoefend. Er worden wel hoorzittingen gehouden, maar ressort- en districtsraden hebben geen ruimte om zelf zaken te organiseren en uit te voeren. Men blijft afhankelijk van ministeries, die hun verzoeken wel of niet op de begroting opnemen en uitvoeren. Desondanks moeten burgers volgens de assembleevoorzitter meer trekken aan districts- en ressortraadsleden, vooral als het gaat om het kenbaar maken van behoeften, en het meewerken aan ontwikkelingsinitiatieven. De dr- en rr-leden hebben hoe dan ook een bepaalde verantwoordelijkheid als lokale volksvertegenwoordigers. Ook moet er meer bewustzijn komen dat de Nationale Assemblee verantwoording schuldig is aan het volk, en moet het volk deze vaker vragen en eisen van de Assembleeleden.

Het aanpassen van de bestuurlijke organisatie van het land is misschien een grote klus om te klaren, maar daarover moet alvast worden nagedacht en met elkaar gesproken. Projekta gaf aan dat de organisatie al langer bezig is te kijken naar het vormgeven van lokale burgerparticipatie binnen het huidige bestuurlijk systeem en dat ook anderen, zoals Annette Tjon Sie Fat, zich daarover hebben gebogen. Er is afgesproken dat er een uitwisseling van informatie komt, en dat het volgend jaar een vervolg komt op de discussie waarbij specifiek de ideeën van de voorzitter en van Projekta over participatie en lokaal bestuur worden besproken.

Verlagen van drempel
“Democratie en participatie zijn als een kankantrie. Het begint als een heel klein zaadje, je kan niet verwachten dat je in korte tijd een enorme boom hebt. Dus laten we beginnen, en vandaag starten.” De Nationale Assemblee is daarom gestart met verschillende stappen die de drempel tot participatie moeten verlagen, met name voor wat zij noemt “de burgers die daar al klaar voor zijn”.

Simons noemde in haar betoog enkele voorbeelden zoals de verantwoording over de werkzaamheden: “In de Nationale Assemblee wordt over van alles en nog wat gesproken, maar de media zendt maar drie minuten uit en dan het liefst het momentum dat parlementariërs met elkaar ruzie hebben. Daarom wordt er nu al via de website, meer worden verteld over wat er is besproken en gedaan in het parlement.” In 2013 zal dat ook via een eigen journaal gebeuren.
Maar ook in de werkwijze zijn veranderingen opgetreden. Fracties hebben nu hun eigen secretariaten. “We zijn ook begonnen met openbare commissievergaderingen, waarvoor mensen uit de sector worden uitgenodigd. Bij de wet op de bloedvoorziening zijn 13 vergaderingen gehouden met de sector. De commissie heeft toen het wetsvoorstel helemaal gewijzigd.” Deze werkwijze is nu nog incidenteel, maar moet structureel worden.

Moeilijk bereikbaar
Soms zijn het ook relatief kleine zaken, zoals het feit dat kledingvoorschriften voor bezoekers nu zijn versoepeld. Alleen voor de officiële vergaderingen gelden nog de strenge kledingvoorschriften.
Verschillende bezoekers gaven deze avond aan dat zij zelden tot nooit een reactie op hun brieven krijgen en dat ze het gevoel krijgen dat er weinig tot niets met hun input wordt gedaan. De Assemblee is telefonisch moeilijk bereikbaar, en afspraken kunnen soms pas na 3 maanden. Dat een heleboel zaken bij DNA belanden is voor de voorzitter een teken dat andere systemen niet optimaal werken. De stroom van binnenkomende brieven met grote en kleine vragen, verzoeken en voorstellen hebben de aandacht van De Nationale Assemblee.

“Er wordt nu een onderzoek gedaan naar het soort brieven dat binnenkomt en of het nodig is om een soort ombudsbureau te creëren vanuit het parlement. Vaak blijkt dat mensen komen met verzoeken voor woningen, en werk- en relatieproblemen. Men verwacht dat deze door de parlementariërs worden opgelost. Er zijn ook brieven met voorstellen of brieven die maatschappelijke problemen aankaarten. Halverwege 2013 komt het onderzoeksteam met een advies over dit vraagstuk.”