Hoe een overgangsregeling uit 2022 het ‘verrassing’-argument ondergraaft

Het kortgedingvonnis waarbij de Staat werd verplicht om alsnog fytosanitaire certificaten af te geven voor houtexport naar India, wordt door houtexporteurs gepresenteerd als correctie op “plotseling en disproportioneel” overheidsoptreden. Die lezing houdt echter geen stand wanneer de volledige voorgeschiedenis van het dossier wordt betrokken. De kernvraag is dan ook niet of regels mogen worden gehandhaafd, maar of dit optreden werkelijk onverwacht was. Het antwoord daarop is helder: nee.

De waarschuwing dateert uit 2022
Reeds in augustus 2022, onder de vorige regering, is aan houtexporteurs schriftelijk meegedeeld dat de bestaande exportpraktijk niet voldeed aan de geldende nationale en internationale regels. In die brief werd expliciet een overgangsregeling van zes maanden aangekondigd, waarna volledige naleving verplicht zou zijn. Deze overgangstermijn liep begin 2023 af.


Die mededeling was geen vrijblijvende waarschuwing, maar een duidelijke beleidsaankondiging. Exporteurs wisten dat de wijze waarop bepaalde houtsoorten onder de handelsnaam Mora roundlogs werden uitgevoerd, niet langer zou worden gedoogd.

Bestuurlijk falen, geen beleidsomslag
Wat daarna gebeurde, is precies waar het probleem zit. Ondanks het verstrijken van de overgangstermijn bleef de uitvoeringspraktijk ongewijzigd. Certificaten werden afgegeven voor ladingen die niet overeenkwamen met de door Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) goedgekeurde houtlijst. Daarmee handelde de overheid zelf in strijd met haar eigen regels én met internationale plantgezondheidsverplichtingen onder het IPPC-verdrag.

Dat falen kan echter niet worden aangegrepen als argument dat exporteurs recht hebben verworven op voortzetting van een onrechtmatige praktijk. In het bestuursrecht geldt een harde grens: onrechtmatig overheidsoptreden schept geen rechtens te honoreren vertrouwen.

Het besluit-Noersalim: herstel, geen verrassing
Toen minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij in oktober 2025 besloot daadwerkelijk paal en perk te stellen aan deze praktijk, ging het niet om een nieuw of plots beleid, maar om het herstellen van naleving van regels die al jaren golden. Dat dit herstel laat kwam, is een feit. Dat het onverwacht zou zijn, is onjuist.

Het frame van “plotselinge handhaving” miskent dat exporteurs sinds 2022 bewust zijn blijven produceren voor de Indiase markt, terwijl bekend was dat de gehanteerde houtbenamingen niet strookten met internationale standaarden en door India niet werden erkend.


Beoordeling rechter
De kantonrechter constateert in het vonnis een scala van onregelmatigheden. De Staat en de exporteurs hebben niet volgens het boekje gehandeld. Er wordt hout geëxporteerd onder de verzamelnaam Mora roundlogs ook voor andere houtsoorten die verboden zijn in India. De rechter vindt echter dat het niet is gebleken dat de Staat een deugdelijke belangenafweging heeft gemaakt voor ze besloot geen fytosanitaire certificaten meer uit te geven. Hoewel deze zaak in 2022 al aan de orde is gesteld door LVV, stelt de kantonrechter dat in oktober een abrupt besluit is genomen zonder overgangsregeling. 

De rechter stelt voorop dat de Staat bevoegd is regelgeving te maken ter ordening van de houtsector. "Deze bevoegdheid ontslaat de Staat echter niet van de plicht de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen", staat in de beoordeling. De rechter gelast in zijn vonnis de vereiste fytosanitaire certificaten eenmalig af te geven aan de houtexporteurs voor alle reeds uitgevoerde en onderweg zijnde houtladingen bestemd voor India, ter beperking van de door hen te lijden schade. 

Een civiel vonnis kan geen internationale regels opzijzetten, geen verkeerde botanische aanduidingen rechtvaardigen en geen derde Staat – in dit geval India – binden. 

De rol van India en internationale regels
India heeft via zijn NPPO meermaals duidelijk gemaakt dat fytosanitaire certificaten uitsluitend geldig zijn wanneer de juiste botanische naam wordt vermeld. De handelsnaam Mora mag internationaal alleen worden gebruikt voor Maclura tinctoria. Andere houtsoorten daaronder scharen is in strijd met IPPC-standaarden. Dat is bevestigd door SBB, afgestemd met de Indiase autoriteiten en onderschreven door internationale deskundigen.

Dat exporteurs zich nu beroepen op economische schade, terwijl zij jarenlang hout hebben opgekocht, opgeslagen en verscheept op basis van een betwiste praktijk, maakt de situatie complex, maar niet rechtmatig. 

Wat nu onderzocht moet worden
Als er één les uit dit dossier volgt, is het dat een parlementair of bestuurlijk onderzoek zich niet alleen moet richten op de vraag of ondernemers “boven de wet” zijn geplaatst door een rechter, maar op de fundamentelere kwesties:
● waarom de overgangsregeling uit 2022 niet is geëffectueerd;
● wie verantwoordelijk was voor het jarenlang afgeven van foutieve certificaten;

Het besluit van minister Noersalim was geen abrupte beleidswijziging, maar een late correctie. Dat maakt het juridisch verdedigbaar, bestuurlijk noodzakelijk en internationaal onvermijdelijk.

Lees ook:
Tegenreactie: handhaving is geen verrassing, maar rechtszekerheid evenmin onderhandelbaar
Dossier houtexport 1: Certificaat onder protest: LVV vecht rechterlijk bevel aan