Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) legt zich niet neer bij het besluit van kortgedingrechter Robert Praag en heeft hoger beroep aangetekend tegen het vonnis dat op 31 december 2025 werd gewezen. In dat vonnis werd het ministerie tijdens een spoed kortgeding verplicht om fytosanitaire certificaten af te geven aan houtexporteurs, op straffe van een dwangsom van SRD 1 miljoen per uur bij niet-naleving.

LVV stelt dat de betreffende houtladingen, bestemd voor India, niet overeenkomen met de houtsoorten die zijn goedgekeurd door de Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht (SBB). De problematiek speelt al sinds augustus 2022, toen houtexporteurs schriftelijk is meegedeeld dat zij na een overgangstermijn van zes maanden volledig aan de geldende regels zouden moeten voldoen. Desondanks werd in de praktijk nog steeds goedkeuring verleend voor exporten waarbij de lading niet werd gedekt door de afgegeven certificaten.

In oktober 2025 trok minister Mike Noersalim een duidelijke grens. Exporteurs werd schriftelijk meegedeeld dat geen fytosanitaire certificaten meer zouden worden afgegeven voor houtsoorten die ten onrechte onder de naam Mora roundlogs werden geëxporteerd. Volgens LVV werden daarbij al jarenlang nationale én internationale regels overtreden. Nadat pogingen tot lobby, tot op het niveau van de president, geen resultaat opleverden, stapten houtexporteurs naar de rechter, die besloot dat het certificaat alsnog moest worden afgegeven.


De Afdeling Plantenbescherming en Kwaliteitskeuringen (NPPO) van LVV heeft daarop onder protest uitvoering gegeven aan het civiele vonnis door eenmalig fytosanitaire certificaten af te geven voor reeds uitgevoerde en lopende houtladingen bestemd voor India. Het betreft exporten van onder meer Pinnacle Timber Products NV, DT Timber Resources, Smart Nice Wood & Lumber, Tropical Leaf Timber Impex NV, Jeva Trading NV, Garapa Woods NV en Suriname Vikter Resources NV. De certificaten zijn uitsluitend verstrekt voor hout dat werd geëxporteerd onder de benaming Mora roundlogs, conform het vonnis, waarbij expliciet is aangegeven dat dit geen structurele toestemming betreft.

Volgens NPPO zijn tot nu toe zeven fytosanitaire certificaten afgegeven voor één bootlading richting India. In totaal zijn 129 containers voor de Indiase markt gefumigeerd (behandeld tegen schadelijke organismen). Voor 57 containers zijn certificaten opgemaakt conform de SBB-houtlijst, terwijl voor 25 containers certificaten zijn afgegeven met de vermelding Mora roundlogs, maar niet conform de SBB-lijst.

NPPO benadrukt dat de handelsnaam Mora uitsluitend mag worden gebruikt voor hout met de botanische naam Maclura tinctoria, en niet voor andere houtsoorten. Dit standpunt is afgestemd met zowel SBB als de Indiase NPPO. Ook een internationale plantgezondheidsdeskundige heeft bevestigd dat bij het afgeven van fytosanitaire certificaten altijd de juiste botanische naam verplicht is, conform internationale standaarden. De huidige afgifte van certificaten is volgens NPPO uitsluitend eenmalig, onder protest en vormt geen precedent voor toekomstige exporten.

Houtexporteurs vragen spoedoverleg
Intussen heeft de Surinaamse houtsector minister Noersalim verzocht om een spoedoverleg over grote hoeveelheden hout die momenteel zijn opgeslagen voor de Indiase markt, maar niet kunnen worden geëxporteerd. Met uitzondering van enkele expliciet toegestane houtsoorten liggen alle exporten naar India momenteel stil.

Daardoor zijn aanzienlijke voorraden houtblokken vastgelopen, waaronder Kopie, Gronfolo, Pakuli, Dijnda Udu en Mawsi Kwarie. De exporteurs vragen de minister dringend om gezamenlijk te kijken naar mogelijke oplossingen om deze reeds opgebouwde voorraden alsnog uit te voeren. LVV heeft intussen duidelijk aangegeven niet van plan te zijn vals opgemaakte certificaten te geven en heeft onder protest het rechterlijke besluit uitgevoerd, maar gaat in beroep tegen het vonnis. 

Lees: Dossier houtexport 2 om 00:58 uur