De column in Starnieuws over de export van rondhout en de rol van de rechter klinkt principieel, maar berust op een aantal fundamenteel onjuiste uitgangspunten. Deze vertekenen het juridische kader en leiden tot conclusies die niet stroken met de beginselen van behoorlijk bestuur en rechtsstatelijkheid.

1. Wettelijke norm ≠ onmiddellijke handhaafbaarheid zonder overgang
Dat fytosanitaire certificering een wettelijke en verdragsrechtelijke verplichting is, staat buiten kijf. Daaruit volgt echter niet automatisch dat een bestuursorgaan zonder nadere concretisering, beleidsvaststelling of overgangstermijn abrupt kan stoppen met het afgeven van certificaten aan bedrijven die jarenlang onder een andere uitvoeringspraktijk opereerden.

In het bestuursrecht is niet alleen de wet relevant, maar ook:
- het vertrouwensbeginsel;
- het rechtszekerheidsbeginsel;
- en het evenredigheidsbeginsel.

Wanneer de Staat jarenlang export toestaat — al dan niet ten onrechte — ontstaat een gerechtvaardigde verwachting dat deze praktijk niet zonder waarschuwing en redelijke aanpassingstermijn wordt beëindigd. Dat is geen vrijbrief voor overtreding, maar een erkenning dat de Staat zelf mede verantwoordelijkheid draagt voor de ontstane situatie.

De brief van 27 oktober 2025 was juridisch geen neutrale “herinnering”, maar een wijziging in handhavingsintensiteit. En dát is precies waarvoor overgangsrecht bedoeld is.

2. De rechter legaliseerde niets “achteraf”
De suggestie dat de kantonrechter de wet heeft genegeerd en overtredingen heeft “gelegitimeerd”, is feitelijk onjuist. De rechter heeft zich juist beperkt tot zijn kerntaak: het bieden van voorlopige rechtsbescherming.
Belangrijk is dat:
- de rechter niet heeft vastgesteld dat het hout wél voldeed;
- maar ook niet dat het níét voldeed;
hij uitsluitend heeft beoordeeld of het bestuursoptreden proportioneel en zorgvuldig was, gelet op de concrete omstandigheden.

Het argument van onomkeerbare schade is geen pervers signaal, maar een klassiek rechtsstatelijk correctiemechanisme. Zonder die toets zou de Staat door abrupt optreden elke onderneming feitelijk failliet kunnen procederen, nog vóórdat de inhoudelijke rechtmatigheid is vastgesteld. Dat is geen rechtsvervorming, maar rechtsbescherming.

3. Het echte systeemfalen ligt elders
In de column worden de pijlen gericht op ondernemers en de rechter, de meest ongemakkelijke conclusie wordt vermeden: het structurele falen van de uitvoerende overheid zelf.
Als:
- hout jarenlang werd gecertificeerd terwijl het niet voldeed;
- export structureel doorgang vond;
- en toezicht kennelijk onvoldoende was,
dan ligt het primaire probleem niet bij bedrijven die binnen dat systeem opereerden, maar bij:
- het falen van toezicht;
- inconsistente uitvoering;
- en bestuurlijke nalatigheid.

Handhaving die pas plaatsvindt nadat goederen zijn verscheept, contracten zijn gesloten en logistieke ketens lopen, is geen krachtig bestuur, maar bestuurlijke achterstand.

4. Vergelijking met olie- en gassector is juridisch onzuiver
De parallel met de olie- en gassector is retorisch sterk, maar juridisch ondeugdelijk. Deze sector:
- werkt met ex-ante-certificering;
- kent duidelijke compliance-roadmaps;
- en vereist voorafgaande audits en kwalificaties.

Juist daarom is het misleidend te suggereren dat deze uitspraak Surinames reputatie schaadt. Integendeel: een land dat laat zien dat rechters ook de Staat begrenzen, straalt méér rechtszekerheid uit, niet minder. Investeerders vrezen geen handhaving — zij vrezen onvoorspelbare handhaving.

5. Parlementair onderzoek: ja, maar naar de juiste vraag
Een parlementair onderzoek is verdedigbaar, maar niet met de impliciete aanname dat ondernemers “boven de wet” staan. De juiste onderzoeksvragen zijn:
- waarom werd jarenlang anders gehandhaafd?
- wie was verantwoordelijk voor certificering?
- welke interne controles faalden?
- en hoe wordt consistent, voorspelbaar en rechtmatig beleid hersteld?

Wie deze zaak reduceert tot “kapitaal versus recht”, versimpelt een complex bestuurlijk falen tot een moreel pamflet.

Conclusie
De kern van deze zaak is niet dát regels worden gehandhaafd — dat moet — maar hóé dat gebeurt. Een rechtsstaat wordt niet gemeten aan strengheid alleen, maar aan zorgvuldigheid, voorspelbaarheid en evenredigheid.
De rechter heeft die balans bewaakt. Dat is geen zwakte van de rechtsstaat, maar haar kracht.

Mr. drs. Shiraz Boedhoe
Advocaat