Terwijl het ministerie van Buitenlandse Zaken zich voorbereidt op de benoeming en uitzending van nieuwe ambassadeurs naar verschillende posten wereldwijd, staat Suriname voor een fundamentele keuze. Deze benoemingsronde is geen routinehandeling en geen administratieve formaliteit. Zij is een lakmoesproef voor de visie, ernst en toekomstgerichtheid van onze buitenlandse politiek.

In de internationale politiek wordt Suriname vaak bestempeld als een kleine staat zonder noemenswaardige invloed: geen militaire macht, geen grote economie, geen dominante stem. Maar deze benadering is achterhaald. In de 21e eeuw draait geopolitiek niet uitsluitend om macht, maar om strategische waarde. En juist daar beschikt Suriname over unieke, maar structureel onderbenutte troeven.

Suriname is het groenste land ter wereld. Dat is geen marketingterm, maar een geopolitiek gegeven. In een wereld waarin klimaatverandering, biodiversiteit en duurzaamheid het internationale debat bepalen, bezit Suriname iets wat steeds schaarser wordt: intact regenwoud. Toch slagen wij er nauwelijks in deze positie te vertalen naar structurele diplomatieke invloed of concrete financiële opbrengsten. Internationale waardering zonder tastbaar resultaat is geen beleid, maar sentiment.

Tegelijkertijd staat Suriname aan de vooravond van grootschalige olie- en gasproductie. Energie is macht. Olie en gas brengen niet alleen inkomsten, maar ook geopolitieke druk, buitenlandse belangen en strategische afhankelijkheden. Zonder een scherpe en professionele diplomatieke strategie dreigt Suriname in dit krachtenveld niet als speler, maar als speelbal te opereren. De geschiedenis leert dat natuurlijke rijkdom zonder sterke diplomatie en instituties zelden leidt tot duurzame ontwikkeling.

Daarnaast beschikt Suriname over een derde, vaak onderschatte kracht: culturele diversiteit. In een wereld die steeds verder polariseert, vormt Suriname een zeldzaam voorbeeld van vreedzaam samenleven tussen culturen. Dat maakt het land bij uitstek geschikt als bruggenbouwer tussen Noord en Zuid, tussen Caricom en Zuid-Amerika, tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden. Deze vorm van soft power is geen bijzaak, maar een strategisch instrument in moderne diplomatie.

De centrale vraag is daarom niet of Suriname iets te betekenen hééft in de wereld, maar waarom wij dat potentieel zo beperkt benutten. Het antwoord ligt voor een belangrijk deel in de manier waarop onze diplomatie is ingericht. Surinaamse ambassades functioneren te vaak ceremonieel, reactief en administratief. Diplomatie wordt nog te vaak gezien als representatie en status, in plaats van als een instrument om nationale belangen te dienen.

In de huidige wereld moet diplomatie rendement opleveren. Niet door principes te verkwanselen, maar door belangen professioneel, doelgericht en meetbaar te behartigen. Suriname kan verdienen aan diplomatie via klimaatfinanciering, carbon credits, energiedeals met kennis- en technologieoverdracht, handelsakkoorden en strategische partnerschappen. Maar dat vereist een fundamentele herdefiniëring van de rol van onze ambassadeurs.

De ambassadeur van vandaag kan niet langer uitsluitend een politiek benoemde vertegenwoordiger zijn die protocollen afwerkt en toespraken houdt. De ambassadeur van morgen moet een economisch diplomaat, een klimaatgezant en een strategisch onderhandelaar zijn, met inhoudelijke expertise, relevante netwerken en duidelijke doelstellingen. Diplomatie zonder meetbare resultaten is symboliek; diplomatie met focus is invloed.

Ambassades zouden moeten functioneren als echte “Suriname Hubs”: knooppunten waar actief wordt gewerkt aan het aantrekken van investeringen, het veiligstellen van klimaatmiddelen, het openen van markten en het opbouwen van internationale netwerken. Elke ambassade moet duidelijke prioriteiten hebben, afgestemd op het gastland en de nationale belangen van Suriname.

Juist nu het ministerie van Buitenlandse Zaken nieuwe ambassadeurs voorbereidt op uitzending, is dit het moment om afstand te nemen van oude reflexen. Diplomatieke posten zijn geen beloningen voor politieke loyaliteit en geen rustplaatsen aan het einde van een carrière. Zij zijn strategische posities in een wereld die snel verandert.

Deze benoemingsronde zal laten zien of Suriname diplomatie blijft zien als decor, of eindelijk erkent dat diplomatie een investering is in nationale ontwikkeling, invloed en toekomstbestendigheid. De wereld wacht niet. De vraag is of Suriname klaar is om zijn diplomatie serieus te nemen.

Clayton Hiwat