Het lijkt geen enkele regering te lukken om het Surinaamse volk te laten genieten van de welvaart van dit land. Opeenvolgende regeringen blijken niet in staat het vermogen op te brengen om de enorme potentie van Suriname om te zetten in welvaart en welzijn voor de burgers. Het volk wordt mismoedig van de façade dat Suriname een land met grote mogelijkheden zou zijn. Steeds blijft het bij loze kreten, terwijl armoede en verloedering verder om zich heen grijpen. De bevolking heeft duidelijk niets aan de gebakken lucht van beleidsmakers en politieke leiders die blijven herhalen dat het goed zal komen.

Sinds de introductie van het herdemocratiseringsproces eind jaren tachtig is het telkens weer de buikriem aanhalen en inleveren voor de samenleving. Ontelbare financiële herstructureringsprogramma’s zijn geïntroduceerd en geïmplementeerd, maar het resultaat in termen van duurzame ontwikkeling is per saldo vrijwel nul. De vicieuze cirkel van begrotings- en financieringstekorten weet men maar niet te doorbreken. Na de fragiele stabiliteit van het Venetiaanse tijdperk is de levensstandaard van de gemiddelde burger structureel bergafwaarts gegaan.

De vorige regering heeft pogingen ondernomen om orde en stabiliteit te brengen in de toen heersende financiële chaos en wanorde. De toenmalige president was echter, om uiteenlopende politieke motieven, niet in staat een halt toe te roepen aan het verkwanselende financiële beleid van elementen binnen zijn kabinet. Ter illustratie zijn er tal van controversiële infrastructurele projecten geweest. Op een gegeven moment moest zelfs de rechter eraan te pas komen om een project van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) als ontwikkelings- en financieringspartner stop te zetten. De stekker moest eruit vanwege onregelmatigheden in de aanbestedingsprocedures voor de rehabilitatie van de Van ’t Hogerhuysstraat. Daarnaast zijn er nog vele andere discutabele projecten die het daglicht niet kunnen verdragen. Tot op heden verkeert deze belangrijke verkeersader in belabberde staat en lopen dagelijks talloze voertuigen schade op.

Intussen is er een nieuwe bestuurlijke administratie aangetreden en horen we de minister van Financiën al aangeven dat er onvoldoende middelen zijn om de kosten voor basale voorzieningen te dekken. Loonafhankelijken in de laagste inkomensgroepen, met name binnen de ambtenarij, zullen op korte termijn dan ook geen looncorrectie tegemoet kunnen zien, afgaande op de uitlatingen van de bewindsvrouw van Financiën. Dit betekent een zware tegenvaller voor ambtenaren, die moeten rondkomen van een salaris waarvan de koopkracht aanzienlijk is uitgehold.

Het is daarom aan te bevelen dat de regering in 2026 en 2027 afziet van grootschalige infrastructurele projecten. In deze overbruggingsjaren richting de verwachte olie-inkomsten in 2028 dient de focus primair te liggen op het onderhoud van bestaande infrastructuur, zoals wegen, kanalen, bruggen en overheidsgebouwen. Ook nutsvoorzieningen als water en elektriciteit moeten op peil worden gehouden. Daarnaast mogen het onderwijs, de gezondheidszorg, de sociale zorg en de nationale veiligheid niet worden verwaarloosd. Tot slot zullen er maatregelen moeten worden genomen om prijsstabiliteit in de winkels te bevorderen.

Ettiré Patra