Korpschef is geen bevelvoerder, maar bewaker van duurzaamheid en professionaliteit
Het debat over de waarneming van het ambt van korpschef bij het Korps Politie Suriname (KPS) heeft de afgelopen dagen aan intensiteit gewonnen. Dat is begrijpelijk, want veiligheid raakt direct aan het functioneren van de rechtsstaat. Toch dreigt dit debat te ontsporen door misvattingen over de aard van het ambt, het bevoegd gezag over de politie en de rol van de korpschef binnen het staatsbestel. Als voormalig politieman en organisatiekenner voel ik mij geroepen enkele zaken recht te zetten.
Ingevolge het Politiehandvest (artikel 10, lid 1) staat de korpschef onder de algemene leiding van de minister van Justitie en Politie en is hij belast met organisatie en beheer van het korps. Dit is geen semantische nuance, maar een fundamentele juridische positionering. Het impliceert dat de korpschef geen operationeel bevelvoerder is. Hij leidt geen strafonderzoeken, geeft geen tactische bevelen op straat en stuurt geen opsporingshandelingen aan in individuele zaken.
De korpschef is in wezen een technocraat en topmanager. Zijn primaire verantwoordelijkheid is het zodanig inrichten, onderhouden en ontwikkelen van de politieorganisatie dat deze duurzaam, professioneel en toekomstbestendig functioneert. Hij faciliteert niet slechts, maar draagt de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het korps “bij de tijd” blijft: qua organisatievorm, personeelsbeleid, kennisontwikkeling, technologie, integriteitssystemen en interne controle.
Precies daar is het de afgelopen periode misgegaan.
Opeenvolgende korpschefs – benoemd én waarnemend – zijn blijven vasthouden aan een verouderde, conventionele managementstijl, sterk gericht op formele gezagsverhoudingen, hiërarchie en bevelslijnen. Die benadering miskent de eisen die een moderne politieorganisatie stelt: werken op basis van kennis, kunde en vaardigheden; datagedreven besluitvorming; professionele autonomie binnen heldere kaders; en permanente organisatieontwikkeling.
In plaats van het korps te transformeren, is men blijven sturen vanuit het idee dat gezag vanzelf voortvloeit uit rang en positie. Dat model werkt niet meer. Het leidt tot institutionele traagheid, weerstand tegen innovatie en huiver om noodzakelijke hervormingen door te voeren. Niet de waarneming als zodanig heeft het korps verzwakt, maar het falen om het ambt van korpschef modern in te vullen.
Ook het vaak aangehaalde argument van het “hovj-schap” of de rol van de korpschef als hulpofficier van justitie verdient correctie. In de praktijk heeft deze rol voor de korpschef een overwegend symbolisch karakter. De korpschef leidt nimmer strafonderzoeken en stuurt geen opsporing aan. Een feitelijke invulling van die rol zou bovendien een ondergeschiktheidsrelatie aan de procureur-generaal (PG) impliceren.
Dat zou staatsrechtelijk onjuist zijn.
De PG is belast met de justitiële politiezorg (artikel 8 Politiehandvest) en is als hoofd van de vervolging bevoegd waar het gaat om strafrechtelijk onderzoek. De korpschef daarentegen is – net als de PG – een autoriteit op zichzelf, belast met organisatie en beheer. Er bestaat geen gezagsverhouding tussen beiden. Hun verantwoordelijkheden zijn complementair, niet hiërarchisch.
Het probleem ontstaat wanneer deze domeinen worden vermengd en wanneer van de korpschef wordt verwacht dat hij optreedt als operationeel leider of politiek schild in strafzaken. Dat is niet zijn rol en het ondermijnt zowel de scheiding der machten als de professionele logica van het politiebestel.
De oplossing ligt daarom niet simpelweg in het benoemen van een “echte” korpschef, maar in het herdefiniëren en respecteren van het ambt. Suriname heeft behoefte aan een korpschef die wordt geselecteerd en beoordeeld op zijn vermogen om een complexe organisatie duurzaam te managen en te moderniseren – niet op zijn bereidheid om oude conventies in stand te houden.
Zolang het ambt wordt ingevuld met een negentiende-eeuwse opvatting van gezag in een eenentwintigste-eeuwse veiligheidscontext, blijft elke korpschef – waarnemend of benoemd – gevangen in hetzelfde systeemfalen.
De kernvraag is dus niet wie de korpschef is, maar of wij eindelijk bereid zijn het ambt te laten functioneren zoals het bedoeld is.
Drs. Raoûl U. Hellings, B.Pol.
Vandaag
Gisteren
- Druk op Guyanese parlementsvoorzitter om mediabeperkingen op te heffen
- Afro Caraïbische Educatie Academie reikt eerste certificaten uit
- De onbegrijpelijke visummuur voor Suriname
- Man (64) zwaar toegetakeld met stroomkabel na burenruzie; verdachte aangehouden
- Gewapende roofoverval op goudzoekerskamp in Pikin Kawina
- China blijft kolencentrales bouwen ondanks bloeiende zonne- en windenergiesector
- Medische Zending-poli Coeroeni officieel geopend
- Goud staat op het punt nieuwe records te bereiken nu kopers terugkeren
- Duurzaam ontwikkelingsprogramma West-Suriname gestart
- Suriname: crisis in slow motion
- Zon en lokale buien
- Bangladesh nadert verkiezingen: India, Pakistan en China volgen nauwlettend
- Column: Hervormen, ja, maar niet blind
- Brunswijk: Jones is handlanger van de regering
- Pawiroredjo: Begin bij politie en capaciteit; meerdere pg’s lossen kernproblemen niet op
Eergisteren
- MCP heropent winkel en breidt assortiment verder uit
- Buitenlandse arbeid in Suriname: Tijd voor eerlijke zelfreflectie
- Projecten tot US$ 150.000 mogelijk voor Surinaamse landbouwers
- Fernandez wint presidentschap Costa Rica, partij boekt ruime parlementaire meerderheid
- Brunswijk: onafhankelijkheid pg mag niet worden uitgehold
- Stichting 8 December 1982: Vertrouwen in pg blijft
- Goud en edelmetalen populair ondanks recente koersdaling
- 42 militairen bevorderd; uitvoering defensiebeleid
- Heftig interruptie debat hervorming OM: ‘Er is geen vertrouwen in de pg’
- Warm weer met in de middag verspreide buien
- Mexicaanse president Sheinbaum belooft humanitaire hulp naar Cuba te sturen
- Column: Onze gezondheid begint bij onszelf: de strijd tegen chikungunya
- BLTO blijft in actie: eerst daden, dan pas normalisatie