De recente behandeling van de wateroverlastproblematiek in De Nationale Assemblée heeft opnieuw duidelijk gemaakt waarom zoveel burgers het vertrouwen in de politieke discussie verliezen. Terwijl duizenden mensen kampen met ondergelopen erven, beschadigde woningen en onveilige leefomstandigheden, verzandde het debat wederom in verwijten over welke regering in het verleden wel of niets heeft gedaan.

In plaats van oplossingsgericht te discussiëren, zagen wij opnieuw persoonlijke aanvallen, politieke profilering en onnodige spanningen binnen het hoogste college van staat. Zelfs leden die zelden inhoudelijk deelnemen aan beleidsdebatten, voelden zich geroepen om vooral anderen terecht te wijzen. Dat gedrag doet geen recht aan de ernst van de situatie waarmee de samenleving dagelijks wordt geconfronteerd.

Wanneer een nieuw lid oproept tot een andere houding binnen DNA, zou dat juist aanleiding moeten zijn voor zelfreflectie. Het parlement behoort een plaats te zijn waar visie, deskundigheid en inhoud centraal staan, niet emoties, partijpolitiek of publieke vertoningen die steeds meer lijken op een circus.

De uitdagingen van Suriname zijn te groot voor oppervlakkige discussies. Wateroverlast is geen probleem van vandaag alleen; het is het gevolg van jarenlang gebrekkig beleid, slechte ruimtelijke ordening, onvoldoende onderhoud van infrastructuur en het uitblijven van duurzame oplossingen. Daarvoor dragen meerdere regeringen verantwoordelijkheid. Het volk verwacht daarom geen eindeloze beschuldigingen meer, maar concrete maatregelen en nationale samenwerking.

De kwaliteit van een parlement blijkt niet uit hoeveel men schreeuwt, maar uit hoeveel oplossingen men aandraagt. Het is zorgwekkend dat de inhoudelijke behandeling van wetten en beleidsvraagstukken vaak ondergeschikt raakt aan politieke show. Juist daarom klinkt de kritiek op de kwaliteit van sommige volksvertegenwoordigers steeds luider binnen de samenleving.

Leden van DNA bekleden een bevoorrechte en verantwoordelijke positie. Die positie vraagt voorbereiding, dossierkennis, respect voor het debat en bovenal leiderschap. Suriname kan zich in deze moeilijke periode geen verdeeldheid en politieke kinderachtigheid permitteren.

Wat nu moet gebeuren, is duidelijk:
● een nationaal waterbeheerplan met structurele oplossingen;
● betere controle op infrastructuur en verkavelingsbeleid;
● meer inhoudelijke voorbereiding van parlementariërs;
● minder politieke confrontatie en meer samenwerking;
● en vooral een parlementaire cultuur waarin het landsbelang boven partijbelang staat.

Alleen wanneer bestuurders en volksvertegenwoordigers bereid zijn volwassen, inhoudelijk en verantwoordelijk te handelen, kan Suriname werkelijk vooruitgaan. Het volk verdient beter dan politieke spektakelstukken. Het verdient leiderschap.

Clayton Hiwat