Vrije meningsuiting beschermt niet alleen populaire ideeën. Juist impopulaire meningen hebben bescherming nodig. Anders is vrijheid van meningsuiting niets meer dan de vrijheid om te zeggen wat iedereen al accepteert.

Deze week is er een interessante discussie ontstaan naar aanleiding van een ingezonden stuk op Starnieuws van inzender Karel Donk, die daarmee reageert op een aangekondigde landelijke testcampagne op hiv. In zijn bijdrage trekt Donk de relatie tussen hiv en aids in twijfel en roept hij lezers op goed na te denken voordat zij zich laten testen. Verschillende medici, onder wie artsen die werkzaam zijn binnen de aidsbehandelingssector, reageerden verontwaardigd. Zij vinden dat met het publiceren van zulke opvattingen de volksgezondheid in gevaar wordt gebracht en verwijten Starnieuws dat ongefundeerde standpunten een podium krijgen.

Die kritiek is begrijpelijk. Artsen en gezondheidswerkers dragen dagelijks verantwoordelijkheid voor mensenlevens. Zij kijken vanuit wetenschappelijke kennis en medische ervaring naar zo’n publicatie. Wanneer uitspraken indruisen tegen algemeen aanvaarde medische inzichten, ontstaat vanzelf bezorgdheid.

Maar daar begint ook de fundamentele discussie over vrije meningsuiting. Een medium dat ruimte biedt aan ingezonden stukken zegt daarmee niet automatisch dat het achter elke gepubliceerde mening staat. Starnieuws heeft de bijdrage van Donk gepubliceerd omdat het recht op vrije meningsuiting ook ruimte moet bieden aan controversiële, afwijkende of zelfs impopulaire opvattingen, zolang zij binnen redactionele grenzen blijven. Dat betekent niet dat de redactie de inhoud onderschrijft. Integendeel; ook de reacties van de medici zijn integraal gepubliceerd, zodat lezers verschillende standpunten kunnen afwegen.

Dat is precies hoe een open samenleving hoort te functioneren: niet door meningen vooraf te verbieden, maar door ze in het publieke debat te confronteren met argumenten, feiten en tegenreacties. De roep om bepaalde meningen niet te publiceren wordt de laatste jaren steeds sterker. Alles wat afwijkt van de dominante opvatting krijgt al snel het etiket “desinformatie”, “complotdenken” of “gevaarlijk”. Soms is dat terecht.

Een controversiële mening publiceren binnen een open debat is iets anders dan actief mensen schade willen berokkenen, zoals oproepen tot geweld, haatzaaien of het bewust verspreiden van leugens met kwaadaardige bedoelingen.

In het geval van de discussie rond hiv en aids is bovendien van belang dat testen in Suriname geen wettelijke verplichting is, maar een vrijwillige keuze van burgers. Mensen behouden dus altijd hun eigen verantwoordelijkheid om zich te informeren, medisch advies in te winnen en keuzes te maken.

De kracht van een samenleving blijkt niet uit het zwijgen opleggen aan afwijkende stemmen, maar uit het vermogen om zulke stemmen publiekelijk te weerleggen. Wetenschap wordt uiteindelijk niet sterker door censuur, maar door open debat, bewijsvoering en transparantie.
Juist daarom moet het vrije woord gekoesterd worden. Niet omdat elke mening juist is, maar omdat een vrije samenleving zonder ruimte voor debat langzaam verandert in een samenleving waarin angst bepaalt wat nog gezegd mag worden.

Opvallend in deze kwestie is dat sommige media wel de boze reactie van de artsen hebben overgenomen, zonder aandacht te besteden aan de oorspronkelijke context waarin Starnieuws het debat mogelijk maakte en al helemaal niet aan de redactionele overweging om een controversieel artikel te publiceren als voeding voor het publieke debat.

Wanneer slechts de reactie van de medici wordt gepubliceerd, met daarin stevige verwijten aan Starnieuws, zonder de oorspronkelijke context volledig mee te nemen, ontstaat het risico dat Starnieuws zelf onderwerp van kritiek wordt en wordt neergezet alsof het bewust desinformatie verspreidt, terwijl het medium juist ruimte heeft gegeven aan debat en wederwoord.

Tegelijkertijd is elk medium vrij om die reactie van de artsen nieuwswaardig te vinden. Zeker wanneer artsen stellen dat de volksgezondheid mogelijk in gevaar komt, kan dat op zichzelf een maatschappelijk relevant nieuwsfeit zijn. Media mogen elkaar kritisch volgen, maar moeten daarbij wel eerlijk blijven over de context en intentie van collega-media. Anders ontstaat geen debat meer over ideeën, maar een soort morele veroordeling van het medium.

Vrije meningsuiting betekent niet dat iedereen gelijk heeft. Het betekent dat ideeën publiekelijk besproken, bekritiseerd en weerlegd mogen worden zonder dat onmiddellijk de roep ontstaat om zwijgen op te leggen.

De kracht van een democratische samenleving ligt niet in het verbieden van controversiële meningen, maar in het vermogen om ze openlijk met argumenten te bestrijden. Een samenleving waarin mensen niet meer durven te publiceren, discussiëren of af te wijken uit angst voor publieke veroordeling is misschien wel gevaarlijker dan één controversieel ingezonden stuk.

Wilfred Leeuwin