Ontslag voltallige CBvS-Raad: regering tart grenzen van de Bankwet
Volgens het regeringsbesluit, dat terugwerkt tot 10 april 2026, werd de volledige RvC vervangen door een nieuwe raad. Opvallend daarbij is niet alleen de abrupte aard van het besluit, maar vooral het ontbreken van een publiek toegankelijke motivering waarom de zittende commissarissen moesten vertrekken. Daarmee lijkt de regering zich op glad juridisch ijs te begeven.
De Centrale Bankwet 2022 laat weinig ruimte voor interpretatie over de benoeming en het ontslag van commissarissen. Artikel 5 bepaalt expliciet dat leden van de RvC worden benoemd voor een termijn van vijf jaar en slechts eenmaal herbenoembaar zijn. De betreffende raad trad pas in 2024 aan en bevond zich dus nog midden in zijn wettelijke termijn. Dat gegeven alleen al maakt duidelijk dat een voortijdig collectief ontslag niet lichtvaardig kan plaatsvinden.
Nog problematischer is de toepassing van artikel 6 van dezelfde wet. Daarin staat helder omschreven onder welke omstandigheden een commissaris kan worden geschorst of ontheven. Dat kan uitsluitend wanneer betrokkene niet langer voldoet aan de wettelijke vereisten of ernstig tekortschiet in de uitvoering van de functie. Bovendien vereist de wet dat een dergelijk besluit wordt genomen op voordracht van een meerderheid van de overige leden van de raad én de directie van de Centrale Bank.
Precies daar wringt het. Hoe kan een volledige raad collectief worden ontslagen op voordracht van “de overige leden”, wanneer die overige leden er feitelijk niet meer zijn? Juridisch roept dit onmiddellijk de vraag op of artikel 6 überhaupt de mogelijkheid biedt om de gehele raad ineens te verwijderen. De wetgever lijkt immers bewust gekozen te hebben voor een systeem waarbij individuele commissarissen kunnen worden aangepakt, en niet voor een politieke schoonmaakoperatie van het volledige toezichtsorgaan.
Daar komt nog bij dat de wet expliciet voorschrijft dat een besluit tot schorsing of ontheffing met redenen moet zijn omkleed en dat de betrokken commissarissen vooraf gehoord moeten worden. Tot dusver heeft de regering geen concrete tekortkomingen, integriteitskwesties of beleidsfouten van de voormalige raad openbaar gemaakt. Evenmin is bekend of hoor en wederhoor daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Het regeringsbesluit bevat slechts een standaardformulering waarin de ontslagen commissarissen worden bedankt voor hun bewezen diensten.
Dat is onvoldoende. In een democratische rechtsstaat mag van de regering worden verwacht dat zij zware bestuurlijke ingrepen niet alleen wettelijk onderbouwt, maar ook publiek verantwoordt. Zeker wanneer het gaat om een instelling als de Centrale Bank, waarvan onafhankelijkheid en stabiliteit cruciaal zijn voor het financieel vertrouwen in het land.
De kwestie krijgt bovendien een wrange politieke dimensie doordat één van de ontslagen commissarissen, Robbie Poetisi, onmiddellijk opnieuw is benoemd in de nieuwe raad. Dat roept de logische vraag op: als de voltallige raad werkelijk disfunctioneerde, waarom wordt één van dezelfde leden dan direct gehandhaafd? En als er geen sprake was van disfunctioneren, op welke grond werd de rest dan verwijderd?
Dit soort inconsistenties voedt de perceptie dat het besluit eerder politiek dan institutioneel gemotiveerd is. Dat is gevaarlijk. Centrale banken functioneren immers niet alleen op basis van wettelijke bevoegdheden, maar ook op basis van vertrouwen — vertrouwen van burgers, investeerders, internationale financiële instellingen en de markt. Wanneer de indruk ontstaat dat toezichthoudende organen naar politieke willekeur kunnen worden vervangen, tast dat de geloofwaardigheid van de institutionele architectuur aan.
Suriname draagt nog altijd de littekens van eerdere crises rond monetair beleid, valutabeheer en financieel toezicht. Juist daarom werd de Centrale Bankwet aangescherpt: om politieke inmenging te beperken en transparante governance te versterken. Indien dezelfde wet nu selectief of creatief wordt geïnterpreteerd door de uitvoerende macht, dreigt de hervormingsagenda haar geloofwaardigheid te verliezen.
De regering doet er daarom verstandig aan volledige openheid van zaken te geven. Op welke juridische basis is de voltallige raad ontslagen? Zijn de procedures van artikel 6 daadwerkelijk gevolgd? Zijn de betrokken commissarissen gehoord? Welke concrete feiten rechtvaardigden het voortijdig beëindigen van hun mandaat? Zonder duidelijke antwoorden blijft de indruk bestaan dat de wet niet als bindend kader wordt beschouwd, maar als een instrument dat naar politieke opportuniteit kan worden gebogen.
De kern van de kwestie is uiteindelijk groter dan de namen van individuele commissarissen. Het gaat om de fundamentele vraag of wettelijke waarborgen in Suriname daadwerkelijk betekenis hebben wanneer zij de overheid beperken. Een rechtsstaat wordt immers niet getest wanneer de wet politiek goed uitkomt, maar juist wanneer wettelijke procedures ongemakkelijk of beperkend zijn voor de machthebbers van het moment.
Men vraagt zich af waarom een ex-governor en twee ex-ministers hieraan meewerken. De wet beschermt immers ook de governor tegen politieke willekeur. Is dit misschien een testcase om straks ook de governor de laan uit te sturen?
Als de regering zonder transparante motivering en zonder zichtbaar respect voor de procedure een voltallig toezichtsorgaan van de Centrale Bank kan vervangen, dan moet de samenleving zich ernstig afvragen welke institutionele bescherming nog werkelijk overeind staat.
Cheryl Dijksteel
Lid van De Nationale Assemblée (VHP)
Vandaag
Gisteren
- Notities uit de behandelkamer: Gezond genoeg om arm te zijn
- Baitali: vertraging Van ’t Hogerhuysstraat gevolg van trage uitvoering vonnis
- Regering trekt SRD 2,4 miljard uit voor nieuwe elektriciteitssubsidie
- Derde helft WK 2026: Mexico wint spannende wedstrijd, drie rode kaarten en vroege goal
- Pleidooi voor meer aandacht voor honingsector in het binnenland
- Wie alleen naar SRD 16 miljard kijkt, leest de begroting verkeerd
- Derde helft WK 2026: Haïti gedwongen tenue te wijzigen vanwege oorlogssymboliek
- Derde helft WK 2026: Estadio Azteca, het iconische hart van het WK
- OM eist 30 maanden celstraf tegen veroorzaker dodelijke aanrijding Johannes Mungrastraat
- Spoedeisende Hulp AZP kondigt ‘Code Zwart’ af; Medische Staf in overleg
- Derde helft WK 2026: FIFA streng over rechten: regels gelden voor horeca én media
- Grondconversie vraagt om een evenwicht tussen overheidsgezag en rechtsbescherming
- Nieuw ministerie, Olie Gas en Milieu investeert SRD 3,4 miljard in Staatsolie
- In de middag kans op lokale regen- en onweersbuien
- VS valt Iran aan, Iran sluit Straat van Hormuz
- Soeropawiro: Burgers mogen niet de dupe worden van herziening grondconversie
- Column: Voetbalplezier
- IMF: Goudsector blijft achter ondanks economische groei
Eergisteren
- Regering werkt aan onderwijsplan richting 2035
- Derde helft WK 2026: de opvallendste cijfers van WK 2026
- Een waardig laatste afscheid laat zich niet haasten
- OAS-topman Ramdin betreurt vertrek van kabinetschef Jessurun na intrekking visum
- President en deskundigen vragen aandacht voor verborgen geweld tegen kinderen
- PAHO: Lage belastingen remmen strijd tegen suiker en alcohol
- Acute bedreiging van veilige obstetrische zorg
- WK 2026 begint onder politieke druk en protesten
- Artikel 140 Grondwet en de psychologie van verantwoordelijkheid
- Onderwijsvernieuwing vraagt meer dan nieuwe plannen alleen
- Warm en benauwd weer; later kans op enkele regenbuien
- Filipijnen: Race tegen de klok om overlevenden te vinden na krachtige aardbeving
- Koopkracht nog niet hersteld ondanks lagere inflatie
- Bijna 600 ontwikkelingsprojecten geregistreerd; uitvoering blijft een probleem