De bestrijding van corruptie lijkt in Suriname structureel geen echte prioriteit. Ondanks herhaalde beloftes blijft een fundamentele en consequente aanpak uit. In plaats daarvan zien we dat personen met discutabele reputaties nog steeds worden benoemd op invloedrijke posities — vaak afkomstig uit de eigen politieke gelederen.

Dit wijst op een dieper probleem dat elke regering lijkt te raken. Geen enkele partij is volledig vrij van leden die zich hebben misdragen, en in sommige gevallen nog steeds doen. Daardoor ontstaat een patroon waarin politieke loyaliteit zwaarder weegt dan integriteit. Corruptiebestrijding wordt selectief toegepast: streng naar buiten toe, maar terughoudend binnen de eigen kring.

Een treffend voorbeeld hiervan is de conceptwet uit de vorige regeertermijn, waarin werd voorgesteld dat leden van De Nationale Assemblée aan minimale voorwaarden moeten voldoen, zoals het niet hebben van een strafblad — een basale eis voor volksvertegenwoordigers. Toch bleef het daarna stil. Het voorstel verdween zonder serieuze behandeling naar de achtergrond.

Dit selectieve optreden staat niet op zichzelf, maar past binnen een bredere bestuursstijl. Structurele problemen worden vaak niet duurzaam opgelost, maar tijdelijk aangepakt — lapwerk in plaats van beleid. De situatie rond de luchttoren op luchthaven Zanderij is daar een voorbeeld van, waar een definitieve oplossing uitblijft. Tegelijkertijd ligt er veel nadruk op zichtbaarheid: lintjes knippen en ceremoniële aanwezigheid bij particuliere initiatieven, alsof de overheid zelf de drijvende kracht is geweest. Dit versterkt de indruk dat beeldvorming en politieke profilering vaker prioriteit krijgen dan een consequente aanpak van fundamentele problemen, waaronder corruptie.

Binnen deze context klinkt het “opschonen” van corruptie binnen de overheid weinig overtuigend. Want wie worden er werkelijk aangepakt? Te vaak lijkt het te gaan om eenzijdige acties, waarbij de eigen gelederen buiten schot blijven.

Zolang corruptiebestrijding geen principiële en consequente keuze wordt, maar een politiek instrument blijft, zal er weinig veranderen. Echte vooruitgang vraagt om politieke moed: de bereidheid om ook intern schoon schip te maken.

Zonder die stap blijft corruptie geen probleem dat wordt opgelost, maar een realiteit die wordt beheerd.

Rumi Knoppel