Suriname staat aan de vooravond van een nieuw economisch en sociaal-maatschappelijk tijdperk. De exploitatie van olie en gas wekt hoge verwachtingen ten aanzien van economische groei en nationale ontwikkeling. De internationale ervaring leert echter dat natuurlijke rijkdom geen automatische garantie is voor sociale vooruitgang. Zonder zorgvuldig en consistent beleid leiden deze bronnen vaak tot gemiste kansen, groeiende ongelijkheid en maatschappelijke spanningen.

De kernvraag is niet hoe groot de olieproductie wordt, maar hoe we de vier w’s organiseren:
• wie profiteert?
• wie participeert in de arbeid?
• wie draagt kennis over?
• wie bepaalt de beleidsrichting?

Onderzoek laat zien dat veel olieproducerende landen kampen met wijdverbreide armoede, terwijl een kleine bovenlaag extreem rijk wordt. De boosdoeners zijn bekend: onder meer corruptie, zwakke instituten en een gebrek aan economische variatie. Slechts een handvol landen, zoals Noorwegen, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar, wist de zogenaamde ‘vloek van de rijkdom’ te voorkomen, het verschijnsel waarbij de ontdekking van grondstoffen paradoxaal genoeg leidt tot minder economische groei, minder democratie en slechtere ontwikkelingsresultaten.

Harde aanpak van corruptie en versterking van de rechtsstaat

Als Suriname corruptie niet structureel bestrijdt en een cultuur van transparantie verankert, dreigt het land te eindigen als een staat waar welvaart zich concentreert bij een beperkte elite. De regering is hierop nadrukkelijk gewezen. Een cruciale stap is de aanstelling van speciale procureurs-generaal die zich uitsluitend richten op corruptiebestrijding. Momenteel is de vervolging van politici, ambtsdragers en regeringsfunctionarissen nog te vaak afhankelijk van een politieke meerderheid in het parlement; deze politieke immuniteit moet worden doorbroken. De wet geldt voor eenieder, zonder aanzien des persoons. Politieke kopstukken moeten direct door de onafhankelijke openbare aanklager aangepakt kunnen worden, zonder tussenkomst van de politiek. Dezelfde onverbiddelijke aanpak is vereist bij corruptie binnen de directies en raden van commissarissen van semioverheidsbedrijven. Alleen door de straffeloosheid aan de top te beëindigen, leggen we het fundament voor een eerlijke verdeling van de nieuwe rijkdom.

Noodzaak van een passende arbeidsmarkt

De olie- en gassector is extreem kennisintensief. Naast technici is er een enorm netwerk nodig van ICT’ers, juristen, onderwijsprofessionals, milieuexperts en logistieke planners. Suriname zal afhankelijk blijven van internationale specialisten (expats), maar dat mag niet leiden tot een ongecontroleerde openstelling van de arbeidsmarkt ten behoeve van de multinationals. De expertise van de Surinaamse diaspora is hierbij een unieke strategische arbeidsinvestering. Door lokale krachten te laten samenwerken met Surinamers uit het buitenland ontstaat een krachtige kruisbestuiving. Kennis stroomt twee kanten op, de lokale capaciteit wordt sneller versterkt en internationale standaarden worden beter verankerd in de Surinaamse context.

Deze synergie kan uitgroeien tot een structurele motor voor institutionele en economische ontwikkeling. Effectief beleid vereist hier gerichte selectie en bewuste positionering. Veel landen betrekken hun diaspora actief bij de nationale ontwikkeling door instrumenten zoals het behoud van staatsburgerschap of specifieke duurzame verblijfsrechten. Suriname laat dit instrument vooralsnog grotendeels onbenut; een gemiste kans. Door deze verbondenheid te formaliseren kunnen we investeringen en kennisuitwisseling gezamenlijk naar een hoger plan tillen.

Een succesvol beleid voor het aantrekken van expertise valt of staat met de kwaliteit van de leefomgeving. Goede huisvesting, betrouwbare infrastructuur, kwalitatieve zorg, internationaal onderwijs, veiligheid en een stabiel politiek klimaat zijn geen luxe extra’s, maar noodzakelijke investeringen. Deze voorzieningen verbeteren uiteindelijk de levenskwaliteit van de gehele bevolking.

Voorkom papieren rijkdom: opeisen wat de samenleving toekomt
Onze bittere ervaringen met goud, hout en bauxiet laten zien dat rijkdom in de bodem in Suriname zelden vertaald wordt naar rijkdom in de huishoudportemonnee. Zonder een keihard afgedwongen herverdeling zal de geschiedenis zich herhalen en profiteert enkel de top. Het is daarom de dwingende plicht van de vakbeweging en maatschappelijke organisaties om nu op de barricaden te staan. Zij moeten eisen dat de olie-inkomsten niet verdwijnen in ondoorzichtige fondsen, maar direct en tastbaar worden geïnvesteerd in iedere Surinamer.

Prioriteit moet onvoorwaardelijk gaan naar:
• kwalitatief onderwijs en publieke veiligheid;
• gegarandeerde, universele gezondheidszorg;
• moderne infrastructuur en gerichte inkomenssteun voor de zwaksten.

Bovendien moet, uit oogpunt van radicale transparantie, alle contracten met oliemaatschappijen en de besteding daarvan volledig openbaar worden gemaakt. Alleen met visie, ijzeren bestuurlijke discipline en volledige openheid van zaken kan Suriname, ondanks zijn kleine bevolking, uitgroeien tot een staat van grote economische en maatschappelijke betekenis.

Dr. Headly R. Binderhagel