Het Bedrijf Geneesmiddelenvoorziening Suriname (BGVS) heeft een rapport uitgebracht over een partij geneesmiddelen ter waarde van circa US$ 1,3 miljoen die door overschrijding van de vervaldatum onbruikbaar is geworden. Het rapport is aangeboden aan minister André Misiekaba van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid (VWA). De vervallen medicijnen zullen wettelijk verantwoord moeten worden vernietigd.

BGVS-directeur Quincy Joemai bevestigt dat het gaat om geneesmiddelen die in het verleden zijn ingekocht en betaald, maar niet tijdig zijn gebruikt. “Het zijn medicamenten waarvoor geld is uitgegeven en die uiteindelijk zijn vervallen. Dat vertegenwoordigt een waarde van ongeveer 1,3 miljoen US-dollars,” zegt Joemai in een toelichting via de Communicatie Dienst Suriname.

De omvang van de partij vormt een logistieke uitdaging. Vanwege beperkte opslagruimte bij het BGVS zijn de vervallen medicijnen, samen met medische verbruiksartikelen, ondergebracht in een externe loods die drie keer zo groot is als de vorige opslaglocatie. “We zaten met een ernstig ruimteprobleem. Met deze loods kunnen we alles veilig opslaan in afwachting van vernietiging,” aldus de directeur.

Het BGVS voert momenteel gesprekken met ziekenhuizen die beschikken over verbrandingsovens, zodat de vernietiging kan plaatsvinden volgens de geldende milieuwetgeving. Begraven of dumpen is niet toegestaan. “Deze middelen moeten op een adequate manier worden vernietigd, maar de kosten daarvan zijn hoog,” legt Joemai uit.

Om de financiële druk te beperken, wordt gekeken naar verrekening van kosten met openstaande schulden van ziekenhuizen. Daarnaast wordt gewerkt aan een methode waarbij medicijnen eerst uit hun verpakking worden gehaald. Dat verkleint het volume en gewicht, waardoor transport en vernietiging goedkoper worden. Het volledige vernietigingsproces zal naar verwachting één tot twee jaar in beslag nemen, gezien de omvang van de partij.

Naast het afhandelen van de vervallen voorraad werkt het BGVS aan structurele verbeteringen binnen de organisatie. Joemai geeft aan dat hij bij zijn aantreden te maken kreeg met ernstige organisatorische en financiële knelpunten, waaronder lage voorraden en hoge schulden. “We hebben eerst moeten redden, nu zitten we in de fase van herstel,” stelt hij.

Volgens de directeur is de beschikbaarheid van geneesmiddelen die voorkomen op de Nationale Geneesmiddelenklapper inmiddels gestegen van ongeveer 18 naar 21 procent. “Kwaliteit blijft onze prioriteit. Medicatie wordt pas geleverd nadat onze apothekers en het laboratorium hun goedkeuring hebben gegeven.”

Het verlies van US$ 1,3 miljoen aan vervallen medicijnen onderstreept volgens waarnemers het belang van beter voorraadbeheer, strakkere inkoopplanning en tijdige distributie, om herhaling in de toekomst te voorkomen.