Waarom waarheid zichtbaar is, maar toch niet wordt gezien

Dit artikel is een vervolg op mijn vorig ingezonden stuk. Er is een paradox die onze tijd definieert: nooit was informatie zo overvloedig, en nooit was collectief inzicht zo fragiel. Documenten zijn openbaar, uitspraken zijn opgenomen, strategische plannen zijn gepubliceerd. En toch handelen samenlevingen, regeringen en instituten alsof deze kennis niet bestaat. Dit is geen naïviteit. Het is geen gebrek aan intelligentie. Het is cognitieve dissonantie — niet als individueel falen, maar als maatschappelijk systeem.

Voor wie leeft in Suriname, het Caribisch gebied en Zuid-Amerika is dit extra wrang. Want hier is imperium (koloniaal rijk) geen academisch debat, maar familiegeheugen.

I. Een waarheid die nooit verborgen was
Wanneer de president van de Verenigde Staten (VS) en andere hoge Amerikaanse functionarissen openlijk spreken over Venezolaanse olie, goud en strategische grondstoffen — vastgelegd in interviews, toespraken en publieke uitspraken — is er geen sprake van interpretatie. Het verlangen naar grondstoffen is geen bijzaak, maar openlijk uitgesproken beleidslogica.

Wie daarnaast de strategische documenten van de VS aandachtig leest, ziet een consistent patroon: Latijns-Amerika wordt niet benaderd als autonome regio, maar als invloedssfeer. Energiezekerheid, grondstoffen, logistieke routes en het weren van rivaliserende machtsblokken vormen de kern.

Niets hiervan is geheim. En toch wordt het systematisch vertaald naar morele taal: democratie, stabiliteit, vrijheid. Hier ontstaat de dissonantie.

II. Imperium als herinnering, niet als theorie
Voor burgers van Suriname, het Caribisch gebied en Zuid-Amerika is imperium geen abstract begrip. Het leeft in grondstoffen die werden weggevoerd, grenzen die extern werden getrokken, elites die werden geselecteerd, staten die structureel afhankelijk bleven.

En toch leert de regio niet. Niet omdat de geschiedenis onbekend is, maar omdat zij telkens opnieuw wordt geneutraliseerd — niet via ontkenning, maar via hedendaagse politiek. De opkomst van rechts — soms expliciet reactionair, soms vermomd als “centrum” of “technocratisch realisme” — is zichtbaar in Argentinië, Ecuador, El Salvador, Paraguay, Uruguay, Guyana en delen van Peru, waar politieke instabiliteit systematisch ruimte schept voor autoritaire en technocratische oplossingen. Dit is geen spontane ideologische golf. Het is een patroon.

III. Wanneer technocratie wint van geschiedenis
Wat hier terrein wint, zijn niet ideologieën maar technocraten: beheerders van “efficiëntie”, “marktdiscipline” en “onvermijdelijkheid”. Politiek wordt management. Geschiedenis wordt ballast. Alternatieven worden als onrealistisch weggezet. Dit is cognitieve dissonantie in geopolitieke vorm: men weet wat imperium heeft aangericht, maar gelooft dat het dit keer anders is. Men herkent patronen, maar accepteert ze als noodzakelijk. De les van het verleden wordt niet ontkend — zij wordt gedeactiveerd.

IV. Informatie-overvloed als verdovingsmiddel
We leven niet in een tijd van censuur, maar van permanente afleiding. Waarheid verdwijnt niet; zij wordt overstemd. Sociale media, fragmentarisch nieuws en algoritmische beloning houden aandacht vast, maar breken samenhang af. Mega-corporaties en technocratische beheerders van informatie hebben geen belang bij burgers die historische continuïteit zien, materiële belangen achter morele taal herkennen en structurele macht benoemen. Wie blijft scrollen, blijft binnen het narratief. Wie nooit afstand neemt, kan geen verbanden leggen.

V. Overleven sluit reflectie uit
Daarbij komt een harde realiteit: economische precariteit vernietigt intellectuele ruimte. Een samenleving die voortdurend bezig is met bestaanszekerheid, schulden en onzekerheid, heeft geen cognitieve bandbreedte om geopolitieke structuren te analyseren. Dit is geen intellectueel falen, maar een systeemgevolg. Overleven maakt reactief. Uitputting maakt volgzaam.

VI. Wanneer rechtspraak theater wordt
Op 3 januari 2026 wordt een zittende president, Nicolás Maduro, door een ander land ontvoerd — of, juridisch netter geformuleerd, buiten zijn rechtsgebied gearresteerd. De rechtvaardiging luidt voorspelbaar: “drugsbestrijding.” Maar een maand daarvoor, op 1 december 2025, wordt de voormalige president van Honduras, die in de Verenigde Staten was veroordeeld voor grootschalige drugshandel en samenwerking met kartels, gepardonneerd.

De ironie behoeft geen vergrootglas. Hier is geen sprake van consequente rechtshandhaving, maar van selectieve moraal. Geen rechtsstaat, maar instrumenteel recht: wetgeving als wapen tegen vijanden en als schild voor bondgenoten.

VII. De ironie die niet meer schokt
Wat misschien het meest verontrustend is: zulke tegenstrijdigheden veroorzaken nauwelijks nog morele schok. Ze worden gerationaliseerd, gecontextualiseerd, administratief gladgestreken. De ene zaak heet noodzakelijk. De andere uitzonderlijk. De principes schuiven, de macht blijft consistent. Dit is cognitieve dissonantie als infrastructuur: waarheid is zichtbaar, maar irrelevant gemaakt. Niet omdat zij ontbreekt, maar omdat erkenning consequenties zou hebben.

De vraag is dus niet waarom mensen dit niet weten. De vraag is: wat kost het hen om het wél serieus te nemen?

En wie betaalt uiteindelijk die prijs — in autonomie, waardigheid en toekomst.

Drs. Gasieta Naushaad