Het bezoek van het Nederlands koningspaar levert veel artikelen op, zowel in Suriname als in Nederland, waar wordt aangegeven dat dit bezoek pas na 47 jaar kan plaatsvinden, doordat gebeurtenissen uit de geschiedenis van Suriname, waarbij vooral de revolutieperiode en de politieke partij die hieruit is ontstaan als oorzaak worden opgesomd. 

De moeder die haar kind op een bepaalde wijze aangeeft dat het kind niet aan haar verwachtingen voldoet en daarom haar kind niet meer bezoekt.” Dit is natuurlijk de reinste kolder: denken dat de Nederlandse regering een buitenlandse soevereine staat op deze manier zou mogen behandelen. Wat je wél hieruit kunt concluderen is dat het dekolonisatieproces na 50 jaar onafhankelijkheid nog lang niet is voltooid.

Een staatsbezoek van het Nederlands koningshuis is vanuit Nederlands protocollair perspectief het hoogste bezoek dat tussen twee landen kan plaatsvinden. Het Nederlandse koningshuis bezoekt buitenlandse mogendheden voor diplomatieke en economische doeleinden, zoals het versterken van internationale relaties, het bevorderen van Nederlandse economische belangen via handelsmissies en het ondertekenen van diverse verdragen. Dat is de reden waarom handelsdelegaties meereizen met het koningspaar.

In het ontwikkelingssamenwerkingsverdrag uit 1975, dat verder is ontwikkeld in het Raamverdrag van 1992, zijn deze Nederlandse doeleinden al opgetekend en ondertekend. Daarin staat onder andere aangegeven dat Suriname ook de economische belangen van Nederland moet behartigen en dat Suriname daaraan moet voldoen. Dan hoeft de Nederlandse regering dat doel niet meer te bereiken via een bezoek van het Nederlands koningshuis, omdat die doelstelling al 50 jaar opgetekend staat.

In het dekolonisatieproces van oude kolonies zijn drie gezamenlijke consequenties te onderscheiden van de verdragen bij de onafhankelijkheid:

Spanningen tussen bevolkingsgroepen, wat vaak werd veroorzaakt door koloniale machthebbers om greep te blijven houden op de bevolking van hun kolonie. De ene groep krijgt veel macht en de andere wordt daardoor gediscrimineerd. Zo hield men grip op het geheel als kolonisator, en dit wordt nu doorgezet via neokolonialisten in de oude kolonie.

Een afhankelijke economie: een situatie waarin een land afhankelijk is van de export van één product of enkele producten naar het voormalige moederland of rijke landen.
De meeste landen die nu als ontwikkelingslanden worden gekenmerkt, werden tijdens de negentiende en twintigste eeuw gekoloniseerd. Hierbij deed de kolonie voornamelijk dienst als leverancier van grondstoffen en afzetmarkt voor de koloniale mogendheid. Zelfs nadat zij politiek onafhankelijk werd, bleef de voormalige kolonie veelal economisch afhankelijk van haar vroegere moederland.

Mensen kunnen in ontwikkelingslanden al moeite hebben om in hun primaire levensbehoeften te voorzien, laat staan dat ze in staat zouden zijn om te sparen. Hierdoor wordt er te weinig geld gegenereerd om te investeren in productiemiddelen, waardoor de economie stagneert. Kapitaal kan pas ontstaan wanneer de aangewende arbeid niet onmiddellijk wordt gebruikt om de primaire levensbehoeften te bevredigen.

Politieke problemen: landen werden onbestuurbaar. In landen waar verkiezingen werden gehouden, waren vaak protesten en veel onrust. Om orde en rust te herstellen en machtsstructuren van het oude moederland te verbreken, nam in het verleden in veel gevallen het leger via een staatsgreep de macht over.

Het doel van de regering van Suriname bij het aankomend bezoek van het Nederlands koningspaar zou in feite over dekolonialiteit moeten gaan met betrekking tot deze drie bovengenoemde consequenties waar een oude kolonie mee te dealen heeft.

De Nederlandse regering zal moeten inzien dat zij de revolutieperiode niet meer politiek mag misbruiken om politieke verdeeldheid te blijven bewerkstelligen en daarmee economisch voordeel te behalen in Suriname, waardoor onder andere verdeeldheid onder de Surinaamse bevolking kan blijven bestaan.

Suriname kan geen leverancier meer zijn van zeer goedkope grondstoffen aan Nederland, waar maar een kleine groep Surinamers beter van wordt. Verkoop van grondstoffen moet op reële basis plaatsvinden, met als doel de koopkracht van de hele bevolking van Suriname te vergroten. Dan pas kan de economie van Suriname groeien en daarna kun je pas spreken over een economische samenwerking die gebaseerd is op gelijkwaardige basis tussen beide landen. Daarnaast zou Nederland zich verplicht moeten voelen om Suriname te ondersteunen bij het veranderen van de mijnbouwmonocultuur door uitbreiding van diverse economische branches zoals landbouw, toerisme, ICT, plantaardige medicijnen, etc. Nederland heeft een monocultuur achtergelaten in Suriname en zou zich verplicht moeten voelen om Suriname te ondersteunen om deze Surinaamse doelstellingen te behalen.

De regering van Nederland zal moeten accepteren dat dekolonialiteit - het breken van bestaande machtsstructuren die nu tot structurele ongelijkheid hebben geleid tussen onze landen - na 50 jaar onafhankelijkheid onontkoombaar is voor de Surinaamse regering.

Marie-Louise Vissers