Minister Harish Monorath en ondernemer Jean 'Saya' Mixon (Beeld: Sign-in TV)
Soms zeggen juist structureel rare gebeurtenissen meer over een land dan wetten, beleidsnota’s en andere officiële bestuurlijke processen. De ophef rond Jean ‘Saya’ Mixon als nieuwe adviseur van minister Haris Monorath van het Ministerie van Justitie en Politie is daar een voorbeeld van.

Monorath verklaarde tegenover Sign-in TV dat Saya, die hem vergezelde tijdens zijn bezoek aan politiepost Geyersvlijt, één van zijn vier adviseurs was. Weliswaar onbezoldigd en zonder werkplek op het ministerie. De minister voegde eraan toe dat hij de bevoegdheid heeft om een adviseur aan te trekken.

Dat zorgde vanzelfsprekend voor ophef op sociale media, maar zeker ook in de politiek. Toen minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken donderdag in het parlement stelde dat Saya geen adviseur kan zijn op de wijze waarop zij binnen de overheid formeel worden aangetrokken, kreeg ik hoop dat een gemaakte fout van Monorath netjes en correct zou worden rechtgezet. Maar aan het einde van de discussie was de kwestie erger dan toen zij begon.

Ondanks scherpe opmerkingen en de eis dat Monorath zijn fout zou erkennen en herstellen, kwam de minister ermee weg door slechts toe te geven dat Saya geen adviseur was in wettelijke zin. Alsof daarmee alles opgelost was. Alsof woorden de werkelijkheid kunnen uitwissen. 
Daar kwam nog bij dat de bewindsman verklaarde dat Saya tot zijn 'intelligence' behoort.

Wat betekent dat precies? Is dat een officiële functie? Een informeel netwerk? Een vertrouwenspersoon? Een informatiebron? Wie controleert zo’n rol? Welke bevoegdheden horen daarbij? En waarom loopt zo iemand zichtbaar mee tijdens een officieel werkbezoek aan een politiebureau?

Intelligence is in geen enkele staat een vrijblijvende term. Het gaat om informatievergaring, veiligheid, risicoanalyse en vertrouwelijkheid. Geen losse onderwerpen, vrijblijvende interpretatie of politieke improvisatie. Wanneer een minister daar lichtvaardig over spreekt, ontstaat onzekerheid over de grenzen tussen staat en privé netwerken.

Zonder de persoon een publieke veroordeling te geven, moeten we erkennen dat Saya, in de samenleving bekend staat als een omstreden persoon. Of iemand juridisch is veroordeeld of later is vrijgesproken, is één aspect. Politiek bestuur vraagt echter meer dan juridische zuiverheid alleen. Het vraagt bestuurlijke wijsheid, moreel inzicht en gevoel voor reputatie. Zeker een minister van Justitie en Politie moet zich afvragen: welk signaal zend ik uit?

Als een bewindsman belast met rechtshandhaving zich publiekelijk laat vergezellen door een dubieuze ondernemer met onduidelijke status, voedt dat twijfels. Niet alleen bij burgers, maar ook bij politiefunctionarissen, buitenlandse partners en investeerders. Niemand zegt dat een minister geen contacten mag hebben buiten formele structuren. Natuurlijk haalt bestuur informatie uit verschillende lagen van de samenleving. Maar dat gebeurt discreet, zorgvuldig en met besef van risico’s, niet openlijk op officiële podia alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Het argument dat iemand niet op de loonlijst van de overheid staat, stelt allerminst gerust. Invloed wordt niet altijd uitbetaald in salaris. Soms is nabijheid tot macht waardevoller dan loon. Toegang, status, netwerken en informele invloed, vooral ook gunsten zijn vaak krachtiger dan een arbeidscontract.

Maar deze en soortgelijke kwesties zeggen ook iets van onze bestuurscultuur; de normalisering van informele adviseurs, vrienden, vertrouwelingen en “mannen van politieke gezagdragers” die buiten elk systeem opereren. Niemand weet precies wat zij doen, maar iedereen weet dat zij er zijn.

Suriname is een klein en kwetsbaar land dat internationaal scherp wordt bekeken op het gebied van grenscontrole, witwasbestrijding, drugscriminaliteit, terrorismefinanciering en institutionele weerbaarheid.

Ook het parlement verdient kritische beschouwing. Leden (coalitie én oppositie) stelden terechte vragen, maar uiteindelijk kwam de minister er mee weg dat Saya geen adviseur is in wettelijke zin. Als het hoogste controlerende orgaan genoegen neemt met woordspel, verliest controle haar waarde en wordt zij een tandeloze tijger.

We mogen ons gerust afvragen of de regering begrijpt hoe fragiel vertrouwen is. In een tijd waarin criminaliteit grensoverschrijdend is en reputatieschade kostbaar, kan Suriname zich geen schaduwen permitteren naast het staatsgezag. De minister had duidelijkheid moeten brengen. In plaats daarvan bracht hij verwarring; de beste vriend van wantrouwen. 

Wilfred Leeuwin