Het georganiseerde bedrijfsleven dringt aan op ingrijpende aanpassingen van enkele wetsontwerpen die belangrijke gevolgen hebben voor ondernemingen en het investeringsklimaat in Suriname. Zowel de ontwerp-Investeringswet en de wet voor de Suriname Investment and Trade Agency (SITA) als de Ontwerpwet Ondernemingsraadpleging bevatten volgens het bedrijfsleven nog onvoldoende waarborgen voor rechtszekerheid, transparantie, goed bestuur en een werkbare uitvoering.

De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) benadrukt dat zij de doelstellingen achter de wetsvoorstellen ondersteunt, maar vindt dat belangrijke onderdelen moeten worden aangepast voordat de regelingen definitief worden ingevoerd. Bij de Investeringswet en SITA wordt samen met andere ondernemersorganisaties gepleit voor inhoudelijk overleg voordat de ontwerpen verder in procedure worden gebracht. Over de Ondernemingsraadpleging heeft de VSB inmiddels haar technische visie gegeven aan de Commissie van Rapporteurs van De Nationale Assemblée (DNA).

De kritiek komt erop neer dat nieuwe wetgeving die bedoeld is om investeringen, economische ontwikkeling en goede arbeidsverhoudingen te bevorderen, niet tegelijkertijd nieuwe onzekerheden en administratieve lasten voor ondernemingen mag creëren.

Bij de ontwerp-Investeringswet gaat het bedrijfsleven een stap verder. Het ontwerp kan in de huidige vorm nog niet worden ondersteund en moet fundamenteel worden herzien. Eerst zou een integraal nationaal investeringsbeleid moeten worden vastgesteld. Daarin moet duidelijk zijn welke economische ontwikkeling Suriname nastreeft, welke sectoren prioriteit krijgen en aan welke voorwaarden investeerders moeten voldoen om voor fiscale en andere faciliteiten in aanmerking te komen. Volgens het bedrijfsleven bevat de huidige ontwerpwet onvoldoende objectieve criteria voor het aanwijzen van prioritaire sectoren en het toekennen van faciliteiten. Daardoor dreigt te veel ruimte te ontstaan voor individuele bestuurlijke beslissingen, met het risico van ongelijke behandeling en onzekerheid voor ondernemers.

Niet alleen de omvang van een investering zou bepalend moeten zijn. Ook duurzame werkgelegenheid, export, importvervanging, lokale toegevoegde waarde, kennis- en technologieoverdracht en samenwerking met Surinaamse bedrijven moeten meewegen. Daarbij wordt bijzondere aandacht gevraagd voor het midden- en kleinbedrijf. Buitenlandse en grote investeringen moeten lokale ondernemingen volgens het bedrijfsleven versterken en niet verdringen. Local-contentvoorwaarden kunnen worden gebruikt om werkgelegenheid, gebruik van Surinaamse goederen en diensten en de ontwikkeling van nationale waardeketens te bevorderen.

Het bedrijfsleven wil bovendien dat het gelijkheidsbeginsel nadrukkelijk in de wet wordt vastgelegd. Lokale, buitenlandse en diaspora-investeerders moeten onder vergelijkbare omstandigheden dezelfde rechten, bescherming en mogelijkheden hebben.

Eventuele verschillen tussen sectoren moeten berusten op vooraf vastgestelde en openbaar toegankelijke criteria. Ook investeringsfaciliteiten moeten volgens de ondernemersorganisaties worden gekoppeld aan meetbare prestaties en periodiek worden geëvalueerd. Daarbij kan worden gekeken naar het aantal gecreëerde arbeidsplaatsen, herinvesteringen, betaalde belastingen, exportgroei, importvervanging, lokale toegevoegde waarde en kennisoverdracht. Faciliteiten zouden niet onbeperkt mogen voortbestaan zonder te beoordelen of ze daadwerkelijk resultaat opleveren. Ook moet duidelijk worden binnen welke termijn de overheid op aanvragen beslist en welke mogelijkheden voor bezwaar en beroep bestaan. Het bedrijfsleven vraagt daarnaast aandacht voor garanties bij onteigening, repatriëring van winsten en kapitaal en adequate regelingen voor investeringsgeschillen.

Ook bij de inrichting van SITA worden voorwaarden gesteld. Het bedrijfsleven ondersteunt de komst van een professionele organisatie voor investerings- en exportbevordering, maar waarschuwt dat SITA geen nieuwe bestuurlijke of bureaucratische laag mag worden. De organisatie moet volgens de ondernemers vooral faciliteren, coördineren en promoten en geen taken overnemen van ministeries, de Belastingdienst, Kamer van Koophandel en Fabrieken, het Algemeen Bureau voor de Statistiek en andere bevoegde instanties.

Een belangrijk onderdeel moet een daadwerkelijk functionerend digitaal loket voor investeerders worden. Daarbij wordt gepleit voor het principe 'One Company, One Reporting Obligation': informatie die een onderneming al bij één overheidsinstantie heeft verstrekt, moet niet opnieuw door een andere instantie worden opgevraagd.

Ook de onafhankelijkheid en deskundigheid van SITA moeten beter worden gewaarborgd. Benoeming en ontslag van directieleden en commissarissen moeten volgens transparante procedures plaatsvinden en zijn gebaseerd op vooraf vastgestelde deskundigheids- en integriteitseisen. Het georganiseerde bedrijfsleven en onafhankelijke deskundigen zouden eveneens vertegenwoordigd moeten zijn in het toezicht op SITA. Vergelijkbare zorgen over rechtszekerheid en uitvoerbaarheid heeft de VSB naar voren gebracht bij de behandeling van de Ontwerpwet Ondernemingsraadpleging. Op uitnodiging van de Commissie van Rapporteurs heeft VSB-directeur Kamlesh Ganesh de technische visie van de organisatie op het wetsvoorstel toegelicht. 

De VSB ondersteunt het uitgangspunt dat werkgevers en werknemers structureel met elkaar in gesprek moeten zijn. Goede communicatie en betrokkenheid van werknemers kunnen volgens de organisatie bijdragen aan duurzame arbeidsverhoudingen en een gezonde bedrijfsvoering.
Het huidige ontwerp is volgens de VSB echter op verschillende punten juridisch en uitvoeringstechnisch onvoldoende duidelijk. Een van de problemen is dat onvoldoende onderscheid wordt gemaakt tussen informeren, raadplegen, adviseren en instemmen. Daardoor kan onduidelijkheid ontstaan over wat werkgevers precies verplicht zijn te doen en welke rechten werknemers aan de verschillende procedures kunnen ontlenen.

De VSB vindt ook dat de raadplegingsplicht te ruim is geformuleerd. In de huidige opzet zouden vrijwel alle belangrijke ondernemingsbesluiten onder een verplichte procedure kunnen vallen. De regeling zou volgens de organisatie moeten worden beperkt tot besluiten die wezenlijke en collectieve gevolgen voor werknemers hebben.

Een zwaar bezwaar betreft de mogelijkheid dat een besluit van een werkgever automatisch nietig wordt wanneer niet aan de voorgeschreven raadplegingsprocedure is voldaan. Volgens de VSB is zo'n sanctie disproportioneel en kan die grote rechtsonzekerheid voor bedrijven veroorzaken. De organisatie wil dat werkgevers eerst de gelegenheid krijgen procedurele tekortkomingen te herstellen voordat zwaardere juridische gevolgen intreden. Verder moet duidelijker worden geregeld hoe de nieuwe wet zich verhoudt tot bestaande cao's en vakverenigingen. Ook de bescherming van vertrouwelijke bedrijfsinformatie behoeft aanscherping. De VSB waarschuwt daarnaast tegen het doorschuiven van te veel essentiële onderdelen naar toekomstige staatsbesluiten. Fundamentele rechten en verplichtingen moeten zoveel mogelijk in de wet zelf worden vastgelegd, zodat werkgevers en werknemers vooraf weten waar zij aan toe zijn.

De rode draad in de standpunten van het bedrijfsleven is dat het zich niet verzet tegen nieuwe regelgeving. Zowel een modern investeringsstelsel, een professioneel functionerende SITA als een wettelijk kader voor overleg tussen werkgevers en werknemers worden noodzakelijk geacht. De voorwaarden zijn echter dat de regels duidelijk, uitvoerbaar en voorspelbaar zijn en niet leiden tot onnodige bureaucratie of ruime bestuurlijke bevoegdheden zonder voldoende controle.

Bij de Investeringswet en SITA pleiten de gezamenlijke ondernemersorganisaties daarom voor nader inhoudelijk overleg. De VSB heeft DNA bij de Ondernemingsraadpleging geadviseerd het ontwerp eerst technisch en juridisch te herzien voordat de parlementaire behandeling wordt voortgezet. Volgens het bedrijfsleven moet uiteindelijk wetgeving tot stand komen die investeringen aantrekt en werknemersparticipatie bevordert, maar tegelijkertijd lokale ondernemingen versterkt, rechtszekerheid biedt en bijdraagt aan duurzame economische ontwikkeling.