Minister Harish Monorath van Justitie & Veiligheid
Het onderzoek naar de verdwijning van ruim 500 kilogram kwik uit politiebureau Geyersvlijt, heeft nog altijd geen resultaat opgeleverd. Minister Harish Monorath van Justitie en Veiligheid deelde in De Nationale Assemblee mee dat het onderzoek nog loopt en dat momenteel via andere kanalen data worden onderzocht. Verschillende parlementariërs namen geen genoegen met die uitleg en drongen aan op duidelijkheid over wat er met het kwik is gebeurd.

“We wachten nog steeds op het onderzoek. We zijn nu bezig met dataonderzoek via andere kanalen en dat kost nog enige tijd”, zei Monorath. Volgens de minister is hij hierover door de korpschef geïnformeerd. De verklaring leidde tot kritische reacties van verschillende Assembleeleden. Mahinder Jogi (VHP) wees erop dat de kwestie al enkele maanden speelt, terwijl nog altijd niet duidelijk is hoe het kwik kon verdwijnen, waar het zich bevindt en wie verantwoordelijk is voor de verdwijning.

Jogi wees erop dat het kwik was opgeslagen op een politiebureau, waar volgens hem sprake is van politiebewaking. Hij vroeg zich af hoe het mogelijk is dat de minister na al die tijd nog geen duidelijkheid kan verschaffen. “Heeft de minister iets te verbergen? Heeft de korpsleiding iets te verbergen? Wie heeft wat te verbergen? Dat is de vraag die hier beantwoord moet worden”, stelde Jogi. Volgens hem kan de regering niet telkens met dezelfde uitleg naar het parlement komen.

Ook NDP-fractieleider Rabin Parmessar plaatste vraagtekens bij de duur van het onderzoek. Hij wilde onder meer weten wat de camerabeelden van het politiebureau hebben opgeleverd en welke politiemensen dienst hadden in de periode waarin het kwik zou zijn verdwenen. Parmessar vroeg ook of bekend is op welk moment eventuele camera's zijn uitgeschakeld en of bij de opslag en bewaking van het kwik alle geldende procedures en regels zijn nageleefd.

“Zijn wij eerlijk met elkaar bezig?”, vroeg Parmessar zich af. Hij waarschuwde dat in de samenleving niet het beeld mag ontstaan dat er onvoldoende openheid wordt gegeven, zeker omdat het om de politie gaat. Burgers moeten er volgens hem op kunnen vertrouwen dat goederen die bij de politie worden gedeponeerd, veilig zijn.

Monorath: sommige onderzoeken duren langer
Monorath hield het parlement voor dat sommige strafrechtelijke onderzoeken meer tijd vergen. Hij verwees daarbij naar een eerdere zaak waarbij 90 kilogram cocaïne uit een kluis van hetzelfde politiebureau verdween. Volgens de minister duurde het toen langer dan een jaar voordat een verdachte in beeld kwam. “Sommige dingen duren langer”, betoogde Monorath.

De bewindsman benadrukte verder dat het beheer van in beslag genomen goederen onder verantwoordelijkheid van de korpschef valt en dat het strafrechtelijk onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie plaatsvindt. Volgens Monorath worden integriteitsschendingen binnen het Korps Politie Suriname niet getolereerd. Wanneer korpsleden over de schreef gaan, worden zij volgens hem zowel strafrechtelijk als tuchtrechtelijk aangepakt.

De minister maakte daarnaast duidelijk dat beslissingen om personen die in het kader van een onderzoek zijn aangehouden weer in vrijheid te stellen, niet door hem worden genomen. Dergelijke beslissingen liggen volgens hem bij het Openbaar Ministerie, de rechter-commissaris of de rechterlijke macht.