Wie beschermt de toekomst van Suriname?

Iedere ochtend en middag herhaalt zich hetzelfde tafereel op de drukste kruispunten van Paramaribo. Zodra het verkeerslicht op rood springt, lopen kinderen tussen de auto's door om knippa's, maïs, water, snoep en andere producten te verkopen. Vaak zitten hun ouders of andere volwassenen enkele meters verderop toe te kijken. Voor veel automobilisten is dit een vertrouwd beeld geworden. Uit medelijden kopen velen iets. De intentie is goed, maar de vraag is of wij deze kinderen werkelijk helpen of juist een systeem in stand houden waarin minderjarigen worden ingezet om geld te verdienen.

Geen enkel kind kiest vrijwillig voor de straat. Kinderen horen op school te zitten, te leren, te spelen en zich veilig te ontwikkelen. Wanneer een kind dagelijks langs een drukke verkeersweg producten verkoopt, is dat geen vorm van ondernemerschap, maar een signaal dat er ergens in onze samenleving iets fundamenteel misgaat.

Suriname heeft het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind geratificeerd. Dat verdrag verplicht de overheid het belang van het kind voorop te stellen, kinderen te beschermen tegen uitbuiting en hun toegang tot onderwijs te garanderen. Ook de ILO-verdragen 138 en 182 verplichten staten kinderarbeid tegen te gaan, terwijl de Grondwet het recht op onderwijs erkent.

Kinderarbeid is niet alleen arbeid in fabrieken of op plantages. Ook werkzaamheden die de schoolgang belemmeren of de veiligheid van een kind in gevaar brengen, vallen hieronder. Kinderen die dagelijks tussen het rijdende verkeer lopen, lopen een groot risico. Eén onoplettend moment kan levenslange gevolgen hebben. Daarom is dit niet alleen een sociaal probleem, maar ook een veiligheidsvraagstuk.

Hier ligt een belangrijke verantwoordelijkheid voor het Korps Politie Suriname, maar ook voor Bureau Kinderbescherming, Jeugdzorg, Onderwijs, Sociale Zaken en het Openbaar Ministerie. Het doel moet niet zijn ouders direct te bestraffen, maar kinderen te beschermen en gezinnen te begeleiden, zodat ieder kind onderwijs kan volgen.

Ook burgers dragen verantwoordelijkheid. Iedere aankoop bij een kind aan het verkeerslicht lijkt een daad van medeleven, maar zolang er vraag is, blijft het aantrekkelijk om kinderen op straat producten te laten verkopen. Werkelijke hulp bestaat uit het ondersteunen van gezinnen, scholen en maatschappelijke organisaties, zodat kinderen niet afhankelijk worden van inkomsten op straat.

Onderwijs blijft wereldwijd het krachtigste middel om armoede te doorbreken. Kinderen die vandaag onderwijs missen, hebben morgen minder kansen op werk, waardoor de kans groot is dat armoede van generatie op generatie wordt doorgegeven. Een land ontwikkelt zich niet door kinderen te laten verkopen, maar door kinderen te laten leren.

Daarom is een gezamenlijke aanpak noodzakelijk. De regering zou samen met de politie, kinderbescherming, het onderwijs, de sociale diensten en maatschappelijke organisaties een structureel programma moeten ontwikkelen om kinderen van de straat terug naar de schoolbanken te brengen. Niet incidenteel, maar duurzaam.

Misschien wordt het tijd dat wij als samenleving anders naar deze kinderen kijken. Niet met medelijden. Maar met verantwoordelijkheid. Wanneer een kind tussen de auto's loopt, zouden wij ons niet moeten afvragen hoeveel zakjes knippa's het vandaag zal verkopen. Wij zouden ons moeten afvragen waarom dat kind daar staat, terwijl het in een klaslokaal zou moeten zitten. 

De echte rijkdom van Suriname bevindt zich niet in goud, olie of andere natuurlijke hulpbronnen. De echte rijkdom staat iedere dag aan het verkeerslicht. Met een zak maïs of knippa's in de hand. Met dromen die groter zouden moeten zijn dan de opbrengst van één dag verkopen.

Het beschermen van deze kinderen is geen keuze, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders, overheid en samenleving. Pas wanneer wij ervoor zorgen dat ieder kind veilig kan opgroeien en onderwijs kan volgen, investeren wij werkelijk in de toekomst van Suriname.  Want de jeugd van vandaag bepaalt het Suriname van morgen. En een land dat zijn kinderen niet beschermt, ondermijnt uiteindelijk zijn eigen toekomst.

Kiran Changoer