Van afkomst naar nationale eenheid

Kenki systeem. Het is een uitdrukking die iedere Surinamer kent. Vaak uitgesproken met een glimlach. Soms als grap. Soms als overlevingsstrategie. Maar te vaak ook als rechtvaardiging voor een systeem waarin persoonlijk voordeel belangrijker wordt dan het algemeen belang. Misschien is het tijd om onszelf een eerlijke vraag te stellen. Is het systeem werkelijk het probleem? Of zijn wij het systeem geworden dat wij zeggen te willen veranderen?

Suriname staat op een historisch kruispunt. De komende jaren kunnen bepalend worden voor de volgende vijftig jaar. Economische kansen dienen zich aan. Investeringen nemen toe. De wereld kijkt opnieuw naar Suriname. Maar economische groei alleen maakt nog geen sterke samenleving. De grootste uitdaging van Suriname is geen gebrek aan goud, olie, bossen of talent. De grootste uitdaging is cultuur.

Vijftig jaar na de onafhankelijkheid dragen wij nog steeds de littekens van het koloniale verleden. Niet omdat anderen ons nog besturen, maar omdat wij onvoldoende hebben gebouwd aan een gezamenlijke nationale cultuur waarin verantwoordelijkheid, vertrouwen en samenwerking centraal staan. Te vaak hebben persoonlijke belangen de plaats ingenomen van het landsbelang. Te vaak is politieke macht belangrijker geworden dan maatschappelijke verantwoordelijkheid. Te vaak is invloed gebruikt om macht vast te houden, in plaats van invloed te delen.

Juist daar begint de noodzakelijke paradigmawisseling. Een leider krijgt invloed van mensen. Daarmee ontstaat niet alleen gezag, maar ook een dubbele verantwoordelijkheid: verantwoordelijkheid voor jezelf; én verantwoordelijkheid voor de mensen die jou hun vertrouwen hebben gegeven. Wanneer leiders die verantwoordelijkheid niet nemen, ontstaat een vicieuze cirkel. Macht wordt steeds belangrijker dan dienstbaarheid. Invloed wordt geconcentreerd bij een kleine groep, terwijl burgers steeds minder ervaren dat zij daadwerkelijk kunnen meebeslissen over hun eigen toekomst. Dat is niet alleen een bestuurlijk probleem. Het raakt het fundament van een democratische rechtsstaat.

Iedere Surinamer heeft één stem, maar niet dezelfde invloed. Iedere Surinamer heeft recht op gelijke kansen, maar niet op een gelijke verdeling van welvaart. Terwijl iedere Surinamer mede-eigenaar is van de rijkdom van dit land (grondwettelijk vastgelegd). De vraag is daarom eenvoudig: Waarom lukt het een land met zoveel natuurlijke rijkdom om nog steeds zoveel mensen in onzekerheid te laten leven? Die vraag vraagt om meer dan economische antwoorden of een verandering van een systeem of structuur. Ze vraagt om een culturele verandering.

Een verandering waarbij afkomst niet langer bepaalt hoe wij naar elkaar kijken. Waarbij wij eerst Surinamers zijn. Pas daarna zijn wij Hindostaan, Creool, Javaan, Marron, Inheems, Chinees of van welke achtergrond dan ook. Nationale eenheid betekent niet dat verschillen verdwijnen. Het betekent dat onze gezamenlijke identiteit sterker wordt dan onze verschillen. Daar begint een nieuwe samenleving.Een samenleving waarin leiders verbinden. Waar burgers verantwoordelijkheid nemen. Waar onderwijs niet alleen kennis overdraagt, maar ook burgerschap ontwikkelt. Waar de overheid vertrouwen verdient door transparantie, integriteit en goed bestuur.

De toekomst van Suriname wordt niet gebouwd door één president. Niet door één politieke partij. Maar door honderdduizenden Surinamers die besluiten dat samenwerking belangrijker is dan verdeeldheid. Economische groei kan snel komen. Welvaart kan groeien. Maar duurzame voorspoed ontstaat alleen wanneer vertrouwen, verantwoordelijkheid en nationale eenheid samen groeien.

Dat is de paradigmawisseling die Suriname nodig heeft. Van afkomst... naar nationale eenheid. Van macht... naar verantwoordelijkheid. Van verdeeldheid... naar gezamenlijk leiderschap. Want uiteindelijk is de grootste rijkdom van Suriname niet de olie onder de grond. Het zijn de mensen boven de grond. Dit artikel is geen aanklacht tegen één partij, één regering of één bevolkingsgroep. Het is een uitnodiging. Een uitnodiging aan iedere Surinamer om opnieuw na te denken over leiderschap, verantwoordelijkheid en onze gezamenlijke toekomst.

Als wij werkelijk geloven dat Suriname rijk is, dan begint die rijkdom niet in de bodem, maar in de manier waarop wij met elkaar omgaan.
In de komende artikelen geef ik een beschouwing over hoe die omslag eruit kan zien: Van een cultuur van macht naar een cultuur van gedeelde verantwoordelijkheid, van wantrouwen naar vertrouwen, en van verdeeldheid naar een Suriname waarin nationale eenheid de kracht wordt achter duurzame welvaart. 

De vraag is niet of Suriname kan veranderen. De vraag is of wij bereid zijn eerst onszelf te veranderen.

Anand Jharap
Founder Human Being Ecosysteem