Het Openbaar Ministerie (OM) heeft een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaar, geëist tegen een vader die zijn 13-jarige zoon ernstig zou hebben mishandeld. Volgens het OM is geweld tegen een kind, ongeacht de aanleiding, nooit te rechtvaardigen. De rechter heeft de verdachte uiteindelijk overeenkomstig de eis veroordeeld.

De strafzaak heeft betrekking op een incident in maart 2026. De verdachte had via de moeder van de minderjarige vernomen dat zijn zoon mogelijk betrokken was geweest bij ongepast seksueel gedrag. Volgens het dossier had de moeder daarbij gezegd dat hij de jongen mocht straffen. Het OM benadrukte tijdens het requisitoir dat een dergelijke opmerking nooit een rechtvaardiging vormt voor het gebruik van geweld tegen een kind.

De verdachte plaatste de jongen tijdens een autorit in de kofferbak van zijn voertuig. De situatie was voor omstanders zo verontrustend dat zij de politie inschakelden, omdat zij vreesden dat sprake was van een ontvoering. Uit de zaak blijkt verder dat de verdachte de minderjarige meermalen heeft geslagen en geschopt en met een zaag in zijn richting heeft gezwaaid, waardoor de jongen letsel opliep. Ook bracht hij scherpe peper aan op gevoelige delen van het lichaam van het slachtoffer. Volgens het OM diende deze handeling geen enkel opvoedkundig doel, maar was zij bedoeld om pijn toe te brengen, te vernederen en te intimideren.

Het OM onderstreepte dat ouders de wettelijke en morele plicht hebben hun kinderen te beschermen, op te voeden en een veilige omgeving te bieden. Vermeend ongewenst gedrag van een kind kan volgens het OM nooit een rechtvaardiging vormen voor mishandeling of ander geweld.

De ouders van de minderjarige waren uit elkaar. Volgens de verklaring van de jongen sprak de verdachte zich herhaaldelijk negatief uit over zijn moeder. Het OM stelde dat een kind op die manier wordt betrokken bij de strijd tussen zijn ouders, met mogelijk schadelijke gevolgen voor zijn ontwikkeling.

Bij het bepalen van de strafeis hield het OM rekening met het feit dat de verdachte volgens zijn justitiële documentatie niet eerder was veroordeeld. Tijdens het opsporingsonderzoek was hij op last van de rechter-commissaris in vrijheid gesteld. Volgens het OM doet dat echter niets af aan de ernst van de feiten.

Het OM rekende de verdachte bovendien zijn proceshouding zwaar aan. Hoewel hij tweemaal op de juiste wijze was gedagvaard of opgeroepen om ter terechtzitting te verschijnen, bleef hij weg. Volgens het OM getuigt dat van weinig respect voor het gezag van de rechter en de strafrechtspleging.

De rechter heeft de verdachte uiteindelijk overeenkomstig de eis van het OM veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van vijf jaar.