"We beginnen als regering aan een pad waarin we herstel en groei willen en moeten realiseren." Met die woorden aanvaardde Jennifer Simons op 16 juli 2025 het presidentschap van Suriname. Zij beloofde een andere bestuurscultuur, fiscale discipline, economische verbreding en een overheid die de toekomstige olie-inkomsten ten goede zou laten komen aan alle Surinamers. Een jaar later is het een passend moment om de eerste balans op te maken.

Een moeilijke start
De president maakte tijdens haar inaugurele rede geen geheim van de moeilijke uitgangspositie. Zij sprak over een land met grote economische problemen, maar ook met goede vooruitzichten als Suriname erin zou slagen de eerste moeilijke jaren te overbruggen. Die verwachting bleek niet onterecht. Vrijwel direct na haar aantreden werd de wereld geconfronteerd met oplopende spanningen in het Midden-Oosten, waardoor de internationale olieprijzen sterk stegen. Voor een importland als Suriname betekende dat een directe bedreiging voor de inflatie en de koopkracht.

De regering reageerde in maart met een tijdelijke price cap op brandstof en versnelde sociale maatregelen voor kwetsbare groepen, ambtenaren, leerkrachten en AOV'ers. Daarmee koos zij bewust voor sociale stabiliteit, ook al betekende dit dat de staatskas maandelijks honderden miljoenen Surinaamse dollars minder ontving via de governmenttake.

Fiscale discipline onder druk

Tegelijkertijd noemde Simons fiscale discipline één van de belangrijkste voorwaarden voor de komende jaren. Juist op dat punt ligt inmiddels een van de grootste uitdagingen. Terwijl de overheid investeert in koopkrachtmaatregelen, gezondheidszorg en sociale ondersteuning, lopen zowel het begrotingstekort als de staatsschuld verder op.

Dat betekent niet automatisch dat het beleid verkeerd is. In tijden van economische onzekerheid kiezen veel regeringen ervoor tijdelijk meer uit te geven. De vraag wordt echter steeds relevanter hoe lang die ruimte bestaat en wanneer tijdelijke maatregelen weer worden afgebouwd. Transparantie over die afweging wordt daarmee steeds belangrijker.

De economie verbreden
Misschien wel de belangrijkste economische belofte uit de inaugurele rede was de verbreding van de economie. Simons waarschuwde dat Suriname in het verleden te afhankelijk was geweest van bauxiet en inmiddels opnieuw sterk leunt op goud en straks olie. Daarom moesten landbouw, toerisme en andere productieve sectoren worden versterkt.

Na één jaar zijn op verschillende terreinen commissies ingesteld en beleidsvoornemens aangekondigd. Toch wachten het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties nog op uitgewerkte sectorplannen en concrete productieprogramma's. Juist nu de olie-economie dichterbij komt, groeit de behoefte aan een samenhangende strategie voor economische diversificatie.

Olie mag geen vloek worden
Een van de sterkste passages uit de inaugurele rede was misschien wel de waarschuwing voor de zogenoemde resource curse. Simons wees erop dat in andere landen de olie rijkdom bracht voor enkelen, terwijl de rest van de bevolking achterbleef.

Het afgelopen regeringsjaar stond daarom grotendeels in het teken van voorbereiding. Local Content, institutionele versterking, opleidingen en internationale samenwerking kwamen nadrukkelijk op de agenda. Tegelijkertijd blijft de vraag of Suriname voldoende snelheid maakt om straks optimaal van de olie-inkomsten te profiteren. De eerste productie komt snel dichterbij.

Goed bestuur als sleutel
Naast economische hervormingen sprak de president ook over een andere manier van besturen. Zij beloofde samenwerking, participatie en decentralisatie. Op verschillende momenten heeft de regering inderdaad gekozen voor overleg met vakbonden, de private sector, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden.

Daar staat tegenover dat ook kritiek klinkt. Het groeiende aantal presidentiële commissies, discussies over transparantie, de aanpak van corruptie en de snelheid waarmee hervormingen worden uitgevoerd, zorgen ervoor dat de vraag blijft bestaan of de beloofde systeemverandering al voldoende zichtbaar is.

De samenleving kijkt vooruit
Na één jaar is het nog te vroeg om een definitief oordeel te vellen. Grote hervormingen op het gebied van economie, onderwijs, gezondheidszorg en staatsbestuur vragen meer tijd dan één regeringsjaar. Tegelijkertijd mag de samenleving verwachten dat de contouren van die hervormingen steeds duidelijker zichtbaar worden.

Het tweede regeringsjaar zal daarom waarschijnlijk bepalender worden dan het eerste. Dan zal de aandacht verschuiven van plannen naar uitvoering en van intenties naar resultaten. Niet de ambities, maar de concrete veranderingen zullen uiteindelijk bepalen hoe deze regering de geschiedenis ingaat.

Misschien is daarom de belangrijkste vraag na één jaar niet óf de regering de juiste doelen heeft gesteld. Daarover bestaat grotendeels overeenstemming. De echte vraag is of de overheid erin slaagt die ambities om te zetten in sterkere instituties, beter bestuur en een economie die minder afhankelijk wordt van tijdelijke meevallers en meer rust op duurzame ontwikkeling.

Slot
President Simons sloot haar inaugurele rede af met woorden van Dobru en Shrinivási, waarin eenheid, saamhorigheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid centraal stonden. Die boodschap is na één jaar nog even actueel als op de dag van haar beëdiging. Economisch herstel, goed bestuur en duurzame ontwikkeling zullen uiteindelijk niet alleen afhangen van regeringsbeleid, maar ook van het vermogen van overheid, bedrijfsleven en samenleving om samen richting te geven aan de toekomst van Suriname. Na één jaar is de bestemming nog dezelfde als tijdens de inaugurele rede. De vraag die nu voorligt is niet waar Suriname naartoe wil, maar hoe snel de beloofde koers zichtbaar wordt in het dagelijkse bestuur en welke noodzakelijke correcties de president zal aanbrengen om beter te kunnen presteren.