Assembleevoorzitter Ashwin Adhin
Voorzitter van De Nationale Assemblée Ashwin Adhin heeft tijdens de viering van 160 jaar volksvertegenwoordiging vrijdag opgeroepen tot ingrijpende institutionele, economische en democratische hervormingen. Volgens Adhin staat Suriname op een historisch keerpunt waarbij olie-inkomsten niet mogen leiden tot afhankelijkheid, maar gebruikt moeten worden om een sterker en inclusiever land op te bouwen.

Tijdens zijn toespraak schetste Adhin een brede visie op de toekomst van Suriname, waarbij hij inging op economische ontwikkeling, democratie, sociale inclusie en de rol van het parlement. Hij stelde dat Suriname zich niet langer uitsluitend moet zien als een land dat afhankelijk is van natuurlijke hulpbronnen. “Olie is geen bestemming. Olie is een brug,” benadrukte hij. Volgens Adhin moet Suriname groeien naar wat hij omschreef als een “network identity”, waarbij de economie niet alleen draait om olie en gas, maar ook om landbouw, water, duurzame energie, toerisme, dienstverlening, kennis en digitale ontwikkeling.

De parlementsvoorzitter stelde dat Suriname zich kan ontwikkelen tot een financieel, logistiek, digitaal en educatief knooppunt tussen het Caribisch gebied en Zuid-Amerika. Hij wees daarbij op de strategische ligging van het land, de havenfaciliteiten, luchthaven, mogelijkheden voor datacentra en de potentie voor medische dienstverlening en onderwijs in de regio.

Volgens Adhin zullen grondstoffen alleen echter geen duurzame welvaart brengen. Daarvoor zijn volgens hem sterke instituten, moderne wetgeving en goed opgeleide burgers noodzakelijk. Hij pleitte daarom voor snelle modernisering van wetgeving op het gebied van arbeidsmarkt, investeringen, milieubescherming, anti-witwasmaatregelen en technisch beroepsonderwijs. “Vijftig jaar duurzame groei begint niet bij het eerste vat olie, maar bij de wetten die wij vandaag schrijven,” stelde hij.

In een ander deel van zijn toespraak stond Adhin stil bij groepen die volgens hem onvoldoende betrokken zijn bij de ontwikkeling van Suriname. Hij verwees onder meer naar mensen met een beperking en Surinamers in de diaspora. Na een bezoek aan zorginstelling Betheljada zei hij zich te hebben afgevraagd of mensen met een beperking zich niet verlaten voelen door het land. Ook sprak hij over Surinamers in Nederland, die volgens hem bij de onafhankelijkheid “in één pennenstreek vreemdelingen werden gemaakt in hun eigen geschiedenis”. Onder de noemer “Samen Suriname” pleitte hij voor een samenleving waarin niemand aan de zijlijn blijft staan. Daarbij sprak hij zich uit voor een sterkere juridische en maatschappelijke positie van personen van Surinaamse afkomst in het buitenland. 

Adhin gebruikte zijn toespraak ook om stil te staan bij de rol van het parlement zelf. Volgens hem bestaat nog altijd een misverstand over DNA als uitsluitend wetgevende macht. Hij benadrukte dat het parlement drie fundamentele taken heeft: volksvertegenwoordiging, medewetgeving en controle op de regering. “Wij zijn de volksvertegenwoordigende macht,” stelde hij. Volgens de DNA-voorzitter moet het parlement niet alleen wetten maken, maar ook de regering controleren en de samenleving vertegenwoordigen. Hij waarschuwde dat macht zonder tegenmacht uiteindelijk altijd ten koste gaat van het volk. Daarom acht hij sterke checks and balances essentieel voor de democratische rechtsorde.

Tijdens de bijeenkomst kondigde Adhin ook aan dat binnen DNA een plakkaat zal worden onthuld met daarop de tekst: “Als wij het hoogste orgaan van de staat zijn, moeten wij ook het hoogste niveau van integriteit, debat, transparantie en visie belichamen.” Verder pleitte de parlementsvoorzitter voor verdere decentralisatie van bestuur, een onafhankelijk nationaal planorgaan, betere ruimtelijke ordening en de instelling van een politiek onafhankelijke grondkamer voor beheer van gronden. Volgens hem moet Suriname voorkomen dat toekomstige olie-inkomsten verloren gaan door zwakke regelgeving of slecht bestuur.

Adhin noemde het huidige moment uniek in de geschiedenis van Suriname, omdat het land volgens hem voor het eerst vooruit kan plannen vanuit een verwachte periode van economische overvloed in plaats van voortdurende schaarste. “Honderdzestig jaar geleden begon hier een gesprek tussen volk en gezag,” zei hij aan het einde van zijn toespraak. “Mijn wens is dat wij over tien jaar kunnen zeggen dat wij de overvloed van onze tijd niet hebben verspild, dat wij de instituten hebben gebouwd en niemand hebben achtergelaten.”

U kunt de gehele toespraak hier downloaden. 


Documenten: