Bij het lezen van enkele passages uit het technisch rapport van het IMF wordt direct duidelijk dat er in Suriname een ‘olie-vloek’ dreigt, tenzij er dringend sluitende beleidsmaatregelen worden getroffen. Deze passage doet meteen denken aan de zware financiële problemen waarmee de inwoners van buurland Guyana momenteel kampen, ondanks de miljardeninkomsten uit olie en goud.

Volgens Kaieteur News stelt de Guyanese regering dat de miljarden uit het oliefonds worden geïnvesteerd in grote infrastructuurprojecten zoals wegen, bruggen en ziekenhuizen. Berichten uit lokale nieuwsbronnen laten echter een andere realiteit zien: veel burgers merken in hun dagelijks leven nauwelijks verbetering. Verschillende winkeliers geven aan dat Guyanezen inmiddels basisproducten zoals tennis rolls, butterflaps en kleine snacks op krediet kopen, omdat ze anders het einde van de week simpelweg niet halen.

Wat ‘Resource Curse’?

Het begrip resource curse (de grondstoffenvloek) verwijst naar het fenomeen waarbij landen met een overvloed aan niet-hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen – zoals olie, gas, goud of mineralen – paradoxaal genoeg vaak trager groeien, meer politieke instabiliteit ervaren en slechtere sociale uitkomsten hebben dan landen zonder zulke rijkdommen. Met andere woorden: in plaats van een zegen blijkt de rijkdom vaak een vloek.

Economen benadrukken dat de oorzaak hiervan niet ligt in de aanwezigheid van de grondstoffen zelf, maar in de manier waarop overheden en samenlevingen ermee omgaan. Dit mechanisme kwam ook uitgebreid aan bod tijdens de masterclass sociologie aan de Faculteit der Maatschappijwetenschappen van de Anton de Kom Universiteit van Suriname, verzorgd door professor Jack Menke, met als thema: Ontwikkeling versus de politieke economie van de olievloek: een Zuid-Amerikaans perspectief. De kern van de vloek is dat de eenzijdige focus op de winning van grondstoffen leidt tot verwaarlozing en verdringing (crowding-out) van andere vitale economische sectoren, zoals de landbouw en visserij, met toenemende ongelijkheid tot gevolg.

Surinaamse ambities en waarschuwingen
In een recent artikel in The International Journal of Human Rights, getiteld Surinames offshore olie-ambities: navigeren tussen mensenrechten, klimaatverplichtingen en het risico van ecocide, beschrijft Daphina Misiedjan de Surinaamse dynamiek. President Jennifer Geerlings-Simons gaf in haar eerste jaarrede aan dat de regering lokale participatie in de olie- en gassector strikt zal waarborgen.

Opvallend is echter dat de minister van Olie, Gas en Milieu, Patrick Brunings, zich publiekelijk voorzichtig uitlaat over de naderende olieboom; hij waarschuwt dat deze bij slecht beheer kan omslaan in een vloek. Terwijl industriële actoren zoals Staatsolie en internationale partners zoals TotalEnergies de offshore olie-exploratie primair zien als een historische kans voor economische groei en werkgelegenheid, wijzen milieuorganisaties en vertegenwoordigers van de visserijsector juist op de enorme risico’s voor de kust- en leefgemeenschappen.

Focus op het Corantijngebied

De impact van deze ontwikkelingen werd onlangs scherp belicht tijdens een presentatie van enkele participanten van de masterclass over de gevolgen van de resource curse voor Inheemse gemeenschappen in het Corantijngebied. Hun onderzoek richtte zich specifiek op dorpen zoals Apoera, Washabo, Section, Orealla en Siparuta (en in het verlengde daarvan Kalebaskreek in het Coppenamegebied en de kustzone van Coronie).

Deze gemeenschappen leven al generaties lang in harmonie met de natuur. Hun levensonderhoud is volledig afhankelijk van wat de rivier en het tropische regenwoud aan vis en wild te bieden hebben. Hoewel Suriname in 2028 zal starten met de grootschalige exploitatie van offshore olievondsten, vergroot dit de sociale en ecologische risico’s voor deze binnenlandse gemeenschappen aanzienlijk.

Dit roept een cruciale vraag op: wat zijn de exacte gevolgen van de resource curse voor de Inheemse gemeenschappen in het Corantijngebied, en op welke wijze kunnen zij betekenisvol worden betrokken bij de besluitvorming rondom de offshore oliewinning die zich op 150 kilometer van de kust afspeelt?

Ecologische en sociale risico’s

Als het misgaat, treffen de gevolgen de Inheemse gemeenschappen het hardst. Bij een eventuele olielekkage in het winningsgebied kunnen zeestromen de olie naar de kust en de brakwaterzones transporteren, waardoor ook de Corantijnrivier vervuild raakt. De directe gevolgen hiervan zijn desastreus:
• vervuiling van drinkwaterbronnen;
• het instorten van de visbestanden;
• onherstelbare schade aan unieke biodiversiteitshotspots.

Aangezien de Inheemse bewoners voor hun eerste levensbehoeften direct afhankelijk zijn van schoon water, het bos en de visvangst, zullen zij de volledige ecologische en economische lasten van zo’n incident dragen.

Conclusie: geen slachtoffers, maar partners

De kernboodschap is helder: de komende oliewinning biedt een enorme kans voor alle Surinamers in het algemeen en de Surinaamse economie in het bijzonder, maar zonder scherpe wetgeving, harde afspraken en een transparant beheer van de olie-inkomsten riskeert het een vloek te worden. De Inheemse gemeenschappen in het Corantijngebied mogen hier niet het slachtoffer van worden.

Zij moeten volledig, tijdig en in begrijpelijke taal worden geïnformeerd over de projecten voordat er besluiten worden genomen. Alleen door hen voldoende tijd te geven voor intern overleg, conform hun eigen tradities en besluitvormingsprocessen, kunnen hun toekomst en leefgebied worden veiliggesteld.

Marcellino Nerkust