De hervorming van de rechterlijke macht is de afgelopen weken onderwerp van intensief debat. Congressen, commissies en deskundigen buigen zich over grondwetswijzigingen, nieuwe instituties en organisatorische modellen. Dat is op zichzelf begrijpelijk: het gaat om complexe materie. Maar wie het debat uitsluitend daar voert, mist de kern. De hervorming van de rechterlijke macht is geen technocratisch project. Zij is een democratische opdracht.

De recente verkiezingen hebben een duidelijk signaal afgegeven. Een grote groep burgers heeft haar stem niet uitgebracht uit tevredenheid, maar uit frustratie en wantrouwen. Dat wantrouwen richt zich niet alleen op de politiek, maar ook op instituties die geacht worden burgers te beschermen: het recht, de rechtspraak, de rechtsstaat. Daarom is het signaal helder: mensen verlangen naar eerlijke, toegankelijke en onafhankelijke rechtspraak die alle burgers op gelijke wijze behandelt. Hervorming mag daarom nooit een doel op zich zijn. Zij moet een antwoord zijn op wat steeds vaker wordt ervaren als een noodkreet uit de samenleving.

We horen het dagelijks terug. Procedures duren te lang. Uitkomsten zijn moeilijk te begrijpen. De afstand tussen burger en rechter wordt als groot ervaren. Of dat beeld in alle gevallen juridisch volledig klopt, is uiteindelijk minder relevant dan het feit dát het zo wordt beleefd. In een democratische rechtsstaat is niet alleen formele rechtmatigheid van belang, maar ook beleefde rechtvaardigheid. Wanneer burgers structureel het gevoel hebben dat het recht niet voor hen werkt, verliest de rechtsstaat haar fundament.

Juist daarom is het riskant wanneer hervormingen uitsluitend worden benaderd vanuit institutionele voorzichtigheid of academische perfectie. Natuurlijk is zorgvuldigheid nodig. Natuurlijk moeten wetten samenhang vertonen. Maar zorgvuldigheid mag geen excuus worden voor uitstel en samenhang mag geen dekmantel zijn voor stilstand. Democratische legitimiteit vraagt niet alleen om goed doordachte besluiten, maar ook om besluitvaardigheid.

De verkiezingen hebben laten zien dat de samenleving verandering verwacht. Niet omdat burgers tegen instituties zijn, maar omdat zij instituties willen die functioneren in hun belang. Hervorming van de rechterlijke macht moet daarom zichtbaar bijdragen aan betere rechtsbescherming: begrijpelijke procedures, toegankelijke rechtsgangen en een rechtspraak die onafhankelijk is, maar ook herkenbaar rechtvaardig.

In dat licht is het problematisch wanneer hervorming wordt opgeschort met de redenering dat “de tijd nog niet rijp is” of dat “meer studie nodig is”. De vraag is dan onvermijdelijk: voor wie is de tijd nog niet rijp? Voor burgers die al jaren wachten op eerlijke behandeling, is die tijd allang aangebroken. Democratische legitimiteit betekent dat politieke keuzes aansluiten bij de gerechtvaardigde verwachtingen van de samenleving, niet dat zij pas worden genomen wanneer een beperkte elite overtuigd is.

Wetenschappelijke inzichten zijn daarbij onmisbaar. Zij helpen om problemen scherp te definiëren, risico’s te benoemen en alternatieven af te wegen. Maar wetenschap moet richting geven aan het democratisch proces, niet het democratisch proces vervangen. Wanneer expertise wordt ingezet om besluitvorming structureel te vertragen of te neutraliseren, verliest zij haar maatschappelijke functie. Kennis dient de democratie, en niet andersom.

Ook het koloniale verleden speelt hierin een rol. Te vaak is besluitvorming in Suriname historisch van bovenaf vormgegeven, met beperkte betrokkenheid van de bevolking. Hervormingen die vandaag opnieuw primair top-down worden ontworpen, lopen het risico die bestuurscultuur te reproduceren. In een volwassen democratie komt legitimiteit van onderop: uit publieke betrokkenheid, uit herkenning en uit vertrouwen.

De hervorming van de rechterlijke macht moet daarom niet alleen worden beoordeeld op institutionele elegantie, maar vooral op haar effect in de praktijk. Voelen burgers zich beter beschermd? Begrijpen zij het recht beter? Hebben zij het vertrouwen dat rechtspraak onafhankelijk en eerlijk is? Is er inderdaad rechtspraak zonder aanzien des persoons? Dat zijn de vragen die uiteindelijk tellen.

Modernisering die geen antwoord geeft op deze vragen, zal het vertrouwen niet herstellen, hoe zorgvuldig zij ook is vormgegeven. Alleen wanneer hervorming zichtbaar en voelbaar aansluit bij de maatschappelijke werkelijkheid, kan zij bijdragen aan een duurzame en geloofwaardige rechtsorde. De boodschap van de recente verkiezingen is duidelijk. Het is nu aan de politiek om te laten zien dat zij die boodschap heeft begrepen. Hervorming van de rechterlijke macht is geen exercitie voor experts alleen, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid tegenover het volk dat heeft gesproken.

Jim A. Yard
bestuurskundige/wetgevingsjurist