In De Nationale Assemblee (DNA) zijn ernstige zorgen geuit over het gebruik van pesticiden in de landbouw en het falen van het voedselveiligheidssysteem. In vier dagen tijd heeft de Europese Unie twee belangrijke exportproducten – rode peper en kouseband – afgekeurd vanwege overschrijding van pesticiden-normen. Ook de volksgezondheid loopt volgens parlementariërs ernstig gevaar. “We zijn bezig het volk te vergiftigen”, zegt NDP-parlementariër Jennifer Vreedzaam, die stevige kritiek leverde op het beleid van minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV).

Verschillende parlementariërs stelden tijdens de openbare vergadering van woensdag dat dit opnieuw een duidelijk signaal is dat het controlesysteem structureel tekortschiet. Met name Cherryl Dijksteel (VHP) sprak van een fundamenteel probleem. “Wanneer we niet in staat zijn om verboden stoffen te voorkomen, overschrijdingen te detecteren en producten tijdig te controleren, moeten we ons afvragen of het systeem nog wel werkt”, aldus Dijksteel.

Zij stelde een reeks indringende vragen aan de regering. Zo wil zij weten of de betrokken exporteurs inmiddels zijn geïdentificeerd en of producten van dezelfde landbouwbedrijven opnieuw worden getest. Ook de traceerbaarheid van producten staat ter discussie. “Zonder te weten waar een product vandaan komt, is effectieve controle onmogelijk”, benadrukte zij.

Een belangrijke vraag is of producten daadwerkelijk worden getest voordat zij op de markt komen of worden geëxporteerd. Als dat wel gebeurt, rijst de vraag waarom de overschrijdingen niet eerder zijn ontdekt. Gebeurt het niet, dan wijst dat volgens de parlementariërs op een fundamenteel gebrek aan basiscontrole.


Vreedzaam en VHP-parlementariër Dew Sharman vinden dat de regering – en met name minister Noersalim – hiermee niet weg kunnen komen. Vreedzaam pleit voor directe actie. “Maar er gebeurt niets. We hebben niet gemerkt dat de producten zijn teruggehaald. Ze liggen dus nog in de schappen. Dit betekent niets anders dan dat we bezig zijn het volk te vergiftigen”, zegt zij.

Volgens Dijksteel is het probleem al langer bekend. In het strategisch plan van het Nationaal Instituut voor Voedselveiligheid Suriname (NIVS) zijn pesticideresiduen al als prioriteit aangemerkt. Ook binnen internationale programma’s, zoals het STDF-project, zijn oplossingen uitgewerkt. “De problemen zijn bekend, de oplossingen zijn bekend, maar ze worden niet uitgevoerd”, stelde zij.

De gevolgen zijn volgens haar ernstig. Niet alleen worden exportproducten afgekeurd en loopt Suriname reputatieschade op, maar er bestaat ook een risico voor de volksgezondheid. Het feit dat overtredingen door Europese instanties worden vastgesteld en niet lokaal, noemt zij bijzonder zorgwekkend. “Dat betekent dat ons systeem faalt in zijn basisfunctie: het beschermen van de consument.”

De kritiek in het parlement richt zich in het bijzonder op het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV), dat verantwoordelijk is voor toezicht en handhaving. De roep om ingrijpen wordt steeds luider. Volgens Dijksteel is de kwestie inmiddels de fase van een technisch probleem voorbij. “Dit is een bestuurlijk probleem. De vraag is niet óf er een probleem is, maar waarom er nog steeds niet is ingegrepen.”

Van de regering wordt verwacht dat zij op korte termijn met concrete maatregelen komt om de controle op pesticidegebruik te versterken, de voedselveiligheid te waarborgen en het vertrouwen van zowel consumenten als internationale handelspartners te herstellen.