De afgelopen periode heeft Robby Makka zich nadrukkelijk kritisch uitgelaten over de regering van president Jennifer Simons en vicepresident Gregory Rusland. Dat is zijn goed recht. Kritische kanttekeningen zijn zelfs noodzakelijk in een democratische rechtsstaat. Zij houden een regering scherp, alert en verantwoordelijk tegenover het volk. Maar wat opvalt, is de toon en intensiteit waarmee Makka nu spreekt, in schril contrast met zijn houding tijdens het bewind van voormalig president Chandrikapersad Santokhi. Juist in die periode werd ons land geconfronteerd met een van de zwaarste economische crises uit de recente geschiedenis.

Allereerst is het belangrijk om de feiten correct te benoemen. Er wordt gesproken over “één jaar regering-Simons”, terwijl deze regering pas op 17 juli het bestuur officieel overnam. Dat betekent dat de regering nog geen jaar aan de macht is, maar exact negen maanden bestuurlijke voorbereiding en transitie achter de rug heeft. Negen maanden: de tijd die nodig is voor de geboorte van een kind. Er is in de afgelopen vijf jaar zoveel kapotgemaakt dat ons land nu weer helemaal moet worden opgebouwd en er als een pasgeboren kind voorstaat. Het moet nu verzorgd, gevoed, beschermd en opgevoed worden.

Een regering die een financieel uitgeput land erft, kan onmogelijk binnen enkele maanden alle structurele problemen oplossen die jarenlang zijn opgebouwd. En precies daar wringt het in de analyse van Makka: hij haalt in zijn analyse gemakshalve de erfenis van Chan Santokhi niet aan. Waar was de harde kritiek van Makka toen de bevolking gebukt ging onder:
● explosieve prijsstijgingen;
● torenhoge inflatie;
● voortdurende koersschommelingen;
● afnemende koopkracht;
● belastingverhogingen;
● stijgende brandstofprijzen;
● en een groeiende schuldenlast?

Vandaag spreekt Makka uitvoerig over de uitdagingen van de huidige regering, maar opvallend weinig over de economische ravage die de regering-Santokhi heeft achtergelaten. Suriname werd financieel, economisch, sociaal, moreel en maatschappelijk vrijwel bankroet achtergelaten:
● schulden over en weer;
● een uitgeholde staatskas;
● betalingsachterstanden;
● onzekerheid binnen de publieke sector;
● een bevolking die het vertrouwen in de politiek en economisch herstel grotendeels had verloren.

Daarbij komt de vraag die velen zich stellen: waar was Makka toen Blok 58 werd verpand? Was dat volgens hem verantwoord beleid? Heeft hij daar destijds dezelfde scherpe kritiek op geleverd als hij nu doet richting de regering-Simons/Rusland?

De koers zou naar SRD 60 gaan? Tijdens de verkiezingsperiode werd vanuit kringen rondom de VHP, het politieke kamp waar Makka lid van is, gewaarschuwd dat bij een regering onder leiding van de NDP de wisselkoers naar SRD 60 zou gaan. Maar wat zien we vandaag? De koers is juist stabiel gebleven. Dat betekent niet dat alle problemen opgelost zijn, maar wel dat de rampscenario’s die aan de samenleving werden voorgehouden, vooral gericht waren op het creëren van angst.

Ondanks hoge internationale marktprijzen voor brandstof is dat bij ons niet geëxplodeerd, zoals in Amerika en Europa. De regering probeert zichtbaar balans te houden tussen:
● economische stabiliteit;
● sociale bescherming.

Dat is geen eenvoudige taak in een land dat financieel zwaar belast werd achtergelaten.

Daarnaast werpt het beleid vruchten af om:
● rust op de valutamarkt te behouden;
● het investeerdersvertrouwen voorzichtig te herstellen;
● en de sociaal-economische druk op burgers te beperken.

Zijn er fouten? Natuurlijk. Zijn er uitdagingen? Absoluut.
Moet de regering kritisch gevolgd worden? Zonder twijfel.

Maar een objectieve analyse vraagt ook eerlijkheid over waar Suriname vandaan komt.

De kern van de discussie is daarom niet dat Makka kritiek levert. Kritiek is gezond en nodig. De vraag is echter waarom die kritische scherpte nauwelijks zichtbaar was tijdens de periode waarin de bevolking de zwaarste economische offers bracht onder de regering-Santokhi.
Toen sprak Makka vaak over:
● “herstelbeleid”;
● “een noodzakelijke koers”;
● “macro-economische stabilisatie”;
● en “een goede basis voor de toekomst”.

Nu, terwijl een nieuwe regering nog bezig is de puinhopen te inventariseren en een nieuwe richting uit te zetten, klinkt plotseling een andere toon. Dat roept bij velen de indruk op van politieke selectiviteit in plaats van onafhankelijke economische objectiviteit. Wij hebben behoefte aan eerlijke analyses.

Suriname heeft behoefte aan economen die:
● consequent en kritisch zijn;
● onafhankelijk blijven;
● regeringen objectief beoordelen;
● en niet afhankelijk lijken van politieke voorkeuren of machtswisselingen.

De regering-Simons/Rusland moet scherp gehouden worden. Dat is noodzakelijk. Maar dezelfde maatstaf moet dan ook gelden voor het verleden. Geloofwaardigheid ontstaat niet door alleen kritiek te leveren wanneer de politieke wind verandert. Geloofwaardigheid ontstaat door consequent dezelfde principes toe te passen — ongeacht welke regering aan de macht is.

Arnissen Khodabaks