Zunder: Casus nationale strijder, Louis Doedel
22 Apr, 04:57
foto
Armand Zunder, voorziter Nationale Reparatie Commissie Suriname.


Nabestaanden van Louis Doedel hebben onlangs de minister van Volksgezondheid verzocht om het recent ‘gevonden’ medisch dossier zo snel mogelijk te laten digitaliseren en veilig te stellen omdat het van nationaal en historisch belang zou zijn’. Armand Zunder merkt in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Nationale Reparatie Commissie Suriname (NRCS) op, dat het een nobel streven van de familie is dat volledig wordt ondersteund, maar dat het hier gaat om ‘de casus Louis Doedel’ en dit is een nationale, regionale en internationale kwestie.

Louis Doedel is één van de voornaamste grondleggers van de moderne vakbeweging. Andere activisten en leiders van de arbeidersbeweging in de tijd waar Doedel vaak een leidende rol had, waren: Theo de Sanders, G.H. Günther, Heinrich Liesdek, Lepelblad, Kees Wijngaarde, van Vliet, Kopenski, J.M. van Eer, Venoaks en iets later niet te vergeten Anton de Kom.

Op de eerste 1 mei 1932 herdenking van de Internationale Arbeidsdag heeft Doedel in zijn toespraak onder meer de volgende opmerking gemaakt, die tot de dag van vandaag nog van toepassing is: ‘Naarmate het klassenbewustzijn bij de arbeiders wakker werd, naarmate ook gingen zij inzien dat de kracht van de arbeider enkel en alleen in hechte organisatie te zoeken is en nergens anders lag’. In de periode tussen 12 april 1931 en zijn arrestatie op 29 mei 1937 heeft hij diverse organisaties van werkenden en werklozen in Suriname dwars door de koloniale besturen bewust gecreëerde etnische verdeling van groepen, georganiseerd en gemobiliseerd.  

Doedel kwam op 29 mei 1937 vanwege zijn vakbondsactiviteiten weer eens in conflict met de koloniale bestuurders toen hij aan gouverneur Kielstra een petitie over de problematiek van de werkers wenste aan te bieden. Hij is op deze dag in opdracht van de koloniale autoriteiten gearresteerd en in de psychiatrische instelling Wolffenbuttel ter observatie opgenomen. Zijn opsluiting heeft maar liefst 43 jaar geduurd.

Nizaar Makdoembaks schrijft in een recente publicatie hieromtrent: ’Het lijdt nauwelijks twijfel dat zijn geest is gebroken door deze langdurige opsluiting’. Henk Herrenberg merkte na een bezoek aan Doedel in 1980 op: ’Die man was net een plant, hij was meer dood dan levend... Hij zat op de zwaarste afdeling waar ze allerlei methodes, injecties maar ook schoktherapieën gebruikten’.

Naar alle waarschijnlijkheid zal de informatie uit het medische dossier de familie, vakbeweging, de regering, de Caricom Reparations Commision en ook de Nederlandse regering, duidelijk maken dat er sprake is van groot institutioneel koloniaal onrecht dat aan Louis Doedel is aangedaan. Het bestuur van de NRCS is de opinie toegedaan dat wat de koloniale bestuurders Louis Doedel hebben aangedaan een moreel niet te accepteren actie is geweest. Er is hier duidelijk sprake van een institutionele misdaad tegen deze persoon! Hiervoor moeten door een Nederlandse regering excuses aan zijn nabestaanden, aan de vakbeweging en aan de gemeenschap worden aangeboden en vervolgens moet dit onrecht ook met reparaties worden ondersteund.

De NRCS zal deze materie binnen een aantal weken goed onderbouwd voorleggen aan de vakbeweging en hierna aan de president van de Republiek Suriname en ook aan de Caricom Reparations Commission, maar ook aan de aanstaande Nederlandse regering door tussenkomst van de Nederlandse ambassade in ons land.

Aan de Surinaamse regering zal de NRCS, ondersteund door het Platform: ‘Suriname verdient Excuses en Reparaties’  vragen om uiterlijk op de volgende herdenking van de sterfdag van Louis Doedel, te weten 10 januari 2022, het Voltzgebergte in ons achterland, te vernoemen naar Louis Doedel. Dit gebergte is namelijk in de koloniale tijd vernoemd naar een 28 jarige geoloog waarvan zijn enige bijdrage aan de ontwikkeling van Suriname is geweest dat hij als eerste Europeaan dit gebergte heeft gezien, nadat de Inheemsen die al duizenden jaren eerder dit gebergte kenden, hem op een expeditie naar het gebergte hebben begeleid. Het gebergte had toen ongetwijfeld al een Inheemse naam!

In het kader van het dekoloniseren van onze ’minds’ wordt het na 45 jaar na de onafhankelijkheid echt wel tijd dat wij de ‘guts’ moeten kunnen opbrengen om onze nationale helden op gepaste wijze te eren en hun namen te vereeuwigen, stelt Zunder.
Advertenties