Journalistieke en geen politieke verantwoordelijkheid
11 Aug, 19:45
foto


Nadat ik het ingezonden stuk van collega Arny Belfor had gelezen, vroeg ik mij af met welke referentie en met welke intentie zo een niet-journalistieke productie tot stand is gekomen. Met respect voor de vrijheid van meningsuiting van mijn collega, hoop ik dat hij met hetzelfde respect en begrip zal hebben voor een meer beroepsmatige kijk op de relatie tussen de pers en de politiek in ons maatschappelijk verkeer.

Laat meteen gezegd worden dat de media/pers en de journalistiek op geen enkele wijze deel uitmaken van een constitutionele macht, niet de facto en ook niet de jure. Zij hebben slechts een grondwettelijk recht en de plicht om volgens een zelf, internationaal gekozen beroepscode en ethiek, het recht van de samenleving op informatie te dienen. Niets minder en niets anders. Overigens heeft elke burger dit grondwettelijke recht, vandaar ook sociale media en een pluriformiteit aan opbel- en praatprogramma’s via radio en televisie alsook sociale media waar elke burger zich vrijelijk kan uiten. Code en ethiek maken echter meteen ook onderscheid tussen het vrije beroep (onafhankelijke journalistiek) en het recht van elke burger zich te uiten (sociale media).

In het schrijven van mijn collega roept hij de pers op om ex-president en voorzitter van de NDP, Desi Bouterse, die in de volksvertegenwoordiging met 16 zetels een belangrijk deel van de samenleving vertegenwoordigt, dood te zwijgen tenzij die verantwoording komt afleggen over zijn beleid van de afgelopen 10 jaar. Ik zal mijn best doen professioneel te blijven. In de journalistiek zijn personen, zeker politieke, niet ons product maar subjecten die bijdragen tot het journalistiek product. Het ligt niet aan de onafhankelijke journalistiek over hun handelen en daden een politiek standpunt in te nemen of die te veroordelen en zeker niet een politiek standpunt of mening als journalistieke productie te ventileren, tenzij dat in de persoonlijke sfeer is of in een column, want ook journalisten mogen zichzelf een politiek standpunt en politieke ideologie aanmeten. Daarvoor zijn zij normale burgers.

Journalisten hebben in de uitoefening van hun beroep en dat is vrijwel 24 uur per dag, geen politieke verantwoordelijkheid, maar een maatschappelijke. Het is een farce en tegen alle journalistieke conventie in wanneer dat wel het geval zou zijn. Inzichten van zelf wetenschappers als zou de journalistiek moeten bijdragen aan gezonde maatschappelijke verhoudingen, door een bepaalde en gekleurde politieke signatuur of standpunt aan te hangen of dood te zwijgen, zijn een gevaar voor het beroep en in strijd met het recht op informatie van de burger. Ik heb in mijn periode als hoofd van de nieuwsdienst bij ABC-radio aan Johnny Kamperveen, zoon van André kamperveen, één van de 8 december-slachtoffers gevraagd waarom op ABC-radio en televisie de stem van Bouterse niet te horen is en hij geen microfoon krijgt. Ik hield hem voor dat er journalistieke regels zijn …. “Fuck die journalistieke regels, maar hier krijgt die moordenaar geen enkele zendtijd”,...

Met alle respect en begrip voor de context van dat standpunt heb ik mij erbij neergelegd met de vaste overtuiging dat dit geen goede manier is van journalistiek bedrijven. Recent, na de verkiezingen merkte ik tegenover een bestuurslid van dit familie mediabedrijf op dat ik Bouterse nu wel hoor op ABC-radio en televisie. Mij werd meegedeeld dat gezien het belang van de informatieversterking, het Bouterse doodzwijgen standpunt moest worden verlaten.

De reactie van Stan Dijksteel op het ingezonden stuk van mijn collega, is precies waar wij ons als beroepsgroep ernstig zorgen over moeten maken. Want, hoe kijkt de samenleving tegen ons aan, is zij zich bewust van de rol en de taken van de journalist, maar meer nog: wat zal de toekomst zijn van ons beroep wanneer juist met dit soort concepties voeding wordt gegeven aan de politiek om de vrije meningsuiting en het recht op informatie aan banden te leggen?.

Hoewel het ook voor de journalist een dunne scheidslijn is om met alle politiek geweld om ons heen, zijn of haar persoonlijk standpunt ondergeschikt te maken aan het professioneel belang, heeft collega Belfor niet de spijker op de kop geslagen met zijn stuk, maar is hij juist ver, heel ver buiten deze dunne scheidslijn getreden met een dodelijke dolksteek aan het journalistieke beroep. Het is juist daarom dat maanden tevoren, in aanloop naar de verkiezingen van 25 mei, ik met nadruk een beroep heb gedaan op mijn collega’s, ‘wees meer journalist dan politicus’. Deze oproep wil ik hier nadrukkelijk herhalen.

Tot slot nog dit, Desi Bouterse is niet het product en de verantwoordelijkheid van de journalistiek waarmee wij moeten afrekenen door hem dood te zwijgen. Integendeel; de politiek en de maatschappelijke en meer nog grondwettelijke vrijheid die hem heeft gefabriceerd, zullen de hand in eigen boezem moeten steken.

Wilfred Leeuwin
freelance journalist

Advertenties

Monday 28 September
Sunday 27 September
Saturday 26 September