De Surinaamse pers: een grote maatschappelijke ramp
07 Aug, 04:38
foto


De afgelopen 10 jaar hebben wij als pers/media op de eerste rij gezeten tijdens de D-kwaliteit reality soapserie die heette ‘regering-Bouterse’, deel 1 en 2. Ik ga geen tijd besteden aan een soort van samenvatting over wat zich in die 10 jaar heeft afgespeeld. Het was niveauloos, weinig verheffend, destructief en ongekend beschamend. 

Maar de balans die wij aan het einde moesten opmaken was dat het Desi Bouterse voor de vierde keer (sinds 1980) was gelukt om onze economie te ruïneren en om ons moreel ethisch uit te hollen, in naam van zijn ‘ideologie’. Het verschil met de voorgaande keren is dat het financieel gat dat is geslagen, ditmaal astronomische afmetingen heeft. 

Hoewel het besef van wat Bouta weer eens heeft kunnen doen nog moet aankomen, is er een andere ramp die zich verder voltrekt: de Surinaamse pers. Sommige collega's en niet collega's weten dat ik de Surinaamse pers in belangrijke mate verantwoordelijk hou voor wat in de afgelopen 10 jaar en daarvoor, is gebeurd. Matig ontwikkeld, individueel zwakke persoonlijkheden, met een autoriteitgevoeligheid (iets dat geen enkele journalist mag hebben) waren de basis voor de rol die de pers heeft gespeeld.

En ondanks ik dit weet, is wat de pers nu doet, a whole new level van incompetentie en bizar. 2 voorbeelden:  1. Ex-minister Gilmore Hoefdraad, de spil in de vernietiging van onze economie, slaat als een ordinaire crimineel op de vlucht. En, terwijl hij op de vlucht is, stuurt Hoefdraad een ‘verklaring’ om tegen te spreken wat president Chandrikapersad Santokhi aan feiten onthulde.

En tot overmaat van ramp, de Surinaamse pers brengt die ‘verklaring’ ook nog, zonder Hoefdraad ook maar één vraag te stellen, zonder hem te dwingen een interview af te staan, zonder hem te confronteren met de zeer ernstige beschuldigingen. Hoefdraad heeft de pers (zijn dom hoertje) ordinair gebruikt om iets de ether in te slingeren en om Santokhi en zijn minister van Financiën tot leugenaars te degraderen. 

Voorbeeld 2. Wat mij een aan een nachtmerrie grenzende verbazing heeft bezorgd, was de online massameeting die de NDP woensdag heeft gehouden, uitgerekend via een medium dat vaker als ‘vijand’ en vijandig is bestempeld in de afgelopen 10 jaar. Maar het ergste van alles is dat Bouterse, zonder nog maar één pittig interview te hebben afgelegd, zonder aan de tand te zijn gevoeld door één of meer journalisten met lef en ballen, zonder zich te hoeven verantwoorden voor de verschrikkelijke ravage die is aangericht, de kans krijgt zaken te roepen en te schreeuwen. 

De vrije pers gaf Bouterse drie weken (mi Gado, mi Jezus DRIE WEKEN!) nadat de nieuwe regering, temidden van zijn ravage en het bankroet van de staat is aangetreden, de ruimte om laf te schoppen tegen de schenen van Santokhi en zijn team, en de inventarisatie van de historische vernietiging van ons land, is nog maar net begonnen. Wat een ramp met onze pers/media. T’is om van te huilen en je voor te schamen!

Bouterse mag en moet de kans krijgen te praten. Dat recht is, als ex-dictator en uitgesproken machtspoliticus, totaal niet zijn verdienste. Het staat in de grondwet dat elke burger zich mag uiten, dezelfde grondwet die Bouterse openlijk respectloos behandelde. Maar Bouterse heeft meer dan elke andere burger de verplichting eerst te komen uitleggen wat er is gebeurd. 

De pers heeft nu een belangrijke keuze te maken: 1 gaan wij ons gedragen naar de eisen van ons vak, of 2. kiezen wij ervoor niets meer te zijn dan domme doorgeefluiken van goedkoop, niveauloos en destructief volkstheater? Tot nu toe hebben wij (bij meerderheid) gekozen voor optie 2: doorgeefluiken zijn van goedkoop, niveauloos en destructief volkstheater.

Bouterse mag praten, maar alleen nadat hij in interviews, met uiterst kritische journalisten, komt uitleggen in welke hel hij ons weer heeft gesleurd. Als hij dat weigert te doen, moet Bouterse zijn mond eindelijk eens houden. De vrije pers mag Bouterse geen podium meer geven, voordat hij verantwoording aflegt. Een belangrijke hint: Bouterse’s grootste angst nu is dat hij niet meer gehoord zal worden. Pers, daarmee heeft u een hele sterke onderhandelingspositie als Bouterse de media weer nodig heeft. 

Collega's, jij bent de baas, en jij bepaalt, niet Bouterse. Niet meer! Wij moeten de verhaallijn bepalen. Dit mogen en moeten wij doen, namens het volk. Wij journalisten mogen niet meer het hoertje zijn van politici. Pas dan zal het volk iets aan ons hebben als de vierde macht. Anders zijn de vrije pers en de media niets meer dan een maatschappelijke ramp, en de ingrediënten voor een heerlijke, domme brafu voor Bouta.

Arny Belfor 
Advertenties