Koala's en panda's worden ingezet voor diplomatie.
In een artikel op Starnieuws van 3 december 2019 heb ik vermeld dat sommige landen hun bijzondere dieren inzetten om hun diplomatieke bilaterale relaties met sommige landen te cultiveren. Genoemd werden de olifanten- de koala’s- en de panda’s die ingezet worden in de diplomatie van respectievelijk: Sri Lanka: Australië en de Volksrepubliek China. 

Sri Lanka
Wanneer bezoekers van dierentuinen olifanten zien en begroeten, roept dat niet direct associaties op met Sri Lanka, omdat olifanten in meerdere landen in Afrika en Azië voorkomen. Maar de olifanten van Sri Lanka, die behoren tot de familie van Aziatische olifanten, worden door het eiland exclusief gebruikt om de bilaterale diplomatieke relaties met landen te cultiveren.

Het eiland van 65.610 km2 heeft de hoogste densiteit van olifanten in Azië i.e. 1 olifant per km2, in totaal zijn er circa 7.500 van deze kolossale dieren in Sri Lanka. Alleen landen die als zeer goede vrienden worden beschouwd, krijgen olifanten gedoneerd als teken van vriendschap en hechte diplomatieke banden. Twee landen die hiervoor in aanmerking kwamen, zijn Zuid-Korea en Japan. In 2010 kreeg Zuid-Korea twee olifanten, een mannetje en een vrouwtje en in 2013 kreeg Japan twee baby olifanten.

Australië
De koala’s spelen een belangrijke rol in de diplomatieke inspanningen van Australië. Wie in een dierentuin tegen koala’s aankijkt, weet direct de link te leggen met Australië, omdat dit het enige land ter wereld is waar koala’s voorkomen. Het Australische ministerie van Buitenlandse Zaken & Handel heeft een handleiding van 600 pagina’s laten samenstellen waarin gedetailleerd beschreven wordt hoe landen die koala’s gedoneerd krijgen, voor hen moeten zorgen.Twee landen, met name, Japan en Singapore hebben koala’s van Australië gekregen. Op internationale bijeenkomsten zoals de G-20 top in Brisbane in 2014 mochten wereldleiders zoals Barack Obama en Vladimir Poetin uitgebreid op de foto met koala’s.

De volksrepubliek China: panda’s en Confucius instituten
Er bestaat geen enkele twijfel dat in de 25 dierentuinen in de wereld de aldaar verblijvende panda ‘s direct door bezoekers geassocieerd worden met de volksrepubliek China. De term panda-diplomatie kwam in zwang gedurende de Koude Oorlog, maar het gebruik van panda’s in de diplomatieke bilaterale relaties van China dateert al vanaf het jaar 685 toen de Keizerin Wu Zetian een panda paar stuurde naar de Japanse Keizerin Tenmu.

Tussen 1950 en 1987 doneerde China 24 panda’s aan negen landen, maar de meest spraakmakende was de door Mao Zedong in 1972 aan president Nixon geschonken mannetjes panda Hsing Hsing en zijn vrouwtje Ling Ling. Toen deze twee panda’s in april 1972 in de National Zoo in Washington DC arriveerden, trokken zij op de eerste dag al twintigduizend bezoekers. Voor de rest van het jaar 1972 steeg het aantal bezoekers naar 1.1 miljoen.

Deze overweldigende belangstelling voor de lieflijke, constant bamboe etende panda’s overtuigde volgens Andreas Parcher van Nouvelle Europe, de Chinese leiders ervan om de panda’s groots in te zetten als politiek diplomatieke agenten.

In 1984 zette de zeer kapitalistisch ingestelde Deng Xiaoping donaties van panda’s om in zogenaamde gift-loaning, dat wil zeggen, dierentuinen krijgen een panda-paar voor 10 jaar in huur tegen betaling van 1 miljoen US$ per jaar. Deze dierentuinen zijn ook verplicht te participeren in breeding-programs waarbij ook de in deze tuinen geboren panda’s volledig eigendom blijven van de volksrepubliek China.

Confucius instituten
Het is niet vergezocht om te stellen dat net als de pandabeer ook een Confucius instituut vereenzelvigd kan worden met de Volksrepubliek China. In de diplomatie is de premisse dat wanneer een ambassadeur, bijvoorbeeld van China, gesproken heeft, hij/zij namens China gesproken heeft. Anders gezegd, het is China dat gesproken heeft en niet een individueel persoon. Met een pandabeer en een Confucius instituut zien wij ook, dat niet alleen mensen een land kunnen vertegenwoordigen. Ook vlaggen, monumenten, ambassade gebouwen en dieren, vertegenwoordigen i.e. demonstreren in zeer waarneembare vorm de aanwezigheid van een land in een ander land.

De panda’s in de 25 dierentuinen en de 140 Confucius instituten in de wereld worden bewust door China gebruikt als instrumenten van de Chinese publieke diplomatie. Beiden zijn wat men noemt non-human materiaal dat door China bewust gestationeerd wordt op het grondgebied van andere landen. Beiden worden, als de situatie dat vereist, gebruikt als instrumenten in tijden van zowel coöperatie als conflict. Bijvoorbeeld:

Toen de Dalai Lama in 2013 een bezoek bracht aan Oostenrijk, dreigde China onmiddellijk om de twee panda beren uit de dierentuin van Wenen terug te nemen. Oostenrijk had volgens de Chinezen bij het bezoek van de Dalai Lama onvoldoende benadrukt dat zij de One-China-Policy volgen. 
Dit voorbeeld illustreert hoe de panda beer een onlosmakelijk en hard onderdeel is van het buitenlands beleid van de Volksrepubliek China. Het demonstreert en bevestigt ook dat panda beren en Confucius instituten die geplaatst worden in andere landen de One-China-Policy moeten accepteren.

Terwijl pandaberen heel erg populair zijn en blijven, geldt dat niet voor Confucius instituten. In sommige landen worden deze instituten ter discussie gesteld vanwege bezorgdheid inzake academische vrijheid, censuur, propaganda en spionage. In de Verenigde Staten van Amerika zijn er groepen van wetenschappers die aanbevelen dat deze instituten, die vaak ook verbonden zijn aan universiteiten, gesloten moeten worden. Een grote bezorgdheid is namelijk ook, dat Confucius instituten de perceptie versterken van een Chinese dreiging.

Andere zeldzame dieren
Er zijn ook andere bijzondere dieren die ingezet worden als diplomatieke giften die bedoeld zijn om bilaterale relaties te versterken:
De Seychellen gebruiken hiervoor de Aldabra reuzenschildpadden; 
Mongolië geeft zeer kostbare paarden aan bezoekende hoge gasten;
De Filipijnen geven in leen de zeldzame Filipijnse adelaars.

Rudie Alihusain