De aanval van het NDP-DNA-lid Raymond Sapoen op procureur-generaal Garcia Paragsingh heeft allang niets meer te maken met zorg voor de rechtsstaat. Wat zichtbaar wordt, is een politieke poging om druk uit te oefenen op een onafhankelijke institutie die weigert te buigen voor de wensen van een parlementaire onderzoekscommissie.

De procureur-generaal is geen dienaar van DNA, geen uitvoerder van politieke opdrachten en al helemaal geen verlengstuk van de Nationale Democratische Partij. Haar taak is duidelijk: onafhankelijk toezien op strafrechtelijk onderzoek, zonder politieke inmenging. Dat de PG kiest voor schriftelijke communicatie in een lopend traject betekent niet dat zij De Nationale Assemblée minacht.

Integendeel, zij bewaakt zorgvuldig de scheiding der machten en voorkomt dat een strafrechtelijk onderzoek verandert in een politiek strijdtoneel. Het Openbaar Ministerie heeft niemand veroordeeld; het vraagt slechts de ruimte om onafhankelijk verder onderzoek te verrichten. De voortdurende aanvallen op de procureur-generaal tonen steeds duidelijker aan dat men niet uit is op transparantie, maar op het onder druk zetten van een onafhankelijke institutie die weigert politiek te buigen.

De beschuldiging dat de procureur-generaal DNA zou “desavoueren” is daarom niet alleen misplaatst, maar ronduit misleidend. De PG handelt binnen haar constitutionele bevoegdheden. Het Openbaar Ministerie is geen politieke speeltuin van DNA en evenmin een verlengstuk van de NDP. Een parlementaire commissie kan geen strafonderzoek overnemen, geen rechter spelen en geen vervolgingsbeleid bepalen.

Wat Sapoen werkelijk wil, wordt met de dag duidelijker: een procureur-generaal die politiek meebeweegt, minder onafhankelijk opereert en gemakkelijker onder druk gezet kan worden. Daarom wordt nu een sfeer gecreëerd waarin de huidige PG verdacht moet worden gemaakt, niet omdat zij de wet schendt, maar omdat zij weigert politieke wensen boven juridische principes te plaatsen.

De PG heeft bovendien alle reden om voorzichtig en schriftelijk te communiceren. De geschiedenis van Suriname toont immers aan dat politieke meerderheden vaker geprobeerd hebben invloed uit te oefenen op justitie. Schriftelijke vastlegging voorkomt achteraf verdraaiingen, manipulatie en politieke propaganda. Zodra onderzoeken hun eigen kring naderen, moet plots de procureur-generaal verdwijnen, moet het systeem veranderen en wordt het Openbaar Ministerie aangevallen. Dat is geen verdediging van de democratie, maar intimidatie van de rechtsstaat.

De taak van het OM is strafvorderlijk en juridisch van aard; die van DNA is constitutioneel-politiek en beperkt tot de vraag of vervolging binnen het staatsrechtelijk bestel wenselijk moet worden geacht. Uit de wettelijke regeling volgt niet zonder meer dat DNA bevoegd zou zijn om zelfstandig de inhoudelijke merites van een strafzaak te beoordelen of strafvorderlijke afwegingen van het OM te herzien.

Die ruimte rechtvaardigt echter niet dat DNA inhoudelijke strafvorderlijke beoordelingen naar zich toetrekt. De parlementaire toets dient daarom terughoudend te worden uitgelegd. Binnen een democratische rechtsstaat behoort strafvordering primair plaats te vinden op basis van juridische maatstaven en niet op grond van politieke waardering door parlementaire meerderheden.

DNA mag in het kader van haar constitutionele taak beoordelen of vervolging vanuit politiek-bestuurlijk perspectief in het algemeen belang wenselijk moet worden geacht, maar die bevoegdheid strekt zich niet uit tot inhoudelijke inmenging in concrete vervolgingsbeslissingen.

Idris Naipal