Het toverstokje van Hoefdraad en Wijnerman
04 Dec, 09:28
foto


De politieke organisatie Strei! Heeft op woensdag 15 augustus 2018 een strafklacht ingediend tegen minister Gillmore Hoefdraad van Financiën en de functionaris Adelien Wijnerman van het Bureau Staatsschuld Suriname. Volgens de voorzitter van de politieke partij Strei! is de wet op de staatsschuld per 31 december 2016 overschreden. Om goed te kunnen begrijpen waar het om gaat, moeten een paar begrippen duidelijk gemaakt worden.

Wat is een obligoplafond?
Een obligoplafond is het maximum aan schulden dat een regering mag aangaan in verhouding tot het Bruto Binnenlands Product. In Suriname is dat bij wet op 60% vast gesteld van het BBP.

Wat is het BBP?
Het Bruto Binnenlands Product (BBP) is de totale geldwaarde van alles wat een land aan goederen en diensten produceert gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar). Denk hierbij aan bijvoorbeeld salarissen, inkomsten uit de exporten (hout, goud etc.) maar ook de opbrengsten van de ijs- en worstman, warungs en rotishops dragen bij aan het BBP. Het obligoplafond (wat de regering maximaal mag lenen) is verdeeld over 3 schijven:
• Schijf 1 : Dit obligoplafond is het maximale percentage van wat de regering, mag lenen binnen Suriname (Binnenlandse schuld). Denk hierbij aan banken etc., maar ook aan burgers. Dit percentage is op 21 januari 2011 op 25% van het BBP gesteld en heet het Obligoplafond Bruto Binnenlandse Staatsschuld.

• Schijf 2: Dit 2e obligoplafond is het percentage dat de regering mag lenen buiten Suriname. Dit percentage op 21 januari 2011 op 35% van het BBP gesteld en heet Obligoplafond Bruto Buitenlandse Staatsschuld.

• Schijf 3: Dit obligoplafond bereken je door de twee bovenste obligoplafonds bij elkaar op te tellen en bedraagt dus 60%. (Obligoplafond voor de totale bruto Staatsschuld, dus hoeveel de regering in TOTAAL mag lenen).

In 2016 bedroeg het BBP van Suriname volgens onder andere het IMF en de Wereldbank ongeveer 3.278 miljard US$. De regering mag volgens de wet maximaal 60% van dit bedrag lenen. Dat is dus ongeveer US$ 1,967 miljard. In het overzicht van de Financiële nota van 2018 uitgegeven door het ministerie van Financiën, staat het bedrag van de totale staatsschuld in 2016 op US$ 2.373 miljard oftewel 9.587 Miljard SRD. Dit bedrag van US$ 2,373 miljard is veel hoger dan de wettelijk vastgestelde 60% van het BBP c.q. US$ 1,967 miljard.

In de financiële nota van 2018 wordt het BBP van Suriname op SRD 20.420 miljard gesteld in 2016. Als met de koers van SRD 4.04 wordt gerekend voor 1 US$, kom het BBP uit op US$ 5,054 miljard. Wordt dat met de cijfers van het IMF etc. vergeleken, dan blijkt dit getal niet te kloppen. Wordt de koers van SRD 7.40 voor 1 US$ gebruikt, dan komt het BBP op US$ 2.759 miljard uit. Dat zou kunnen uitwijzen dat de regering veel meer heeft geleend dan eigenlijk is toegestaan.

De minister van Financiën rekent op het ene moment dus met een koers van 1US = SRD 4.04 en op een ander moment weer met de koers van 7.40 SRD voor 1 USD. Daardoor is de werkelijke schuld veel hoger dan toegestaan. Hiertegen is STREI! in opstand gekomen. Het is aan de PG en het Openbaar Ministerie en hun deskundigen om uit te zoeken welke cijfers in feite kloppen en of er sprake is van een strafbaar feit. De minister van Financiën heeft in De Nationale Assemblee bevestigd dat oude zaken t.a.v. de staatsschuld van 2016 correct zijn afgehandeld. Echter blijkt dat de cijfers van de bruto binnenlandse en de buitenlandse schuld van het jaar 2016 in de financiële nota 2018 niet zijn ingevuld o.b.v. de internationale definities.

Als het een grondwettelijk gegeven is dat functionarissen strafbaar bezig zijn als er teveel wordt geleend en het obligoplafond daardoor wordt overschreden, is het wel begrijpelijk waarom er met met de koers van SRD 4,04 wordt gerekend en liever niet met de SRD 7,50 koers voor de US$. Het is dan ook begrijpelijk waarom justitie geen haast maakt met het onderzoek. Het vermoeden rijst dat men Maisha Neus wil uitputten door haar steeds weer op te roepen en de zaak te vertragen. Mevrouw Wijnerman en/of dhr. Hoefdraad zijn voor zover bekend nog nooit verhoord over deze uitermate serieuze kwestie.

De zaak die STREI! aanhangig heeft gemaakt mag absoluut niet in de vergetelheid raken. Deze zaak moet tot op de bodem uitgezocht worden. Bovendien heeft nog geen enkele vooraanstaande econoom de aanklacht tot nu toe kunnen weerleggen en dat is wel iets dat stof tot nadenken geeft.

Peter M. Wolff