Jerrel Pawiroredjo, lid van de commissie van rapporteurs.
Jerrel Pawiroredjo (fractieleider NPS) heeft in De Nationale Assemblée stevige kanttekeningen geplaatst bij de voorgestelde wetswijzigingen rond het Openbaar Ministerie (OM) en de rechterlijke macht. Volgens Pawiroredjo is in de memorie van toelichting onvoldoende duidelijk welk probleem de wijziging van artikel 146 van de grondwet precies moet oplossen, en is de kernvraag of de voorstellen daadwerkelijk leiden tot een beter functionerend OM. Hij waarschuwde dat deze knelpunten niet worden opgelost met uitsluitend ingrepen “aan de top” van het systeem. Het benoemen van meerdere pg's zal volgens hem de fundamentele capaciteitsproblemen niet verhelpen; versterking van de basis – eerste en tweede aanleg – moet voorop staan. 

Pawiroredjo benadrukte dat het functioneren van de rechtsstaat moet worden beoordeeld vanuit de dagelijkse rechtsbeleving van burgers. Die rechtsbeleving begint volgens hem niet bij de rechter, maar veel eerder: bij politieoptreden, opsporing en handhaving. Hij wees op klachten over lange aanrijdtijden, omslachtige aangifteprocedures en gebrekkige processen-verbaal. 

Capaciteitstekorten zijn de kern
Volgens de politicus kampen zowel het OM als de rechterlijke macht al jaren met structurele problemen, vooral door ernstige tekorten aan personeel – waaronder griffiemedewerkers, officieren, substituten en rechters – en een beloning die onvoldoende is om deskundigheid te behouden. Pawiroredjo pleitte daarom voor prioriteit bij het aantrekken, opleiden en beter belonen van personeel. 

Cassatie: voorkeur voor CCJ boven eigen Hoge Raad
Pawiroredjo erkende dat de invoering van cassatierechtspraak kan bijdragen aan rechtseenheid en rechtsontwikkeling, maar plaatste duidelijke kanttekeningen bij het instellen van een nationale Hoge Raad. Volgens hem brengt zo’n instituut in een kleinschalige samenleving aanzienlijke risico’s met zich mee, omdat schaarse rechterlijke capaciteit wordt weggetrokken bij de eerste en tweede aanleg, waar de meeste zaken worden behandeld. Pawiroredjo gaf aan dat aansluiting bij het Caribbean Court of Justice een realistischer en doelmatiger alternatief is. Daarmee kan cassatie worden gerealiseerd zonder het rechtssysteem extra te belasten of nieuwe structuren op te tuigen waarvoor onvoldoende draagkracht bestaat.

Voordracht door OM behouden

Pawiroredjo uitte ook zorgen over het loslaten van de voordracht vanuit het OM bij de benoeming van de pg. Volgens hem is het OM een professionele vakorganisatie met specialistische deskundigheid, schaars in een kleinschalige samenleving. Als de voordracht vanuit het OM wordt losgelaten, ontstaat volgens hem het risico dat benoemingen op andere dan zuiver professionele gronden plaatsvinden, waardoor de kwetsbaarheid voor externe beïnvloeding toeneemt. 

Leeftijdsgrens en instructiebevoegdheid

Over het voorstel om de leeftijdsgrens terug te brengen van 70 naar 65 jaar stelde Pawiroredjo dat dit historisch inconsistent is geweest en dat een wijziging alleen kan na een zorgvuldige analyse van gevolgen voor uitstroom, continuïteit en capaciteit. Tegelijk waarschuwde hij dat te lange zittingsduren op sleutelposities ook voorkomen moeten worden; modellen met maximale termijnen verdienen volgens hem nadere overweging. 

Daarnaast noemde Pawiroredjo het schrappen van de expliciete constitutionele verankering van de instructiebevoegdheid van de pg richting politiefunctionarissen een ernstige verzwakking. De gezagsrelatie tussen OM en politie vormt volgens hem het fundament van effectieve opsporing en vervolging en dient onverkort in de Grondwet te blijven. 

Pawiroredjo waarschuwde dat modernisering noodzakelijk is, maar dat het zorgvuldig en doordacht moet gebeuren. Onbeheerste ingrepen kunnen volgens hem meer schade veroorzaken dan zij beogen te herstellen.