ABOP-fractieleider Ronnie Brunswijk


De interruptieronde na het betoog van Ronnie Brunswijk (ABOP) over de hervorming van de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie (OM) mondde uit in een zichtbare aanvaring tussen Brunswijk en mede-parlementariër Ebu Jones (NDP). De spanning draaide vooral om de vraag wie politieke verantwoordelijkheid draagt voor de voorstellen, die als initiatiefwet bij het parlement zijn ingediend. Brunswijk verweet Jones handlanger te zijn van de regering. Hij speelt volgens Brunswijk 'regering'. Brunswijk waarschuwde voor uitholling van de onafhankelijkheid van de procureur-generaal. 

Tijdens de vragenronde werd Brunswijk onder meer bevraagd over mogelijke politieke invloed op vervolging, de benoeming van de procureur-generaal en de checks-and-balances. Brunswijk herhaalde in zijn reactie dat hij niet tegen hervorming is, maar dat het om een zwaarwichtig dossier gaat dat volgens hem door de regering zelf moet worden verdedigd en toegelicht. Hij sprak zijn ongenoegen uit dat het traject volgens hem “ineens” via een initiatiefwet bij De Nationale Assemblee terechtkwam en waarschuwde dat men geen “misbruik” moet maken van de mogelijkheid om initiatiefwetten in te dienen.

'Regering spelen'

Het moment waarop het debat escaleerde kwam toen Brunswijk in scherpe bewoordingen suggereerde dat Jones “regering wil spelen” door met een initiatiefwet te komen. Jones reageerde fel en maakte een persoonlijk feit, waarbij hij benadrukte dat de indieners grondwettelijk bevoegd zijn om initiatiefwetten in te dienen en dat het “niemands recht” is om hen weg te zetten als mensen die de regering zouden “spelen”. Hij stelde bovendien dat Brunswijk zichzelf tegensprak door eerst te zeggen dat hij als parlementariër sprak, maar tegelijk te verwijzen naar bespreking in regeringsverband.

Brunswijk nam zijn formulering deels terug, maar de toon bleef gespannen. In het vervolg van de woordenwisseling viel Brunswijk Jones meerdere keren in de rede. Assembleevoorzitter Ashwin Adhin greep herhaaldelijk in, riep op tot orde en maakte duidelijk dat punt-van-orde en interrupties niet bedoeld zijn om elkaar te blijven bestrijden. Hij benadrukte dat Assembleeleden het recht hebben om initiatiefwetten in te dienen. 

Na het tumult werd het debat kort gekalmeerd en kreeg Brunswijk de ruimte om af te ronden. Hij zei dat hij eerst de toelichting van de initiatiefnemers en later ook van de regering wil horen voordat hij zijn definitieve oordeel vormt. Hij onderstreepte dat hij kritisch blijft en dat  parlementariërs geen “jaknikkers” moeten worden: als de voorstellen volgens hem onrust veroorzaken in de samenleving, kan hij daar niet in meegaan.