Angèle A. Wallerlei-Kumbangsila, algemeen directeur van het EFS College COVAB
Angèle Wallerlei-Kumbangsila draagt na dertien jaar leiding te hebben gegeven aan het EFS College COVAB, binnenkort het directeurschap over en kiest voor een internationale carrière. Zij kijkt terug op een periode waarin het verpleegkundig onderwijs ingrijpend veranderde en COVAB uitgroeide van opleidingsinstituut tot kennisinstituut.

Een onverwachte wending

Toen Wallerlei-Kumbangsila in 2013 door  Martelise  Eersel, toenmalig directeur van het ministerie van Volksgezondheid, werd benaderd om voorzitter van het bestuur van COVAB te worden, werkte zij als zelfstandig consultant in de gezondheidszorg. Het verzoek kwam voor haar onverwacht. Kort daarna volgde een tweede vraag: of zij de leiding van de instelling wilde overnemen van de toenmalige directeur Yacintha Lieuw A Soe.

Die stap zette zij niet lichtvaardig. De functie betekende minder vrijheid en een financieel offer. Bovendien wilde zij niet via een voordracht worden benoemd. Op haar verzoek werd een open sollicitatieprocedure gehouden. "Ik vond dat het proces transparant moest zijn", zegt Wallerlei-Kumbangsila. Uiteindelijk kwam zij als beste kandidaat uit de selectie naar voren. Na een korte periode als waarnemend directeur trad zij in januari 2014 officieel aan. Een uitgebreide inhoudelijke overdracht kreeg zij daarbij nauwelijks mee. Ze moest haar weg binnen de organisatie zelf vinden. “Achteraf bekeken is dat aardig gelukt”, geeft zij glimlachend aan.

Van driehonderd naar twaalfhonderd studenten

Het ministerie van Volksgezondheid had wel een duidelijke eis: meer, beter en sneller opleiden. Onder haar leiding werd daarom een nationaal onderwijscongres georganiseerd, waarbij opleiders, verpleegkundig leiders, zorginstellingen, inspectie en beleidsmakers gezamenlijk discussieerden over de toekomst van de verpleegkundige beroepsopleiding. Uit dat overleg ontstond een nationaal onderwijsplan dat de basis zou vormen voor een omvangrijke modernisering van het verpleegkundig onderwijs.

Er werden curricula vernieuwd, internationale standaarden ingevoerd en nieuwe specialistische opleidingen ontwikkeld, waaronder kinderverpleegkunde en NICU-verpleegkunde. Ook kwamen er opleidingen voor aanverwante beroepen en werd sterk ingezet op bij- en nascholing.

De resultaten bleven niet uit. Het aantal studenten groeide binnen enkele jaren van ongeveer driehonderd naar ruim twaalfhonderd. Tegenwoordig levert COVAB jaarlijks tussen de 250 en 300 gediplomeerde zorgprofessionals af. Tegelijkertijd blijft de uitstroom van verpleegkundigen naar het buitenland een uitdaging. "Je kan opleiden en opleiden, maar als een groot deel vertrekt, ben je eigenlijk een beetje aan het dweilen met de kraan open," benadrukt Wallerlei-Kumbangsila.

Naast de groei van het onderwijs zette zij ook in op professionalisering van de organisatie. Een kwaliteitsmanagementsysteem volgens de ISO 9001-norm werd ingevoerd en vormt nog steeds de basis voor de aansturing van de instelling.

Een stevige basis voor de toekomst

Hoewel zij aanvankelijk van plan was slechts vijf jaar te blijven, werden het er uiteindelijk dertien. Nadat de onderwijsvernieuwing grotendeels was gerealiseerd, verschoof de aandacht naar een nieuwe ambitie: de ontwikkeling van COVAB tot kennisinstituut met een bredere maatschappelijke rol. Naast  trainingen  voor  zorgprofessionals  biedt  COVAB  ook cursussen  en  programma’s  aan  op  het  gebied  van  preventie,  gezonde  leefstijl  en persoonlijke  ontwikkeling.

Volgens Wallerlei-Kumbangsila zijn de belangrijkste doelstellingen inmiddels bereikt. De instelling groeide niet alleen uit tot een grotere onderwijsorganisatie, maar ook tot een financieel gezonde onderneming. "We hebben nul SRD aan schulden. De overheid draagt nog voor een deel bij via subsidie van de lonen van het vaste personeel, maar voor de rest verzorgen wij onze bedrijfsvoering zelf.”
Wallerlei-Kumbangsila meent dat de overheid over 5 jaar ook geen salarissen voor COVAB-personeel zal hoeven betalen. “We zetten in op een eigen verdiencapaciteit en ook efficiënt draaien van het bedrijf en het loopt heel goed.”

Juist omdat de fundamenten zijn gelegd, voelt dit voor haar als het juiste moment om afscheid te nemen. Zij laat naar eigen zeggen een organisatie achter die stevig in de samenleving is verankerd en klaar is voor een volgende ontwikkelingsfase.

Met de groeiende vraag naar zorgprofessionals in de regio ziet zij nog volop kansen. "COVAB heeft een stevige basis. De uitdaging voor de volgende fase is om die positie verder uit te bouwen en tegelijkertijd relevant te blijven voor de behoeften van de gezondheidszorg."
Met dankbaarheid kijkt zij terug op haar jaren bij de instelling. "Ik ben erkentelijk voor de tijd die ik hier heb gehad en heb mogen bijdragen aan de ontwikkeling van verpleegkundig onderwijs en verpleegkundig leiderschap. Die betrokkenheid blijft bestaan, alleen vanuit een andere positie."