Minister Adelien Wijnerman van Financiën & Planning
Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning is vandaag tijdens de begrotingsbehandeling ingegaan op het monetaire beleid van de Centrale Bank van Suriname (CBvS). Zij ging in op kritische vragen van Assembleeleden Jerrel Pawiroredjo (NPS) en Jennifer Vreedzaam (NDP) over de kosten van de Open Markt Operaties (OMO) en de rentelasten die daarmee gepaard gaan. Op vragen over de hoge rentes en het kritische rapport van een onderzoekscommissie benoemd door de toenmalige president Chan Santokhi, antwoordde de minister dat de CBvS aangegeven heeft dat sommige aannames onjuist zijn. Zij zal hierover in overleg treden met de leiding van de CBvS.  

Pawiroredjo verwees naar het onderzoek waaruit volgens hem zou blijken dat de Staat inmiddels miljarden Surinaamse dollars aan rente betaalt voor het OMO-beleid. Hij wilde van de regering weten hoe verantwoord deze uitgaven zijn en wie uiteindelijk de rekening betaalt. Ook vroeg hij naar de gevolgen voor de overheidsfinanciën en de economie. Ook Jennifer Vreedzaam plaatste kanttekeningen bij het gevoerde monetaire beleid. Zij vroeg de regering onder meer om duidelijkheid over de uitgangspunten van het onderzoek naar de OMO-kosten en de wijze waarop deze bedragen tot stand zijn gekomen.

CBvS betwist uitgangspunten onderzoek
Minister Wijnerman zei dat de CBvS heeft aangegeven dat de uitgangspunten van het aangehaalde onderzoek niet juist zijn. De berekeningen in het rapport zouden gebaseerd zijn op onjuiste aannames. Zij ging tijdens haar beantwoording niet inhoudelijk in op de afzonderlijke bedragen die in het onderzoek worden genoemd. Wel benadrukte de minister dat het monetair beleid de afgelopen periode volledig in het teken heeft gestaan van het verder consolideren van de macro-economische stabiliteit.

Volgens Wijnerman vormden de OMO's het belangrijkste instrument om overtollige SRD-liquiditeit uit het bankwezen te halen. Via termijndepositoveilingen en de uitgifte van certificaten van de Centrale Bank is volgens haar actief liquiditeit uit de markt gehaald om de inflatie terug te dringen en de wisselkoers stabiel te houden.

De minister wees erop dat daarnaast het kasreservepercentage op 44 procent is gehandhaafd en dat de CBvS, waar nodig, ook valutaveilingen heeft ingezet om grote schommelingen op de valutamarkt te beperken.

Inflatie daalt, maar blijft kwetsbaar
Volgens Wijnerman daalde de twaalfmaandsinflatie van 11,4 procent eind 2025 naar 10,8 procent in maart 2026. In april liep de inflatie licht op naar 10,9 procent. Zij benadrukte dat prijsontwikkelingen niet uitsluitend door monetair beleid worden bepaald, maar ook door overheidsuitgaven, liquiditeitscreatie en internationale ontwikkelingen, waaronder de gestegen energieprijzen en geopolitieke spanningen.

De wisselkoers heeft zich volgens de minister relatief stabiel ontwikkeld. Zij schreef dit toe aan prudent monetair en fiscaal beleid, gecombineerd met hogere exportopbrengsten, vooral dankzij de hoge internationale goudprijs.

Wijnerman waarschuwde dat de bereikte macro-economische stabiliteit nog kwetsbaar is. Volgens haar zullen factoren als de ontwikkeling van de overheidsfinanciën, internationale grondstoffenprijzen en geopolitieke spanningen de komende periode bepalend blijven voor het economische beleid. Daarom zullen OMO's volgens haar voorlopig een belangrijk instrument blijven om de liquiditeitsgroei te beheersen en de prijsstabiliteit te ondersteunen.