De bermen van het gedeelte van de Oost-westverbinding in het district Marowijne zijn echt niet om aan te zien. Het overwoekerde bos aan weerszijden van de weg is geenszins bevorderlijk voor het overzicht van autobestuurders die gebruikmaken van deze belangrijke verkeersader in het oostelijk deel van het land.

Enige tijd terug hadden taxichauffeurs die het traject Paramaribo-Albina onderhouden, het initiatief genomen om op eigen kosten de gevaarlijkste gedeelten van het wied te ontdoen. Omdat zich enkele calamiteiten met dodelijke afloop op deze weg hadden voorgedaan, hadden de initiatiefnemers acties ondernomen om de situatie enigszins te neutraliseren. Nu, ongeveer twee jaar later, is de situatie nog nijpender geworden. Vanuit de centrale overheid is er vooralsnog geen enkele beweging waar te nemen om de zaak aan te pakken, terwijl dit juist een bestuurlijke verantwoordelijkheid is van de publieke sector.

In westelijke richting is het ook triest gesteld met de conditie van de Oost-westverbinding tussen het district Coronie en Wageningen. In zuidelijke richting is het een uiterst gevaarlijke onderneming voor weggebruikers op het traject tussen Brownsweg en Atjoni, vooral in de avonduren. Het wied op de bermen is op bepaalde gedeelten zelfs tot één meter over de weg gegroeid. Hierdoor ontstaat een natuurlijke wegversmalling.

Iedereen van het bevoegde gezag schreeuwt moord en brand dat er geen middelen zijn. Persoonlijk vind ik dit een makkelijk excuus om de handen niet uit de mouwen te steken en geen acties te ondernemen. Als mensen echt het hart hebben om iets te betekenen voor de gemeenschap en daadwerkelijk te werken aan de ontwikkeling van deze gebieden, kan er wel beweging komen. Een collectieve en intensieve aanpak en samenwerking tussen de commissariaten van de betreffende districten, het ministerie van Openbare Werken en het lokaal bedrijfsleven kunnen ertoe leiden dat de bermen degelijk worden aangepakt. Dit kan zeer bevorderlijk zijn voor de verkeersveiligheid op de bovengenoemde trajecten. De onderdelen van Openbare Werken, Openbaar Groen en de Wegenautoriteit Suriname kunnen allemaal een nuttige bijdrage leveren aan het geheel.

De districtscommissarissen doen hier en daar hun uiterste best om het onderste uit de kan te halen met de schaarse middelen waarover zij beschikken. Toch zien we dat de binnenwegen er bijzonder slecht aan toe zijn. Vooral in Albina, het meest oostelijke stadje van Suriname aan de grens met Frans-Guyana, zijn de wegen behoorlijk slecht. Wie het district Marowijne dezer dagen met eigen vervoer aandoet, kan deze vervelende ervaring zelf opdoen. Terug in Paramaribo is je onderstel naar de maan en moet je diep in je buidel tasten. De overheid moet dus duidelijk haar verantwoordelijkheid op zich nemen om verdere maatschappelijke misère te voorkomen.

Ettiré Patra